Focus op verduurzaming woningvoorraad

door: Eric Zwaart

Steeds meer corporaties hebben oog voor verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. In het kader van het energieakkoord is in 2013 de afspraak gemaakt dat in 2020 de gehele huurwoningenvoorraad van corporaties gemiddeld een energielabel B heeft. Om dit streven te helpen slagen, zouden lokale overheden via energieloketten onafhankelijke informatie verstrekken over mogelijke maatregelen – bijvoorbeeld energiesubsidies. Uit recent onderzoek van Bouwend Nederland blijkt dat er nu in een te laag tempo wordt verduurzaamd. Vertraagde besluitvorming rondom afspraken en onvoldoende investeringsbudget zijn de belangrijkste hindernissen.

Kosten als knelpunt
Verduurzaming van woningen kost geld. Slechts voor een beperkt aantal maatregelen is er  gedeeltelijk subsidie. Daarom zal de corporatie altijd moeten investeren. Volgens recent onderzoek lijkt het er sterk op dat corporaties geen extra investeringscapaciteit beschikbaar willen stellen voor verduurzaming. Een deel van hen vindt dat de huurder moet meebetalen voor het voordeel van beter woongenot en energiebesparing. Dit zou kunnen door verhoging van de huur (puntenstelsel) en/of een energieprestatievergoeding.

De doorberekening van de kosten van verduurzaming in de huurprijs vormt nu nog vaak een barrière. De huurtoeslaggrens is meestal de belemmering. Een vertraging in de behandeling van het wetsvoorstel Energieprestatievergoeding zorgt ervoor dat de industrialisatiefase van het energiesprongproject ‘nul op de meter’ nog niet kan worden opgestart. Dit icoonproject in corporatieland is een voorbeeld van hoe ketensamenwerking tot kostenreductie moet leiden. Ketensamenwerking zorgt voor een efficiencyslag, zodat de kosten van verduurzaming omlaag kunnen.

Ketensamenwerking op provinciaal niveau
Een ander voorbeeld waaruit blijkt dat een gezamenlijke aanpak tot succes kan leiden, komt uit Gelderland. De provincie heeft samen met de 45 Gelderse woningcorporaties in nog geen drie jaar tijd gezorgd voor de duurzame renovatie van 11.000 woningen. De provincie had een dubbele doelstelling met deze investeringsimpuls: werkgelegenheid en leerwerkplaatsen voor jongeren creëren in de crisisperiode, en verduurzaming van woningen op gang brengen.

De subsidie van de provincie hoefde niet terugverdiend te worden. Huurders kregen ook geen huurverhoging, terwijl ze nu minder betalen voor gas en stroom. Deze woonlastenverlaging was voor hen genoeg reden om in te stemmen met verbouw van de woning. Er was dan ook voldoende animo. De komende periode zal de samenwerking tussen de provincie en de corporaties voortduren om door ontwikkeling van systematische innovatieve renovatiemodellen de kosten te verminderen.