Lang leve de kleine bouwer

door: Madeline Buijs

De kleine bouwer doet het goed. Althans, als we de cijfers van het CBS bekijken. Hun omzet steeg in 2015 met 11,5%. Daarmee zijn de kleine bouwers (met 1-10 werknemers) de beste jongetjes van de klas. De omzet van de middelgrote bouwers (10-100 werknemers) steeg in 2015 met 3,9% en de omzet van de grote bouwers (meer dan 100 werknemers) met 2,8%. En ook in het eerste kwartaal van 2016 deden de kleine bouwers het goed. Toen steeg hun omzet met 7% in vergelijking met een jaar eerder. Het omslagpunt voor de kleine bouwers kwam al eind 2013. Het herstel is zo snel gegaan dat de omzet van kleine bouwers alweer op het hoogste niveau sinds 2005 ligt.

Niet geheel verwonderlijk komt dit snelle herstel door de woningmarkt en de btw-verlaging op renovatie van woningen. De kleine bouwers actief in de woning- en utiliteitsbouw lieten het grootste herstel zien. Hun omzet steeg in 2015 met 17,3%. En laten ook daar de middelgrote en grote bouwers ver achter zich. Ook de kleine bouwers in de gespecialiseerde bouw profiteren van het herstel van de woningmarkt.

Dit roept wel de vraag op of de kleine bouwer zijn voorsprong kan behouden. Het effect van de btw-verlaging is namelijk uitgewerkt en het groeitempo van de woningmarkt zal naar verwachting in 2016 en 2017 dalen. Ik denk dat de kleine bouwer ondanks dat een goede toekomst tegemoet gaat. Volgens het CBS neemt op de lange termijn het aantal uren dat we aan klussen besteden af. Dat betekent dat we verbouwingen steeds vaker uitbesteden. Dit blijkt ook uit cijfers van Werkspot die steeds meer klussen op hun website heeft staan. Hier profiteert de kleine bouwer structureel van.

Deze column verscheen eerder in Cobouw op 26 mei 2016