Fosfaatrechten reguleren groei in de melkveehouderij

door: Pierre Berntsen

In 2015 werd het melkquotum afgeschaft. Een opluchting voor veel melkveehouders, maar al in de aanloop ernaartoe bleek vrije melkproductie in Nederland te veel druk te leggen op het milieu. Het aantal koeien groeide tot 4 procent boven het fosfaatplafond voor de melkveehouderij van 85 miljoen kilo.

Om deze overschrijding te beteugelen wil de staatssecretaris van Economische Zaken per 1 januari 2017 fosfaatrechten invoeren. Voor elk melkveebedrijf wordt de maximaal te produceren hoeveelheid fosfaat, een bestanddeel van mest, vastgesteld. Die wordt in de vorm van fosfaatrechten aan elk bedrijf toegekend. Bij deze maatregel krijgt de melkveehouder een beloning voor efficiënte bedrijfsvoering. Anders dan bij melkquotering kan hij binnen de fosfaatgrenen meer melk produceren. Toch voelt het na de aanvankelijke verademing als ‘terug bij af’.

De aangekondigde fosfaatkaders zijn een typisch polderresultaat: alle betrokken partijen vinden er belangrijke punten in terug, toch is niemand écht tevreden. Er is slechts gedeeltelijk gehoor gegeven aan ieders wensen. Ook al zijn er nog veel vragen, belangrijk is dat er na lang wachten helderheid is op hoofdlijnen.

Polderresultaat geeft helderheid op hoofdlijnen

Mestverwerking moet leiden tot evenwicht op de mestmarkt. Daarvoor moeten de mestverwerkingspercentages omhoog. De inzet van de staatssecretaris is om de in 2017 aflopende derogatie (afwijkingsnorm) te verlengen en zelfs om het bestaande fosfaatplafond opheffen. Als dit niet lukt, is het plan om het plafond te verhogen met de mest die wordt geëxporteerd. Ook wil de staatssecretaris mineralenconcentraat als kunstmest accepteren.

Het aantal melkkoeien en jongvee dat veehouders op 2 juli 2015 hadden, bepaalt hoeveel fosfaatrechten ze krijgen. Deze zijn vrij verhandelbaar. Bij transacties buiten de familie wordt tien procent afgeroomd, waardoor de totale fosfaatproductie van de melkveehouderij daalt richting het plafond. Medio 2017 wordt een landelijk afromingspercentage bepaald dat nodig is om het plafond te bereiken. Dit ligt tussen de vier en acht procent, en geldt voor alle bedrijven.

Extensieve bedrijven worden gedeeltelijk gecompenseerd. Net als bedrijven die in de knel komen doordat ze minder dieren hadden door ziekte. Of door ziekte van de ondernemer zelf. Ook starters die onomkeerbare financieringsverplichtingen zijn aangegaan of veel jongvee hadden komen in aanmerking.

Er wordt veel belang gehecht aan het grondgebonden karakter van de melkveehouderij. De AMvB grondgebondenheid die dit jaar van kracht werd, borgt dit. Het aantal hectares in de gecombineerde opgave bepalen samen met de fosfaatreferentie van een bedrijf de maximale omvang van de veestapel. Bedrijven die na 2014 zijn gegroeid of grond zijn kwijtgeraakt, moeten dit compenseren of het aantal dieren terugdringen.

Terug bij af en toch vertrouwd

De gevolgen van de geschetste ontwikkelingen lopen behoorlijk uiteen. Ze betekenen goed nieuws voor bedrijven die investeerden en op 2 juli 2015 ‘vol’ zaten. Ook toekomstige stoppers zijn tevreden, omdat ze naast hun bedrijf ook fosfaatrechten kunnen verkopen.

Voor ondernemers die willen ontwikkelen, zijn de gevolgen minder positief. Ze moeten niet alleen in bedrijfsmiddelen investeren, maar ook in fosfaatrechten. De kostprijs stijgt en legt daarmee beslag op investeringsruimte die ondernemers ook hadden kunnen gebruiken voor innovatie, verduurzaming of extra groei. Dit is ongunstig voor de Nederlandse concurrentiepositie.

Deze situatie doet sterk denken aan die van de melkquotering. Quotumkosten waren onderdeel van de kostprijs van groeiende bedrijven. De nieuwe, vaak dure liters werden mogelijk gemaakt door de bestaande liters met een lage kostprijs. Groeien ging hierdoor in kleine stapjes. Geen stal erbij, maar één of enkele spanten.

Bedrijven met goede resultaten, verteerden deze groeistappen het snelst. Daardoor konden ze regelmatig vervolgstappen zetten. Het ondernemerschap en de managementvaardigheden van de melkveehouder groeiden zo organisch mee met het bedrijf. De geleidelijke groei van vroeger komt weer terug en voelt eigenlijk heel vertrouwd.