Energie monitor januari – Aangepaste prognose voorziet herstel olieprijs

door: Hans van Cleef

  • Olieprijs opnieuw lager als gevolg van aanhoudend overaanbod, terwijl…
  • …geopolitieke spanningen én akkoord VS wetgeving uitvoer olie zorgen voor extra druk
  • Olieprijsprognoses zijn neerwaarts aangepast: Brent én WTI naar USD 55/vat eind 2016
080116_Energie-Monitor-januari_NL1.pdf (255 KB)
Download

Olieprijs naar het laagste punt in elf jaar

Na een korte periode van relatief rustige olieprijzen daalde de prijs van een vat olie in november en december aanzienlijk. Een tegenvallende vraag, een aanhoudende focus op het overaanbod van olie en de opbouw van speculatieve short posities (speculeren op prijsdalingen) zorgde ervoor dat het sentiment steeds negatiever werd. Toegenomen geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten zorgde voor een lichte kortstondige opleving. Maar nadat het besef doordrong dat deze spanningen tussen Saudi-Arabië en Iran de olieproductie niet zullen hinderen maar eerder verder doen stijgen, kwam de olieprijs opnieuw onder druk. Als gevolg hiervan daalde de Brent-olieprijs onder de USD 33/vat, het laagste niveau in elf jaar (figuur 1).

De verwachte vraag naar olie werd naar beneden bijgesteld als gevolg van tegenvallende economische data, met name uit China. De mondiale olieproductie was daarentegen hoger dan verwacht. Niet alleen de productie in landen als Saudi-Arabië en Irak steeg, maar ook de productie in Rusland nam tegen alle verwachtingen in verder toe terwijl de olieproductie in de VS stabiliseerde na een eerdere daling. Iran verhoogde de productie ten behoeve van export richting Azië. Ook de olievoorraad in de VS kwam terug in de spotlights nadat deze andermaal tot recordhoogten steeg. Dit droeg daarmee bij aan het toch al negatieve sentiment. Tot slot steeg het het aantal short posities tussen half juni en half december met ruim 120% (naar 270.000 contracten).

Neerwaartse aanpassing olieprijs prognoses

Wij hebben onze prognoses voor de olieprijs naar beneden bijgesteld (zie tabel 1). Hoewel we denken dat de olieprijs langer laag zal blijven verwachten wij desalniettemin een beperkt herstel van de prijs in de loop van dit jaar. Deze aanpassing is gebaseerd op een aantal factoren:

  1. Als gevolg van economische groei in de VS, Europa, en vooral Azië (en dan met name China en India), zal de vraag naar olie gematigd blijven groeien.
  2. De lage olieprijs heeft tot gevolg dat investeringen in de sector drastisch worden afgebouwd wat uiteindelijk een negatief effect heeft op de totale mondiale olieproductie, inclusief die van de VS.
  3. De markt is gepositioneerd voor verdere prijsdalingen. Op het moment dat de markt ervan overtuigd is dat de neerwaartse risico’s zijn afgenomen dan zal het afbouwen van deze speculatieve short posities leiden tot opwaartse prijsdruk
  4. Wij verwachten een verdere appreciatie van de dollar gedurende de eerste helft van 2016. Daarna zal de dollar niet meer als een rem werken op een herstel van de olieprijs.

Wanneer precies het herstel valt te verwachten is lastig aan te geven. Op korte termijn worden de krantenkoppen namelijk gedomineerd door de ontwikkeling van Amerikaanse olievoorraden, geopolitieke spanningen en het beleid van de OPEC. Dit leidt tot een aanhoudende hoge volatiliteit van de olieprijs. In deze periode van hoge volatiliteit met soms irrationele bewegingen van de markt kan de olieprijs onverwacht grote op- en neerwaartse uitslagen maken.

De volgende OPEC-vergadering is op 2 juni. Zeker nu de spanning tussen twee belangrijke OPEC-leden (Saudi-Arabië en Iran) is opgelopen, is de kans dat de OPEC haar beleid aanpast nihil. Geen van beide landen zal bereid zijn productie te verlagen om de prijs te ondersteunen vanwege het verlies van marktaandeel. Het verlagen van het overaanbod aan olie zal dus niet door de OPEC worden gefaciliteerd. Geopolitieke spanningen zullen alleen tot een aanzienlijk hogere risicopremie (en dus hogere olieprijs) leiden als de productie in een van de olieproducerende landen daadwerkelijk wordt geraakt. Dit lijkt vooralsnog niet heel waarschijnlijk.

Op langere termijn zal het gebrek aan investeringen zichtbaar worden in de productie. Naast de ongeveer vijf miljoen vaten per dag (mv/d) aan olie die ieder jaar moet worden gevonden om de normale uitputting van oliebronnen op te kunnen vangen, moet ook in de extra vraag naar olie als gevolg van economische groei worden voorzien. In totaal moet er dus jaarlijks ongeveer 6,5 mv/d aan nieuwe olie worden gevonden. Dit vergt flinke investeringen. Investeringen die momenteel op een laag pitje staan. Daarom zouden op langere termijn de huidige olieoverschotten wel eens kunnen omslaan in -tekorten, met grotere prijsstijgingen als gevolg. De OPEC houdt in haar beleid ook vooral rekening met deze lange-termijn-vraag. Dit staat in schril contrast met de Amerikaanse olieproducenten, die een veel kortere horizon hebben.

Olie-export VS drukt verschil Brent en WTI

In december heeft de VS – 40 jaar na het invoeren van de wet – het verbod op export van olie opgeheven. Het was al toegestaan om olieproducten uit te voeren, maar nu is de export van de grondstof zelf ook weer mogelijk. Na de oliecrisis hebben de VS besloten om wettelijk vast te leggen dat geen van de in de VS gewonnen grondstoffen mocht worden uitgevoerd. Na de opkomst van de schalieolie en –gaswinning kampen de VS echter met (te) grote voorraden olie en gas. Om hiervan economisch optimaal te kunnen profiteren, verzochten de olie- en gasproducerende bedrijven al geruime tijd om exporten toe te staan. De regering was hier lang op tegen, maar is nu toch overstag gegaan in ruil voor een ruim pakket aan maatregelen ten behoeve van stimulering van duurzame energie in de VS.

Als gevolg van deze beslissing is het verschil tussen de prijs van Brent (Noordzee-) olie en West Texas Intermediate (WTI) bijna verdwenen. Waar voorheen de prijzen al erg dicht bij elkaar lagen – en daarmee alleen het kwaliteitsverschil en verschil in transportkosten reflecteerden – was het verschil enorm opgelopen als gevolg van hoge voorraden in de VS en geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten (risicopremie). Nu zowel Brent als WTI wereldwijd verhandeld kunnen worden, en daarmee beide als mondiale benchmark kunnen fungeren, is het prijsverschil weer afgenomen. De eerste tanker is reeds vertrokken in de VS. Toch zal de daadwerkelijke uitvoer waarschijnlijk voorlopig beperkt blijven omdat de lage olieprijs en de relatief hoge kosten van transport vanuit de VS export richting Europa en Azië niet rendabel maken. 

Saudi-Arabië claimt de hoofdrol

De afgelopen weken is Saudi-Arabië veelvuldig in het nieuws geweest. Saudi-Arabië is een van de grootste olieproducenten ter wereld, en wordt gezien als de belangrijkste motor achter het huidige OPEC-beleid. Eind december kondigde Saudi-Arabië verregaande maatregelen aan om het tekort bij zijn overheidsuitgaven te verminderen. Als gevolg van de lage olieprijs zag Saudi-Arabië zich gedwongen om onder andere subsidies op brandstof, water en elektriciteit te verlagen, belastingen te verhogen en bezuinigingen door te voeren op de overheidsbestedingen.

Saudi-Arabië heeft enorme reserves in de vorm van Sovereign Wealth Funds (beleggingsfonds van de overheid) (figuur 4). Deze reserves zijn de afgelopen jaren – bij een hoge olieprijs – opgebouwd, juist om periodes met lage olieprijzen en opbrengsten te kunnen overbruggen. Dat wil uiteraard niet zeggen dat Saudi-Arabië onbeperkt geld kan blijven uitgeven als de olieprijs langer op het huidige lage niveau blijft. Nu de olieprijs laag is kunnen landen ook makkelijker subsidies afbouwen zonder dat dit de lokale bevolking te hard raakt. Nu is de Saudische bevolking niet gewend aan (hogere) belastingen en minder subsidies, maar de eerste reacties lijken gematigd aangezien deze maatregelen al enige tijd geleden waren aangekondigd. Belangrijk is ook de signaalfunctie die uitgaat van de recent aangekondigde bezuinigingen. Dit suggereert dat de autoriteiten in Saudi-Arabië ervan uitgaan dat de olieprijs nog lang laag zal blijven. Het bevestigt daarmee de huidige strategie van de OPEC (lees Saudi-Arabië) om focus op marktaandeel te houden en niet, zoals eerder gebruikelijk was, de olieproductie te verlagen om daarmee de olieprijs te stabiliseren en/of te verhogen.

In de eerste week van het nieuwe jaar claimde Saudi-Arabië andermaal de hoofdrol met de executie van 47 gevangenen, inclusief een Sjiitische geestelijke. Dit leidde tot heftige reacties in het Sjiitische Iran waarna beide landen besloten alle banden met elkaar volledig te verbreken. Doordat de markt anticipeerde op een mogelijke verdere escalatie van het conflict tussen beide landen – die mogelijk daarom een bedreiging vormt voor de olieproductie in deze voor de olie zo cruciale regio – liep de olieprijs iets op door een risicopremie. Deze beweging was kortstondig en werd onverwachts vervangen door druk op de olieprijs. Deze prijsdruk is te verklaren door het waarschijnlijk langer aanhoudend OPEC-beleid van overproductie, met lage olieprijzen als gevolg.

De spanningen tussen Saudi-Arabië en Iran gaan eeuwen terug maar liepen de laatste maanden al verder op. Dit kwam mede doordat Saudi-Arabië en Iran tegengestelde partijen steunen in de burgeroorlogen in Syrië, Irak en Jemen. Ook het nucleaire akkoord dat Iran sloot met de westerse partijen is een doorn in het oog van de Saudi’s. Immers, door het afbouwen van de sancties tegen Iran zal de rol van dat land in de regio weer veranderen. Daarnaast laat Iran reeds zien dat het hard op weg is om de olieproductie weer terug te brengen naar het pre-sanctie niveau (figuur 5). Het afbouwen van de sancties zou olieleveringen aan het westen vergemakkelijken, en daarmee het marktaandeel van Saudi-Arabië andermaal onder druk zetten. Een groot deel van de toename van de olieproductie van Iran is echter al realiteit, en daarmee in de olieprijs verwerkt.

Al met al gaat de transitie van de macht naar de volgende generatie in Saudi-Arabië gepaard met een toename van de onvrede onder de lokale bevolking, toegenomen overheidsbestedingen en meer onrust in de Golfregio. Dat leidt in combinatie met een lage olieprijs tot onzekerheid ten aanzien van de stabiliteit van het land, en daarmee tot hogere volatiliteit van de olieprijs.