Zoektocht naar kostenreductie in de varkenshouderij

door: Wilbert Hilkens

Varkenshouders hebben de afgelopen jaren hogere kosten gekregen. Onder andere door vergroting van de melkveehouderij, de gewenste verlaging van nitraat- en fosfaatgehalten van de grond en steeds complexere regelgeving. Zeker in deze tijd van lage opbrengstprijzen zoeken varkenshouders intensief naar mogelijkheden om hun kosten terug te brengen. Ze staan voor de keuze: óf meer biggen of vleesvarkens afleveren, óf de stijging van hun mestafzetkosten beperken.

Waarom nemen de kosten toe?

Het aantal dieren in Nederland is de afgelopen jaren toegenomen. De mestproductie steeg met zes procent in de afgelopen vijf jaar, terwijl de mestplaatsingsruimte door strengere aanwendingsnormen daalde met zestien procent. Deze combinatie leidde tot hogere mestafzetkosten. Ook neemt de complexiteit van vergunningstrajecten toe. Ondernemers die willen uitbreiden, zijn hierdoor meer geld kwijt aan advies. Mogelijk komt hier een stijging van kosten voor dierrechten bij. Zowel de zuivel- als de kipketen zoekt naar optimaal gebruik van de fosfaatruimte. Deze ketens zullen het toejuichen als de varkensketen bereid is fosfaat beschikbaar te stellen aan ze en de prijsstijging van varkensrechten voor lief te nemen. Maar ontwikkelende varkenshouders die varkensrechten gaan aankopen, ervaren dit ongetwijfeld anders dan degenen bij wie dit onderdeel van hun pensioen is.

Wat kun je eraan doen?

Bij stijgende kosten kun je twee dingen doen: meer produceren of kostenposten verlagen door ze te optimaliseren. Beide werden afgelopen decennia toegepast. De productie kan omhoog door middel van schaalvergroting, of door productiviteit op te schroeven. Het eerste helpt om je algemene en arbeidskosten te verlagen. Productiever zijn is juist nu interessant, zeker als je kijkt naar diergezondheid.

Hoe kan diergezondheid je daarbij helpen?

Een goede diergezondheid is een mes dat aan twee kanten snijdt. Door een lagere ziektedruk dalen de gezondheidskosten en stijgt de productie. Het vraagt wel om investeringen. Bijvoorbeeld in stalklimaatverbetering, meer controle over de voer- en watergift en een veestapel die vrij is van specifieke ziekten. All-in all-out toepassen in de stallen helpt ook. De voerconversie neemt erdoor af, terwijl het de groei stimuleert. Zo lever je meer dieren af, tegen lagere kosten per dier. Hetzelfde geldt voor de gezondheidskosten. Die dalen, net als het aantal dierdagdoseringen. En dat helpt weer om het middelengebruik terug te dringen.

Hoe beperk je de stijging van de mestafzetkosten?

De druk op de mestmarkt zal de komende jaren niet snel veranderen. Stijgende mestafzetkosten beperken is wel een optie, bijvoorbeeld door mestbewerking en -verwerking als onderdeel van je bedrijf te zien. Voor vrijwel alle varkenshouders in Zuid-, Midden- en Oost-Nederland is mest scheiden interessant, of het nu direct bij bedrijven of via een mestintermediair gebeurt.

De dunne fractie kan weer concurreren met rundveedrijfmest in de afzet bij akkerbouwers. Varkenshouders in de intensieve gebieden scheiden hun dunne fractie in water en een mineralenconcentraat. De dikke fractie kan dan verder worden verwerkt om uiteindelijk buiten de Nederlandse landbouw te worden afgezet in organische meststoffen. Door mestverwerking als integraal onderdeel van de varkenshouderij te zien, kun je besparen op mestopslag bij de bouw van nieuwe stallen.

De zoektocht naar kostenreductie kost veel energie. Maar nieuwe inzichten goed benutten, levert uiteindelijk een kwaliteitsverbetering van de varkenshouderij op.