Lage olieprijs biedt kansen voor duurzame energie

door: Hans van Cleef

Deze column werd eerder gepubliceerd op www.Energiepodium.nl

De varkenscyclus

De eerste les die je krijgt bij het vak economie is over de wet van vraag en aanbod: dat er een marktmechanisme bestaat dat zorgt voor een evenwicht tussen kopers en verkopers. Dat verschuivingen van deze balans kunnen leiden tot grote prijsbewegingen hebben we de afgelopen twee jaar kunnen zien op de oliemarkt. Een langere periode van hoge olieprijzen leidde tot een aanzienlijke stijging van het aanbod van olie. Als gevolg van dit overaanbod daalde de prijs van ruim boven de USD 100 per vat naar onder de USD 30 per vat. In lijn met de lage olieprijs hebben olieproducenten hun kostprijs omlaag gebracht door te innoveren en kritisch naar het productieproces te kijken. Toch zijn diverse projecten momenteel verlieslatend en zien we een aanzienlijke daling van de investeringen in de oliesector. Daardoor dreigt het overaanbod op termijn om te slaan naar een tekort aan olie; zo zou de prijs weer kunnen stijgen. Dit fenomeen staat ook wel bekend als ‘de varkenscyclus’ en is een begrip wat ook belangrijk is voor de sector energie.

Overcapaciteit nodig voor energietransitie

We hebben ook bij elektriciteit te maken met overaanbod. Door de komst van meer decentrale elektriciteit – zoals van zon- en windenergie – is de capaciteit toegenomen. Dat geldt des te meer als we de bestaande capaciteit vanuit omringende landen die toegang hebben tot het Nederlandse elektriciteitsnet meetellen. Deze overcapaciteit zal de komende jaren met de bouw van meer windparken en de verdere uitbreiding van de pv-capaciteit (photovoltaic / zonne-energie) in Nederland en Europa flink toenemen. En dat is maar goed ook. Immers, als we een transitie willen doormaken van traditionele – fossiele – energiebronnen naar 100% duurzame energiebronnen dan heb je een flinke overcapaciteit nodig om black-outs (storingen in het aanbod van elektriciteit) te voorkomen.

Toch gaat van deze overcapaciteit een rare prikkel uit. Lage prijzen voor olie en gas lijken op het eerste gezicht de uitrol van hernieuwbare energiebronnen te bemoeilijken. Immers, vanuit een economisch perspectief zou goedkoper wordende traditionele energie de transitie juist kunnen remmen, omdat hernieuwbare energie vaak nog sterk afhankelijk is van subsidies. De uitvoering van het Energieakkoord – met haar doelstellingen voor 2020 –zorgt er echter voor dat hernieuwbare energiebronnen een grotere rol krijgen in de energiemix. Subsidies zijn hiermee vooralsnog een nodige disruptieve factor op de economische wet van vraag en aanbod.

Meer vraag leidt uiteindelijk tot lagere prijzen

Waar gedaalde olie-, kolen- en gasprijzen een bedreiging lijken te zijn voor de verduurzaming van de energiemix kan het ook gezien worden als een kans voor de producenten van hernieuwbare energie. We hebben gezien dat de kostprijs voor olieproducenten omlaag kon worden gebracht. Dit kan dan ook als voorbeeld dienen voor hernieuwbare energie. Om concurrerend te worden met traditionele energie moet de prijs van zon- en windenergie aanzienlijk omlaag. Je kunt niet eeuwig de overheid aan blijven kijken om dit, door middel van subsidies, te stimuleren. Ook is het te makkelijk om naar producenten van fossiele brandstoffen te kijken en te roepen dat zij de productie moeten staken en zich meer moeten richten op hernieuwbare energie. Deze bedrijven doen immers niets anders dan het volgen van hun eigen businessmodel, en voldoen daarmee aan de vraag van de consument: het leveren van betrouwbare, goedkope (fossiele) energie. Als er meer vraag van consumenten komt naar goedkope, duurzame energiebronnen zal ook hier de marktwerking van toepassing zijn. Meer vraag leidt tot meer aanbod. Daardoor zal de prijs van hernieuwbare energie op termijn dalen en zonder subsidie concurrerend worden met fossiele brandstoffen. Ik ben alleen bang dat dit wel eens langer kan duren dan uit milieuoogpunt gewenst is.