Bedrijfsleven speelbal van prijsbewegingen in grondstoffen

door: Casper Burgering , Hans van Cleef , Frank Rijkers

Grondstofprijzen hebben een tumultueuze periode achter de rug. De olie- en gasprijzen verloren sinds 2014 respectievelijk 64% en 58%, terwijl de industriële metaalprijzen zoals aluminium, koper, staal met gemiddeld 32% daalden. Het verlies van agrarische grondstoffen sinds 2014 is minder groot, maar toch nog 27%. Dergelijke grondstofprijsbewegingen zijn niet zonder gevolgen voor het bedrijfsleven. Interessante vragen zijn dan welke sectoren in Nederland het gevoeligst zijn voor de beweeglijkheid in grondstofprijzen en waar in het bedrijfsproces de impact van deze beweeglijkheid het grootst is.

Grondstoffen en Sectoren-april 2016.pdf (563 KB)
Download

In deze cross-sectorale analyse schetsen we een beeld van het Nederlandse bedrijfsleven in relatie tot de beweeglijkheid van grondstoffen, zoals energie, industriële metalen en agrarisch grondstoffen. Hiertoe hebben we voor Nederlandse sectoren gekeken waar de impact van grondstofprijsbewegingen in het bedrijfsproces het grootst is. Hierbij kijken we enerzijds naar de impact aan de inkoopkant plus het primaire proces (ofwel daar waar de kosten voor het voortbrengen van het eindproduct worden gemaakt). Anderzijds kunnen grondstofprijsbewegingen ook doorwerken in eindmarkten (zoals in de afzetprijzen en uiteindelijk in marges en omzet).

matrix 1Veel bedrijven staan bloot aan grondstofprijsbewegingen. Sommige bedrijven zijn in staat om prijsrisico’s af te dekken of prijsstijgingen door te berekenen, terwijl andere bedrijven zijn overgeleverd aan de grillen van de markt. Hoe dan ook, de impact van trends in grondstofprijzen is voor veel ondernemingen groot.

De figuur geeft het verschil in impact tussen de  Nederlandse sectoren grafisch weer. Hierbij is gekeken naar de impact van ontwikkelingen in grondstofprijzen op omzet (verticale as) en kosten (horizontale as). Hier valt meteen het grote verschil op tussen de sectoren industrie, olie & gas en transport en de rest van de sectoren. En als we de sectoren rangschikken, dan blijkt onder meer dat de sector industrie het predicaat ‘meest gevoelige sector voor grondstofprijsbewegingen’ krijgt.

Impact op bedrijfsproces…

De mate van impact op sectoren en branches is nu bekend. Maar hoe komt de impact van prijsbeweging-en in grondstoffen tot uitdrukking in het bedrijfs-proces? Prijsbewegingen in grondstoffen kunnen namelijk op verschillende momenten in het bedrijfs-proces impact hebben. In dit rapport onderscheiden we drie sub-fases binnen het bedrijfsproces:

bedrijfsproces

FASE 1: In de eerste stap van het proces worden grondstoffen ingekocht die als bestandsdeel dienen voor het vervaardigen van het eindproduct of -dienst. De hoeveelheid grondstoffen die nodig is om het eindproduct te vervaardigen en de mogelijkheid om grondstoffen direct in te kunnen kopen spelen hierbij een belangrijke rol. Ondernemers lopen bij de inkoop een prijsrisico en vooral de beweeglijk-heid van grondstofprijzen vormt een uitdaging. Want de sterke schommelingen in de prijzen brengen onzekerheid met zich mee en vergen behendig ondernemerschap. Hebben we een dieptepunt of een plafond in prijs bereikt? En wanneer is het beste moment voor inkoop van grondstoffen? Bij een verhoogde beweeglijkheid in grondstofprijzen is het lastig schipperen voor ondernemers. Sectoren die in deze fase een hoge mate van gevoeligheid tonen, zijn met name sectoren die op grote schaal producten produceren.

FASE 2:Tijdens het primaire proces (daar waar het product of dienst tot stand komt) kunnen we stellen dat er impact is bij nagenoeg elke sector. Het gaat hier vooral om het gebruik van energetische grondstoffen. Dit kan zijn aardolie, gas of elektriciteit bij de vervaardiging van een fysiek eindproduct (machinepark) of de bij de totstandkoming van een dienst. De energie-intensieve sectoren en branches zijn hierbij vanzelfsprekend meer gevoelig voor grondstofprijsbewegingen. De prijs van bijvoorbeeld energetisch grondstoffen als aardolie, gas en elektriciteit zal in hoge mate bepalend zijn op de hoogte van de kosten.

FASE 3: Als het product eenmaal vervaardigd is kan er nog steeds een impact zijn als gevolg van bewegingen in grondstofprijzen. De impact komt tot uiting door gevoeligheid van grondstofprijzen op afzetprijzen en bij het aanhouden van voorraden. Het aanhouden van voorraden eindproduct kan ertoe leiden dat er een afwaardering van die voorraad plaatsvindt bij dalende grondstofprijzen op mondiale markten. Anderzijds zal de voorraad in waarde toenemen zodra deze grondstofprijzen stijgen. De mate waarin de ondernemer dergelijke prijsbewegingen kan doorberekenen aan eindafnemers is afhankelijk van de prijskracht van het bedrijf.

Met dit inzicht op de mate van gevoeligheid en de verhouding van sectoren ten opzichte van elkaar, kunnen we de diverse sectoren zowel clusteren als ontleden naar de diverse subbranches.

Drie onderscheidende clusters…

matrix 2Binnen het geheel van sectoren die wij hebben geplot naar impact van grondstofprijsbewegingen en kunnen we drie verschillende clusters onderscheiden.

Het eerste cluster bestaat uit de drie sectoren industrie, olie & gas en transport en wordt gekarakteriseerd door zowel een hoge impact op de omzet als op kosten bij bewegingen in grondstofprijzen. In de industrie is de impact op de kosten hoger dan de impact op de omzet, wat de marges volatiel maakt. De chemische industrie ligt aan het olie-infuus. Niet alleen verbruikt de chemische industrie olie als inputfactor in het productieproces (voor het maken van eindproducten, zoals verf, kunststoffen, cosmetische producten), ook het energetisch verbruik van olie ligt hier relatief gezien hoog evenals bij de winning van olie en gas.

De transportsector sluit de rij in het eerste cluster. Hier is de impact op zowel de kosten als de omzet hoog. In de transportsector zijn met name de binnenvaart en kustvaart sterk gevoelig voor prijsbewegingen in grondstofprijzen. Beide branches zijn in hoge mate gevoelig voor sterke volatiliteit in brandstofprijzen, die direct impact hebben op marges.

Het tweede cluster, met een gemiddelde impact van grondstofprijsbewegingen, bestaat uit vier sectoren: agri, food, utilities en bouw. Van deze vier sectoren wordt de agrarische sector het sterkst beïnvloed door bewegingen in grondstofprijzen, waarbij de impact op zowel kosten als omzet nagenoeg in evenwicht is. De foodsector volgt de agrisector op de voet, aangezien de karakteristieken van beide branches redelijk overlappend zijn. Als voorbeeld kunen we de melkvee en zuivelbranches noemen. In deze branches is er een relatief grote impact van prijsbewegingen van grondstoffen op de uiteindelijke afzet en marges. De utiliteitssector en de bouw maken dit cluster compleet, waarbij de impact op de omzet minder is dan bij de andere twee sectoren.

Het derde cluster bestaat uit de sectoren retail, leisure, TMT en zakelijke dienstverlening. Dit zijn de sectoren met een beperkte gevoeligheid voor prijsbewegingen in grondstoffen. Retail is het meest gevoelig in dit cluster, gevolgd door de leisure sector. De TMT sector en de zakelijke dienstverlening sluiten de rij. Deze twee sectoren hebben het minst last van prijsbewegingen in grondstofprijzen. De gevoeligheid komt hier enkel tot uitdrukking in de elektriciteits-rekening en deze is ten opzichte van andere sectoren klein met uitzondering van sommige branches zoals bijvoorbeeld de IT-services. Deze branche maakt hoge energiekosten als gevolg van data-opslag en koelcapaciteit.

Conclusie: the usual suspects…

In deze studie hebben we gekeken naar de vraag in welke mate, en welke Nederlandse sectoren gevoelig zijn voor beweeglijkheid van grondstofprijzen. Uit de analyse komt naar voren dat de sectoren industrie, olie & gas en transport hoog scoren. Dit is uiteraard geen grote verrassing, want het ge- en verbruik van grondstoffen is hier hoog. Andere sectoren volgen op ruime afstand, maar dat neemt niet weg dat ook hier de impact van beweeglijkheid in grondstofprijzen groot kan zijn. Per sector zijn er grote verschillen waarneembaar. Zoals aangegeven blijkt uit onze studie dat de sector industrie het predicaat ‘meest gevoelige sector voor grondstofprijs-bewegingen’ krijgt. De industrie wordt gevolgd door de olie & gas sector, waarbij met name de winning van olie & gas erg gevoelig is voor prijsbewegingen van grondstoffen. Daarna volgt de transportsector. De sectoren agri- en food maken de top 5 compleet.

Dan rijst de vraag waar in het productieproces de impact van beweeglijkheid van grondstofprijzen het grootst is. Dit verschilt uiteraard sterk per sector en per branche. Uit onze analyse komt naar voren dat het bedrijfsleven met name druk ondervindt bij de inkoop van grondstoffen en bij de inzet van energetisch grondstoffen bij het productieproces. Maar de impact blijft ook hoog op afzetprijzen, omzet en marges.

De sectoren agrarisch en food zijn in grote mate afhankelijkheid van de inkoop van agrarische grondstoffen, maar kunnen geen al te hoge voorraden aanleggen. Veehouderij bedrijven kopen bijvoorbeeld grondstoffen in die dienen als voer voor hun dieren en de afhankelijkheid in de cacao verwerkende industrie kenmerkt zich door de inkoop van cacaobonen. Het aanhouden van grote voorraden voor de langere termijn vormt hier een probleem vanwege de bederfelijkheid van deze producten. Daarmee zijn deze ondernemers overgeleverd aan de grillen van de grondstofmarkten. De sector industrie kent een grote impact vanwege het hoge gebruik van industriële metalen. Het aanhouden van voorraden kan hier wat gemakkelijker dan bij agrarische grondstoffen. Maar vanwege het grote verbruik legt dit een groot beslag op het werkkapitaal. Dit geldt ook voor de olie- en gas sector. Vooral de branches ‘winning van olie en gas’ en de ‘handel in brandstoffen’ zijn extra gevoelig voor grondstofprijsbewegingen doordat zij grote voorraden van grondstoffen aanhouden. Naast de hoge impact op de genoemde sectoren is er in de overige sectoren nog een aantal branches die zich kenmerken door een hoge impact op het inkoopproces. Binnen de sector bouw springt met name de branche ‘productie van hout- en bouwmaterialen’ er uit. Deze branche kenmerkt zich door de inkoop van zowel aardolie/gas, metalen en agrarische grondstoffen zoals hout.
Het blijkt dat het blijven volgen van trends in grondstofprijzen in elke fase van het bedrijfsproces een kritische factor in het ondernemerschap is.