FX Weekly – Brexit werpt schaduw vooruit

door: Georgette Boele , Roy Teo

In deze publicatie: Toenemende zorgen bepalen beeld op valutamarkten. Onzekerheid rond Brexit manifesteert zich steeds duidelijker. Japanse yen presteert sterk deze week. AUD en NZD dalen door groeiende kans op renteverlaging. Verbeterende vooruitzichten in China steunen Aziatische valuta’s.

 

FX-Weekly-8-April-2016-nld1.pdf (265 KB)
Download

Verslechtering van risicosentiment is beeldbepalend voor valutamarkten

De stemming op de valutamarkten is sinds eind maart verslechterd. Dit komt tot uiting in de toegenomen volatiliteit van de valuta-optiemarkt. De onzekerheid of de Britten in het referendum in juni ja of nee tegen de Europese Unie (EU) zeggen, begint zich steeds duidelijker te manifesteren. De yen als ultieme safe haven profiteert hiervan het sterkst. De valuta’s van grondstoffen exporterende en opkomende landen hebben terrein moeten prijsgeven. Binnenlandse politieke ontwikkelingen en de verwachtingen ten aanzien van het beleid van centrale banken speelden hierbij een rol.

Onzekerheid rond Brexit drukt steeds meer een stempel op de valutamarkten

In onze begin maart verschenen publicatie Brexit scenario’s hebben wij een aantal scenario’s geschetst voor het referendum dat op 23 juni  wordt gehouden over de voortzetting van het Britse lidmaatschap van de EU. Ons basisscenario is dat het Verenigd Koninkrijk (VK) in de EU blijft. De kans hierop schatten wij op 65%. Als de Britten ervoor kiezen om uit de EU te stappen, zien wij vier zogenaamde Brexit-scenario’s. Deze zijn afhankelijk van het verloop van de onderhandelingen tussen het VK en de EU over de voorwaarden van uittreding en de eventuele olievlekwerking naar andere EU-landen waardoor de eurocrisis weer zou kunnen oplaaien.

In het algemeen is het risico van een Brexit negatief voor de koers van het Britse pond (GBP). Wij verwachten dan ook dat de GBP/USD daalt naar 1,35 en dat de EUR/GBP stijgt naar 0,85 in de aanloop naar het referendum. Bij een Brits nee tegen de EU worden de gevolgen voor het pond bepaald door de eventuele olievlekwerking naar de rest van de eurozone. Indien besmetting uitblijft, zal het pond naar verwachting terrein moeten prijsgeven ten opzichte van zowel de dollar als de euro. Bij een wanordelijk vertrek van het VK uit de EU is het goed mogelijk dat de GBP/USD dan daalt naar 1,15 en dat de EUR/GBP stijgt naar 1,00. Bij een ordelijk vertrek blijft de schade voor het pond vermoedelijk beperkt. Indien er wel sprake is van besmetting naar andere EU-landen, verwachten we dat de euro niet buiten schot blijft. Het opwaarts potentieel voor de EUR/GBP is dan wellicht beperkt. In de onderstaande tabel geven we een overzicht van onze ramingen voor het pond in de verschillende scenario’s.

160408 FX1

Japanse yen kent een sterke week

De stijging van de USD/JPY is gestokt tussen 113 en 115. Opmerkelijk hierbij is dat de Japanse yen (JPY) nauwelijks terrein verliest in een periode waarin de aandelenmarkten in de lift zitten en de stemming onder beleggers positief is. Juist het omgekeerde, een grotere risicoaversie, is doorgaans gunstig voor de yen. Deze opmerkelijke ontwikkeling heeft de markt gesterkt in het vertrouwen dat de USD/JPY zal dalen. Sinds eind maart heeft de yen bijna 4% gewonnen tegenover de dollar. De USD/JPY ligt inmiddels onder 108,50.  Dat gebeurde onder invloed van de vraag naar als veilig beschouwde (safe haven) valuta’s en de marktverwachting dat het Japanse ministerie van Financiën op de korte termijn waarschijnlijk niet intervenieert op de valutamarkten. Eerder deze week sprak de Japanse premier Abe zich nog uit tegen arbitraire interventie op de valutamarkten en devaluatie uit concurrentieoverwegingen.

Na de meer verruimingsgezinde toon van de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) is de drempel voor verhoging van de beleidsrente (Fed funds rate) nu hoger. Dit is niet ongemerkt aan de dollar voorbijgegaan. Hierdoor is de yen twee keer zo sterk gestegen tegenover de dollar als de munten van de belangrijkste handelspartners van Japan. Na de publicatie van de notulen van het FOMC, het beleidscomité van de Federal Reserve, op 6 april steeg de nominale effectieve wisselkoers van de yen zelfs nog sneller. In reactie hierop liet het Japanse ministerie van Financiën weten dat de koersbewegingen van de yen in toenemende mate eenzijdig worden en dat, indien nodig, actie wordt ondernomen.

De Japanse autoriteiten zijn er dus niet happig op om in te grijpen maar een scherpe stijging van de yen zou wel als onwenselijk worden gezien. Als eerste stap zouden de autoriteiten de monetaire teugels verder kunnen laten vieren om pas daarna agressief in te grijpen op de valutamarkten. Gegeven de huidige opgaande lijn van de yen sluiten wij niet uit dat de USD/JPY in de periode tot de volgende beleidsvergadering van de Japanse centrale bank (BoJ) op 28 april verder afglijdt richting 106 als valuta-interventies uitblijven. Voor de langere termijn verwachten we dat de yen verzwakt tegenover de dollar, tot circa 115 eind dit jaar. De stemming op de financiële markten zal volgens ons namelijk verbeteren terwijl de BoJ vermoedelijk al deze maand haar monetaire stimulering verder opvoert.

AUD en NZD dalen door groeiende kans op renteverlaging

Zowel de Australische dollar (AUD) als de Nieuw-Zeelandse dollar (NZD) zat in de verdrukking in de afgelopen week. Zwakke macrocijfers hebben het risico vergroot dat de centrale banken van beide landen hun monetaire beleid  op korte termijn naar beneden moeten bijstellen. In Nieuw-Zeeland bereikte de belangrijke exportprijsindex van grondstoffen in maart de laagste stand sinds oktober 2009. De huizenprijzen daalden er in maart voor de vierde maand op rij. Bovendien blijven de vooruitzichten voor de melkprijs ongunstig. Als gevolg hiervan prijzen de financiële markten nu een kans van meer dan 40% in dat de centrale bank van Nieuw-Zeeland (RBNZ) haar beleidsrente (Official Cash Rate – OCR) op 28 april met 25 bp verlaagt.

In Australië daalden de inflatieverwachtingen in maart voor de tweede achtereenvolgende maand, naar 1,7%. Dit is het laagste niveau sinds augustus 2015. De detailhandelsverkopen in februari vielen ook tegen; dit weerspiegelt het gematigde consumentenvertrouwen. Verder kromp de dienstensector in maart (de vijfde daling in zes maanden tijd). De werkgelegenheidscomponent van de PMI voor de dienstensector duidt erop dat de banengroei in maart waarschijnlijk bescheiden is gebleven. Dit laatste cijfer verschijnt op 14 april. Het negatieve sentiment werd nog verder versterkt door het feit dat de bedrijvigheid in de bouw sinds december vorig jaar vier maanden op rij is gekrompen. Tot slot deed ook de Australische centrale bank (RBA) nog een duit in het zakje door te verklaren dat een waardestijging van de AUD de herschikking van de economie zou compliceren. Naar onze mening onderschatten de financiële markten de kans dat de rente in mei met 25bp wordt verlaagd.

Verbeterende vooruitzichten in China steunen Aziatische valuta’s

De Aziatische valuta’s wisten zich relatief goed te handhaven doordat de Chinese PMI’s voor maart veel sterker verbeterden dan werd verwacht. De Chinese yuan won wat terrein op de valuta’s van de belangrijkste handelspartners van China. Een belangrijk cijfer volgende week voor de stemming ten aanzien van zowel de yuan als andere Aziatische valuta’s wordt de economische groei in China in het eerste kwartaal. Wij verwachten dat de Chinese economische groei is vertraagd van 6,8% jaar-op-jaar in het vierde kwartaal van 2015 naar 6,7% in het eerste kwartaal van dit jaar.

Door de vrees voor interventie was de Zuid-Koreaanse won (KRW) de zwakste munt. De won is in de afgelopen maand ongeveer 8% in waarde gestegen tegenover de dollar. Voor de Zuid-Koreaanse minister van Financiën Yoo was dit reden om te verklaren dat maatregelen zullen worden genomen indien de toenemende volatiliteit van de KRW dit vereist. Wij denken dat de Zuid-Koreaanse centrale bank waarschijnlijk soepeler zal omgaan met de sterke won, gegeven de kracht van zowel de euro als de Japanse yen (de export uit de eurozone en Japan vertoont grote gelijkenis met de export uit Zuid-Korea).

Eerder deze week verlaagde de Indiase centrale bank (RBI) haar beleidsrente met nog eens 25 bp naar 6,5%. Tevens werden andere maatregelen genomen in een poging om het transmissiemechanisme van het monetaire beleid te verbeteren. Het gevolg hiervan was dat de koers van de Indiase roepie (INR) wat naar beneden ging: na de stijging met 4% sinds eind februari namen beleggers nu winst. De inflatie in India blijft dit jaar vermoedelijk rond het huidige niveau van 5% liggen. Hierdoor is de ruimte begrensd voor de RBI om door middel van verdere monetaire verruiming de economische groei te stimuleren.

160408 FX2

160408 FX3