Agriterra ontwikkelt landbouw in Oeganda

door: Pierre Berntsen

Begin maart was ik, samen met Peter Brouwers van ZLTO, op missie voor Agriterra naar een zuivelproject in Zuid West Oeganda. Agriterra is een ontwikkelingsorganisatie, opgezet door Nederlandse plattelandsorganisaties. Zuid West Oeganda staat bekend als de “Dairy Basket”. Een echte zuivelregio waar koeien en bananen belangrijk zijn. Maar liefst 70% van de bevolking in Oeganda is afhankelijk van de agrarische sector. In het zuidwesten bepalen de inkomsten uit melk de mate van welvaart in de dorpen. En die is laag. Doel van het zuivelproject is dan ook om de productie van de koeien van 20.000 melkveehouders in de regio te verhogen en zo de economie en de voedingstoestand van de arme bevolking te verbeteren. Projectpartners van Agriterra zijn SNV, WUR, Friesian en de Nederlandse overheid. Afrika is een continent met 1,2 miljard mensen, vergelijkbaar met India. Over een aantal decennia zijn dat er 4 miljard. De uitdaging om al deze mensen te voeden is groot. De productie kan en moet omhoog.

Lage productiviteit

Koe in Uganda
Kruising tussen lokale moeder en zwart bonte vader

Oeganda is een vruchtbaar land met een prettig klimaat en vriendelijke bevolking. Enkele maanden per jaar is er  droogte en valt de melkproductie terug omdat er nauwelijks aan ruwvoerwinning wordt gedaan. De productiviteit is laag, met 4 tot 6 kilo per koe per dag. En met een melkprijs van 15 cent zijn de inkomsten uit melk gemiddeld zo’n 5 á 10 euro per bedrijf en gezin per dag. De melkveestapel bestaat nog grotendeels uit lokale rassen. Kunstmatige Inseminatie is beperkt beschikbaar en duur, ook door de vele her-inseminaties die nodig zijn. Krachtvoer, hooiwinning, silage en kunstmest komen nauwelijks voor. Juist op dat gebied is veel te winnen. Beter graslandbeheer, aanleggen van voorraden, inkruisen met goede rassen, bestrijding van ziekten, verbetering van melkhygiëne, etc. De kost gaat voor de baat, ook in Afrika.

Private verwerking van melk

Twee derde van de melk in Oeganda gaat niet naar de fabriek maar wordt lokaal verhandeld en veelal onbehandeld geconsumeerd. Dat is een enorm risico want zoönosen (ziekten die van dier op mens overdraagbaar zijn)  als brucellose en tuberculose komen veel voor. De verwerkende industrie wordt gedomineerd door private verwerkers. Zij streven geen hoge uitbetalingsprijs na, maar een lage inkoopprijs. In coöperatief verband wordt er slechts melk ingezameld en weer verkocht aan deze verwerkers. Sinds enkele jaren wordt gesproken over het opzetten van een coöperatieve melkfabriek om tegenwicht te bieden aan private verwerkers. De praktijk leert echter dat de koepelorganisatie niet competent is en sterk wordt beïnvloed door politiek- en eigenbelang. Het vertrouwen van leden in de centrale coöperatie is dan ook laag.

Trots op betrokken ondernemers

Telkens als ik dit soort landen bezoek realiseer ik me twee dingen. Ten eerste, hoe zeer ik het getroffen heb met de plek waar ik ben geboren. Ten tweede, dat de Nederlandse agrarische sector enorm sterk is en vaak mijlenver voor loopt. Soms betekent dat een concurrentievoordeel dat we moeten bewaken. En soms betekent het dat je gewoon een helpende hand kunt bieden. Afgelopen weken zijn twee enthousiaste Nederlandse melkveehouders in Oeganda aan de slag met de volgende stap, het trainen van melkveehouders. Gewoon omdat het kan. Als sector mogen we trots zijn op zulk betrokken ondernemers die hun kennis willen delen.