Stand van de Industrie (mei) – Vertrouwen industriele ondernemers blijft gunstig

door: Casper Burgering

In deze publicatie: Mondiaal staat industriële output nog onder druk, met druk op industriele activiteit in de VS, Japan en China. De productiegroei in Europa laat iets betere cijfers zien en ook de groei in output in Nederland houdt goed stand. Maar de omzetontwikkeling in de industrie staat er minder goed voor, wat vooral wordt veroorzaakt door volatiliteit in grondstofprijzen en achterblijvende binnenlandse vraag. De meeste arbeidsmarktindicatoren staan gunstig, het aantal faillissementen daalt verder en de bezettingsgraad neemt mondjesmaat toe aan het begin van het tweede kwartaal.

Stand vd Industrie-mei 2016.pdf (2 MB)
Download

De Stand van de Industrie nog steeds positief. Veel industriële indicatoren hebben tot en met april hun positie gehandhaafd. De pijn zit nog steeds in de omzetontwikkeling, wat goeddeels bepaald wordt door de ontwikkelingen in de grondstofprijzen en de achterblijvende binnenlandse vraag.

Mondiaal staat industriële output nog onder druk…

In mondiaal perspectief staat de industriële sector echter nog steeds onder druk: niet alleen zien we dit in de neergaande trend in de mondiale PMI (inkoopmanagersindex) voor de verwerkende industrie, maar ook in de trends in industriële output van de grotere economieën. In de VS en Japan krimpt de industriële output nog steeds elke maand op jaarbasis. De industriële output in de VS staat onder druk van de dure dollar (waardoor de exportvraag afneemt) en de lage olieprijs (die olie gerelateerde projecten tot een stilstand hebben gebracht). De industriële productiegroei in China blijft zijn neerwaartse trend vasthouden (en houdt gelijke tred met de afkoeling van de Chinese economie), maar daar lijkt het erop dat de economische situatie stabiliseert. In Europa neemt de industriële output begin 2016 weer sterk toe.

ind output
Doordat de inkoopmanagersindex (PMI) voor veel landen beschikbaar is, kunnen we een mooi vergelijk maken van de status van de industriële activiteit tussen de diverse landen. In april moeten we constateren dat weliswaar in veel landen de PMI in de zgn. expansiefase zit (dat betekent groei in industriële activiteit), maar dat het tempo van die groei in april in veel landen in afgenomen. Dit is in veel gevallen niet zorgwekkend, want de PMI staat doorgaans nog ruim boven de 50-neutrale grens. Wel zien we – vanuit het perspectief van de PMI – in Europa enige zwakte in de industriële sector ontstaan in het VK en in Frankrijk. De echte pijn zit in de zgn. BRIC landen, waar de PMI in Brazilië, Rusland en China stevig onder de 50 neutrale grens staat en dat duidt op krimp.

De economische stemming in Duitsland is solide, maar niet euforisch. De industriële activiteit is tot en met februari toegenomen met gemiddeld 1,8% toegenomen en zien we ook de orderintake in dezelfde periode stijgen. De groei van de autoverkopen krijgt een impuls in april en per saldo groeien de autoverkopen tot en met april met gemiddeld 6,8% j-o-j. De bouwsector in Duitsland laat ook overtuigende cijfers zien. De groei van het aantal bouworders tot en met februari 2016 is met 13,6% j-o-j flink toegenomen. Dat komt voornamelijk doordat de vraag naar woningen in het eerste kwartaal van 2016 sterk is toegenomen.

Producentenvertrouwen blijft gunstig…

Het vertrouwen van Nederlandse industriële ondernemers staat in april 2016 gunstig. Dit blijkt niet alleen uit de PMI voor de verwerkende industrie (die een indruk geeft van het vertrouwen bij de 300 grotere industriële ondernemingen in Nederland), maar ook uit het producentenvertrouwen (wat een weergave is van het vertrouwen bij bedrijfsvestigingen met 5 of meer werkzame personen). Wel zijn er een aantal branches binnen de sector industrie die minder optimistisch zijn over het huidige economisch klimaat. Het oordeel van ondernemers in de basismetaalindustrie is overwegend negatief. Bijna de helft van de ondernemers in deze branche is negatief gestemd over het economisch klimaat. Ook in de transportmiddelenindustrie en de rubber- & kunststofindustrie is het sentiment gedurende april teruggelopen.

pmi 4Ondanks dat de Nederlandse industrie 2016 in termen van productiegroei goed van start is gegaan, neemt het tempo van de groei langzaam af. De totale productie nam in maart met slechts 0,3% op jaarbasis toe (incl. food). Een vijftal branches zagen de productie krimpen in maart, waaronder enkele grote branches zoals de chemie en de machinebouw. Ook de meubelindustrie liet gedurende maart een krimp in de productie zien, na een lange reeks van imponerende groei van de output. Vier branches lieten een groei in de productie zijn, waaronder de metaalproducten- en de transportmiddelenindustrie. De grilligheid van de maandelijkse groei in productie blijft onverminderd groot.

Zoals eerder gesteld gaat het met de omzetontwikkeling in de industrie niet zo goed. De totale omzet in de industrie is in maart verder afgenomen en kromp met 4,0% j-o-j. De krimp in de totale omzet houdt verband met de trends in de grondstofprijzen van metalen en olie gedurende januari en de zwakkere vraag naar Nederlandse industriële producten uit het binnenland. Vooral de chemische en de basismetaalindustrie zagen hun omzet sterk teruglopen. Juist deze branches zijn er gevoelig voor sterke volatiliteit in grondstofprijzen.

commo 1Veel marktpartijen lijken overtuigd dat de bodem voor de olieprijs is gezet, en dat een verder herstel in de tweede helft van het jaar mogelijk is. ABN AMRO gaat uit van een verdere normalisering van de oliemarkt als gevolg van een dalend overaanbod, met hogere olieprijzen als gevolg.

commo 2De trends op de mondiale markt voor ruw staal worden gedomineerd door China. China kondigde ambitieuze plannen aan om de eigen staalsector te hervormen en overbodige capaciteit te verminderen. Dat stuwde een golf van optimisme door de staalsector en de prijzen namen mondiaal een vlucht. Maar overcapaciteit blijft deze markt domineren, want er zijn door China nog geen concrete stappen genomen. De staalprijzen zijn in Zuid- en Noord-Europa met gemiddeld 36% gestegen sinds 1 januari 2016. Maar ook hier ontbreken echte fundamentele drivers om de prijsstijging te bestendigen. Vooral het positieve sentiment heeft de overhand.

De bezettingsgraad van de industrie neemt aan het begin van het tweede kwartaal slechts licht toe naar 81,5% en ligt daarmee nog steeds onder zijn lange termijn gemiddelde.

De arbeidsmarkt schetst ons een divers beeld. De vacature-indicator in de industrie houdt zijn neerwaartse trend vast sinds het 4e kwartaal van 2015. Maar ondanks de vertraging blijft de vacature-indicator nog op een relatief hoog niveau staan. De groei van het aantal uitzenduren houdt aan gedurende periode 3. Daarmee is de gemiddelde groei over de eerste 3 perioden van 2016 (dat is tot en met 25 maart) 11,3% op jaarbasis.

Het aantal faillissementen in de industrie is in april op jaarbasis afgenomen met 20%, en tot en met april is de daling in het aantal faillissementen ook 20%. Dit geeft ook aan dat de bedrijfsactiviteit in de sector nog steeds op peil is en dat er nog voldoende opdrachten zijn. Op het moment dat de faillissementen weer gaan toenemen, kunnen we ons zorgen gaan maken over afnemende bedrijfsactiviteit.