Voor bouwvakkers is de crisis nog niet over

door: Madeline Buijs

Meestal schrijf ik in deze column over de ontwikkelingen op de woningmarkt en in de woningbouw. Ik maak deze keer een uitstapje naar de arbeidsmarkt. Want de sterke groei van de woningmarkt en woningbouw zorgt weer voor krapte op de arbeidsmarkt. Dat is een welkome ontwikkeling, want de cijfers over de arbeidsmarkt liegen niet. In 2008 waren er nog 395.200 banen in de bouw, in 2014 waren dit er nog maar 302.200. Er zijn dus 93.000 banen in de bouw verloren gegaan als gevolg van de crisis, een afname van 23,5%. De sterkste afname van alle sectoren.

Voor een deel zijn deze bouwvakkers verder gegaan als ZZP’er. Het aantal bedrijven in de bouw steeg namelijk in de periode 2008-2014. En die toename werd in het geheel veroorzaakt door bedrijven met 1 werkzame persoon, ZZP’ers dus. Daarvan zijn er 14.200 bijgekomen sinds 2008.

Een deel van deze ZZP’ers werkt via de flexibele schil. Het CBS houdt cijfers bij welk type baan werknemers hebben in de jaren nadat zij via de flexibele schil zijn aangenomen. Dat geeft een duidelijk beeld van de impact van de crisis. Hoe langer de crisis duurt, hoe minder werknemers in de flexibele schil worden aangenomen, hoe minder flexwerknemers uiteindelijk een vast contract krijgen en hoe meer werknemers uiteindelijk zonder werk zitten. En ten slotte is natuurlijk een groot deel van de ontslagen bouwvakkers helemaal niet meer aan het werk gekomen.

De huidige krapte op de arbeidsmarkt klinkt als goed nieuws, maar is dat maar ten dele. Er is vooral vraag naar gespecialiseerd en hoog opgeleid personeel, die het in de crisis minder moeilijk hebben gehad. En niet naar gewone bouwvakkers. Zij zijn kind van de rekening geworden en zullen dat blijven.

Deze column verscheen eerder in Cobouw op 27 januari 2016