Ingreep rond leegstand winkels noodzaak

door: Sonny Duijn

Het bezoek van de winkelstraat daalde sinds 2004 met meer dan 20%. Er waren in 2015 op een koopzaterdag in totaal zo’n 730.000 minder passanten in de winkelgebieden van ons land dan elf jaar eerder. Door de crisis en de grote concurrentie gingen veel bedrijven failliet en is de leegstand flink opgelopen.

Leegstand maakt een winkelgebied minder attractief om te bezoeken, en door teruggelopen bezoek kan de leegstand juist verder oplopen. Sturing vanuit de overheid (als transformatie tot woningen in groeiregio’s) is noodzakelijk om uit die negatieve spiraal te komen. De leegstand wordt deels opgevuld door de grote interesse vanuit internationale retailketens. Zij focussen echter op de panden in de binnensteden en A-locaties. Kleine winkelgebieden staan voor een grotere uitdaging; daar is de leegstand dan ook harder opgelopen.

Het beeld in de detailhandel is tweeledig. Winkeliers zien hun verkoopvolumes toenemen dankzij een aantrekkende economie. Het consumentenvertrouwen is bovengemiddeld, de koopkracht en particuliere consumptie nemen toe. Het gunstige economische klimaat houdt naar verwachting in 2016 en 2017 aan.

Overcapaciteit aan fysieke winkels

Tegelijkertijd zijn er grote uitdagingen. De concurrentie is zeer groot, mede door de overcapaciteit aan fysieke winkels. In de non-food-detailhandel lag het aantal vierkante meters vorig jaar 11% hoger dan in 2004 (zie Figuur 1). Terwijl er nu een kleine 10% minder wordt verkocht, mede door de crisis in de afgelopen jaren.

Zo wordt nu bijvoorbeeld 19% meer vloeroppervlak door kledingwinkels bezet dan in 2004, terwijl de verkoopvolumes (de voor inflatie gecorrigeerde omzet) met 1,8% zijn gedaald. Bovendien wordt nu een veel groter deel van de verkoop via online verkoopkanalen gemaakt. Zo ging in het eerste kwartaal van dit jaar 18% van bestedingen door consumenten aan kleding via internet.

Door die interesse voor binnensteden en drukke locaties, ontstaat een divergerend beeld. Zo is de leegstand in de binnensteden relatief langzaam opgelopen: sinds 2012 van 6,3% naar 6,8% in relatie tot het aantal verkooppunten. In hoofdwinkelgebieden liep de leegstand sneller op, naar niveaus rond de 12% halverwege 2016 (zie Figuur 2).

De voorkeur voor toplocaties binnen de steden is terug te zien in de leegstandcijfers. Over diverse winkelgebieden heen staat 7% van de verkooppunten op A-locaties leeg, terwijl de leegstand op de (minder drukke) B2- en C-locaties gemiddeld 13% respectievelijk 14% bedraagt (Locatus, ABN AMRO).

Zie voor het volledige verhaal het bijgevoegde rapport.

ABNAMROLeegstandRetailenRealEstate....pdf (239 KB)
Download

Auteurs:
Ruud Boots, Real Estate Advisory
Sonny Duijn, Economisch Bureau Nederland