‘Design thinking’ schept kansen voor architecten

door: Petran van Heel

Net als bij veel andere beroepen, moeten ook architecten innoveren en inspelen op nieuwe ontwikkelingen om hun bestaansrecht te behouden. De huidige markt dwingt hen na te denken over bestaande bedrijfsmodellen. Een manier om uitdagingen in de bouw om te zetten naar kansen is ‘design thinking’ (DT): denken en werken vanuit het ontwerp, in plaats van het probleem. De architect is bij deze methode de aangewezen persoon om te leiden.

Veranderende verhoudingen in de bouwketen

Na een aantal zware jaren krabbelt de bouwsector weer overeind. De markt is stevig opgeschud en dat heeft consequenties voor alle spelers in het proces. Ook voor de architect. Zijn positie is kleiner geworden en zijn verdiensten lager, door minder projecten en een overaanbod aan architecten. Dit zijn gevolgen van de toenemende complexiteit van de bouw (zowel technisch als het aantal stakeholders), maar ook door de krimpende markt, waarin spelers zoeken naar een nieuwe plaats in de bouwketen.

Andere partijen in de keten, zoals aannemers en adviseurs, hebben delen van het ontwerpwerk overgenomen. Door zichzelf opnieuw uit te vinden en creatief in te spelen op de veranderende markt moeten architecten bepalen waar ze écht de meeste waarde toevoegen. Het is daarom zaak dat ze hun functie en plek in het bouwproces kritisch onder de loep nemen en zich hier verder op richten.

Focus op de ontwerpfase

Kansen voor de architect liggen niet in het bouwproces, maar in de voorbereiding. Hierin worden de meest essentiële keuzes gemaakt. De architect moet hier meer grip op krijgen, wat betekent dat hij niet langer het volledige traject regisseert.

Deze ontwerpfase wordt steeds complexer vanwege toenemende technische mogelijkheden voor processen en producten. Maar ook door een groeiend aantal betrokken partijen, en de inspraak van de directe omgeving. Leveranciers en producenten krijgen steeds meer impact op de voorbereiding, terwijl de uitvoeringsfase dankzij prefabricage straks slechts een kwestie van monteren is. Daar is de kennis van een architect dus minder noodzakelijk.

De combinatie van creatieve oplossingen en brede kennis van duurzaamheid, ICT-toepassingen, materialisering en de wensen van de klant, zorgt ervoor dat de architect de ideale regisseur is voor deze fase. ‘Design thinking’ (DT) is hierbij in opkomst: een methodiek waarbij de mens centraal staat. Dit proces begint met een ontwerp waarbij de architect rekening houdt met klantbehoeften en motivaties van betrokkenen bij de organisatie, zoals medewerkers en toeleveranciers. Met zijn expertise vormt de architect de tussenschakel, en kan hij in de ontwerpfase de regie al naar zich toe te trekken.

Disciplines verenigen met design thinking

Startpunt van het ontwerp is de ‘design challenge’: het doel van het project. Vervolgens is sprake van een geïntegreerd proces waarin alle toeleverende en uitvoerende partijen hun kennis kunnen inzetten, zodat ze elkaar kunnen uitdagen om te verbeteren. Doordat de architect bewust met deze disciplines samenwerkt, kan hij vanuit verschillende perspectieven en standpunten naar het ontwerp kijken.

DT staat in het teken van voortdurende verbetering. Door feedback te verwerken en gekozen methodes bij te stellen, ontstaan weer nieuwe ideeën die het ontwerp vervolmaken. De opdrachtgever kijkt mee over de schouder van de architect. Zo kan hij elk moment bijsturen en is het proces van begin tot eind beheersbaar.

Digitalisering van de bouw wint snel terrein

Mede door de komst van digitaal ontwerpen kan de architect een voortrekkersrol innemen in het ontwerptraject, bijvoorbeeld met maximale kennis van het Bouw Informatie Model (BIM). Deze digitalisering kan ook een valkuil zijn in de volgende fase, doordat veel kleinere partijen in het bouwproces nog niet vertrouwd zijn met de mogelijkheden. De hoofdaannemer kan dat deel van het bouwproces daarom het beste aansturen.

De vertaalslag van digitaal ontwerp naar fysiek bouwwerk wordt de komende jaren een uitdaging voor de sector. Architecten kunnen hun toegevoegde waarde vergroten door slimme inzet van nieuwe technologie. Neem de razendsnelle ontwikkelingen rondom virtual reality (VR). Met een VR-bril en krachtige software kunnen klanten in de ontwerpfase al door hun project lopen. Bovendien zien producenten en bouwers zo direct hoe er gebouwd moet worden, en zien installateurs hoe hun producten zullen functioneren. Een BIM-model omzetten naar zo’n virtuele rondleiding lijkt nu nog toekomstmuziek, maar die zal sneller klinken dan we denken.