Energiemonitor mei – Prijzen energie in de lift

door: Hans van Cleef

  • Gasprijzen Europa stijgen en daarmee wordt LNG steeds interessanter
  • Prijs elektriciteit laat een herstel zien maar de lange-termijn neergaande trend blijft
  • Olieprijzen bereiken het hoogste punt van 2016 ondanks uitblijven akkoord voor bevriezing olieproductie

 

040516_Energie-Monitor-mei_NL.pdf (163 KB)
Download

Gasprijzen stijgen hard en nemen CO2-prijzen mee

De spotprijzen van gas, zowel Title Transfer Facility (TTF/NL) als National Balancing Point (NBP/VK), lieten onlangs een onverwacht grote prijsstijging (>20%) zien (figuur 1). Een directe reden voor deze prijsstijging was er niet. Wel kan worden gesteld dat de sterke stijging van de olieprijzen sinds januari nog geen enkele invloed had op spotprijs van gas als gevolg van de milde winter. Dit in tegenstelling tot de gasprijs voor levering op termijn waar het effect van stijgende olieprijzen wel al eerder zichtbaar was. Hoewel contracten van gasprijzen steeds minder worden gekoppeld aan de olieprijs blijft er een grote correlatie bij de prijsontwikkeling, met name voor de (Europese) langere termijn contracten. Nu voor de tijd van het jaar de temperatuur laag was, en daarmee de vraag naar gas toenam, werd dit mede gezien als een van de redenen voor een soort inhaalslag voor spotprijzen. Naast de steun voor gasprijzen als gevolg van de correlatie met olie, en toegenomen vraag naar gas, werd er ook gesproken over een storing bij de gasproductie in Noorwegen waardoor het aanbod onverwacht afnam. Toch wordt de mate van de prijsstijging niet volledig verklaard door deze redenen. Dat de markt zelf ook schrok van deze beweging bleek wel uit de sterke prijsdaling een dag later.

Tegelijkertijd is de afgelopen maanden de prijs van LNG verder onder druk gekomen. Doordat het aanbod van LNG mondiaal sneller toeneemt dan de vraag naar LNG staat de prijs al enige tijd flink  onder druk (figuur 2). Nu de prijs van TTF is gestegen zijn de prijzen van TTF en LNG voor levering op korte termijn nagenoeg gelijk. Hiermee wordt LNG steeds meer een serieuze concurrent voor Europees gas, zeker nu het aanbod uit landen als Australië, Qatar, en de VS in de komende jaren verder zal toenemen. Met de verwachting dat de gasproductie in Groningen verder zal afnemen, en Europa de afhankelijkheid van gas uit Rusland verder wil verminderen, is dit een goede ontwikkeling.

De rol van gas in de energiemix op langere termijn is nog steeds onzeker. Hoewel gas als transitiebrandstof minder vervuilend is voor het milieu dan bijvoorbeeld kolen, werkt de prijsvorming niet in het voordeel van gas. De prijs van kolen is door een enorm mondiaal overaanbod erg laag. En doordat de vraag naar CO2-emissierechten is afgenomen daalde de prijs van EUR 8,31/ton naar een dieptepunt van EUR 4,61/ton in het eerste kwartaal van 2016. Door de recent toegenomen vraag naar gas nam ook de prijs van CO2-emissierechten weer toe tot ruim boven de EUR 6/ton. Maar ook deze prijs is nog veel te laag om kolen in de energiemix te laten wegdrukken door gas.

Elektriciteitsprijzen stijgen, maar blijven binnen de dalende trend

De stijging van de gasprijzen hebben ook een effect op de elektriciteitsprijzen. Ook hier zien we een flinke stijging bij zowel de baseload als de peakload prijzen voor bijvoorbeeld kalenderjaar 2017 (figuur 3). Deze stijging volgt op een versnelde daling van elektriciteitsprijzen in het laatste kwartaal van 2015. Een vergelijkbare prijsstijging is te zien voor kalenderjaren 2018 en 2019. Toch verwachten wij dat de lange-termijn neergaande trend zich zal doorzetten. De voornaamste reden hiervoor is het overaanbod van elektriciteit. Dit overaanbod komt niet alleen door de nieuwe Nederlandse kolencentrales, maar vooral door de opmars van het aandeel hernieuwbare energie zoals zonne- en windenergie in Europa. Een overaanbod is nodig om de transitie van een energiemix gebaseerd op fossiele brandstoffen naar een ‘groene’ energiemix soepel te laten verlopen. Het is immers belangrijk dat de leveringszekerheid is gegarandeerd en ons Nederlandse elektriciteitsnet staat bekend als één van de meeste betrouwbare ter wereld. Maar het overaanbod kent ook een nadeel. Immers, door het overaanbod staan de prijzen van fossiele brandstoffen onder druk (minder vraag), maar is er tegelijkertijd steeds meer subsidie nodig om hernieuwbare energie in de energiemix in te passen. Gezien alle grote projecten die in Europa (en ook in Nederland) zijn opgestart of in de pijplijn zitten zal het overaanbod van elektriciteit voorlopig aanhouden en daardoor de neerwaartse trend van elektriciteitsprijzen in stand houden. De recente prijsstijging past in dit langere termijn beeld.

Prijsstijging olie zet ook door

De olieprijs heeft sinds het dieptepunt van 20 januari 2016 (Brent USD 27/bbl / WTI USD 26/bbl) een sterk herstel laten zien van meer dan 75% (figuur 4). De marktverwachtingen rondom een mogelijke afspraak tussen OPEC en niet-OPEC gerelateerde landen tijdens het overleg in Doha, Qatar waren onterecht hoog gespannen. Saudi-Arabië bleek geen akkoord te willen waaraan Iran niet zou deelnemen. En aangezien Iran eerder al had aangegeven haar productie eerst te willen verhogen naar de niveaus van voor de sancties was een uiteindelijk akkoord tussen alle aanwezige olieproducerende landen dus niet mogelijk. De vraag is wat zo’n akkoord eigenlijk zou zeggen. Voor veel landen is het überhaupt niet mogelijk om de productie ten opzichte van de huidige niveaus verder te verhogen. Daarnaast loopt de productie bij niet-OPEC landen zoals China, Mexico en de VS al flink terug als gevolg van de lage olieprijs. Doordat het mondiale overaanbod reeds af lijkt te nemen, en de markt daarop anticipeert, is de olieprijs al met 75% gestegen ten opzichte van het dieptepunt. Dit gebeurde zonder dat er actief actie werd ondernomen door olieproducerende landen die vergaderden in Doha: diverse OPEC-landen en Rusland. Toch waren de verwachtingen van de markt hoog gespannen wat leidde tot een toename van speculatieve long-posities (speculatie op prijsstijgingen).

Hoewel je een grote prijsdaling zou verwachten na een grote teleurstelling bleef de impact toch beperkt tot een kortstondige daling van slechts een paar procent. Het effect werd namelijk flink getemperd door een staking van oliewerkers in Koeweit. Ook toen de staking was afgelopen werd dit niet gevolgd door een sterke prijsdaling. Sterker, de olieprijs herstelde en bereikte zelfs het hoogste punt van het jaar (> USD 48/bbl) na beter dan verwachte economische cijfers vanuit China, een hoger dan verwachte vraag naar brandstoffen uit de VS, een iets zwakkere dollar en een minder sterke stijging van de Amerikaanse olievoorraden.

Meer en meer marktpartijen lijken overtuigd dat de bodem voor de olieprijs is gezet, en dat een verder herstel in de tweede helft van het jaar mogelijk is. Dit is in lijn met onze visie, waarbij wij uitgaan van een verdere normalisering van de oliemarkt als gevolg van een dalend overaanbod, met hogere olieprijzen als gevolg. Uiteraard zijn er ook risico’s die ons basis-scenario in gevaar kunnen brengen. Voorbeelden hiervan die tot een (nog verder) opwaarts prijseffect kunnen leiden zijn: vraag naar olie blijkt sterker dan verwacht, of aanbod van (vooral Non-OPEC) olie neemt sneller dan verwacht af. Voorbeelden van risico’s die de prijs langer laag kunnen houden zijn: Iran, Irak, Saudi-Arabië of outsider Libië weten de productie verder en/of sneller te verhogen dan verwacht, of de vraag naar olie (bijvoorbeeld uit China, of VS) daalt toch sneller dan verwacht.