Onzichtbare risico’s in de grond-, weg-, en waterbouw

door: Petran van Heel

Bij grond-, weg- en waterbouw (GWW) zijn de risico’s van het werk vaak moeilijk in te schatten, onder andere doordat een belangrijk deel van het werk in of onder de grond plaatsvindt. Welke kabels of leidingen daar liggen en in welke mate het er is vervuild, is vaak onbekend. Daarom zijn gedegen kennis van de risico’s en de kostprijs van bouwmaterialen, arbeid en machines belangrijke succesvoorwaarden.  Door toegenomen binnenstedelijke bouw- en infra-activiteiten nemen andere omgevingsrisico’s toe, zoals verstoringen, kabelbreuk en geluidsoverlast. Gezien de gevolgschade dienen deze zo veel mogelijk voorkomen te worden. Extra veiligheid en goede communicatie over planning en aanpak zijn hierbij belangrijk.

Impact GWW op omgeving
GWW-werkzaamheden vinden vooral in de openbare ruimte plaats. Ze hebben meestal een grote impact op leefomgeving en milieu, en zorgen vaak voor overlast. Er is bijvoorbeeld vaak zwaar materieel nodig om beton te verwijderen of storten, of voor het afgraven en afvoeren van grond. Dat leidt tot omleidingen en wachttijden. In drukke gebieden is veiligheid onze hoogste prioriteit. Overlast in de directe omgeving dient zo veel mogelijk te worden beperkt. Goede logistieke afstemming, procesplanning en communicatie zijn de eerste stappen. Op het gebied van geluidsoverlast en energiebesparing van de machines is ook nog veel mogelijk én noodzakelijk.

Medewerkers maken het verschil
Ingrepen van GWW verstoren vaak de omgeving: tijdige en heldere communicatie helpt om de overlast inzichtelijk en acceptabel te maken. De menselijke factor is vaak een onderbelicht punt in het zware GWW-werk. Medewerkers ‘maken’ projecten en zijn vanwege hun zichtbaarheid ook een visitekaartje voor de onderneming. Ze dragen bij aan veilig en efficiënt werken. Ze denken mee en reageren op de omgeving. De persoonlijke toon is daarbij van belang. Dit zie je terug in betere bouwprestaties, minder uitstoot en vooral beperking van de overlast. Met de juiste training, techniek en machines kunnen medewerkers zelfstandiger werken én beter communiceren. Het is en blijft de machinist die aan de knoppen zit van stiller en zuiniger werken.

Certificering als norm
Kleinere (onder)aannemers binnen de GWW zijn minder verplicht om volledig gecertificeerd te zijn. Ze hoeven dus niet aan te kunnen tonen dat ze in al hun uitvoering en processen rekening houden met de omgeving. Wel wordt de CO2-prestatieladder steeds vaker toegepast, zie bijvoorbeeld de MVO-certificering (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen).

Deze prestatieladder helpt de keten haar CO2-productie in kaart te brengen. Hiermee krijgen ondernemers inzicht in manieren om hun footprint te verkleinen. Naast de grote aannemers en bouwbedrijven, dragen nu ook steeds meer leveranciers van producten bij aan het initiatief. De duurzame ontwikkelingen in de sector nemen zo’n vlucht dat de CO2-prestatieladder misschien extra treden krijgt. Het is te verwachten dat opdrachtgevers ook bij kleinere projecten de prestatieladder gaan vereisen.

Investering in innovatie
Binnen GWW zijn steeds meer technieken voorhanden die het werk niet alleen veiliger en makkelijker, maar ook efficiënter maken. Bijvoorbeeld wisselsystemen voor graafmachines en zuinigere (hybride) apparaten die tot kosten- en/of uitstootreductie leiden. Zeker als ze slimmer en minder worden ingezet. Meestal zijn dit soort machines duur. De afweging om er in één te investeren, wordt daardoor moeilijker. Om deze goed te kunnen maken en de prijs transparant te maken, is de totale kostprijs per draaiuur nog steeds een belangrijk aandachtspunt bij de investering en financiering.

Besparen op bedrijfsmiddelen kan door meer inzicht de kosten. In onze publicatie staat de basis voor de totale kostprijs per draaiuur, ook wel total cost of ownership. Naast inzicht in de kosten, geeft deze publicatie andere nuttige en noodzakelijke data, zoals informatie over de uitstoot van de machine. Het loont de moeite om na te denken over uw bedrijfsmodel en te investeren in innovatie en vernieuwing.