Winkelstraat dreigt in V&D een icoon te verliezen

door: Sonny Duijn

Warenhuis V&D heeft gisteren uitstel van betaling aangevraagd, zo maakte het concern vandaag bekend na berichtgeving hierover van RTLZ. Daarmee dreigt de Nederlandse winkelstraat een van zijn iconen te verliezen.

De detailhandel bevindt zich in een herstelfase, maar is voorlopig nog niet de oude. De volumes in de non-food detailhandel liggen dit jaar nog 16,4% onder precrisisniveaus, en dat komt mede door de economische situatie in de afgelopen jaren. Zo zagen consumenten in ons land vanaf 2010 tot en met 2013 hun koopkracht ieder jaar afnemen.

Dat is terug te lezen in de statistieken. De consument is veel minder producten gaan kopen die V&D van oudsher verkoopt. In de gehele sector liepen de consumentenuitgaven aan duurzame goederen (als kleding) vanaf 2007 per saldo met 12,1% terug, gecorrigeerd voor prijsbewegingen. De uitgaven aan ‘overige goederen’ (als boeken en cosmetica) daalden vanaf 2008 tot en met 2014 gemiddeld met 2,4% per jaar (CBS).

Uitdagingen

Daar komt nog eens bij dat de sector structureel is veranderd door een toenemende populariteit van het shoppen via internet. Onderzoeksbureau GfK berekende over 2007 nog dat de online consumentenbestedingen in ons land op €3,9 miljard uitkwamen. In alleen al de eerste drie kwartalen van 2015 lagen die bestedingen al op €11,35 miljard, en de rek is er nog niet uit.

De economische omstandigheden en de verschuiving van een deel van de consumentenbestedingen naar internet, brachten een uitdaging met zich mee. Daarbij moet het middensegment (waar ook V&D toe behoort) zichzelf opnieuw uitvinden en bedrijfsmodellen toekomstbestendig maken en/of houden.

Toegevoegde waarde

De toenemende concurrentie via internet zorgde niet alleen voor een bepaalde prijsdruk. Het veroorzaakt ook dat winkeliers extra hun best moeten doen om toegevoegde waarde te bieden aan de consument. Alleen fysieke aanwezigheid in de winkelstraat is hiertoe lang niet genoeg.

Non-food winkels staan daarin voor een grote uitdaging om die toegevoegde waarde in de fysieke winkel te kunnen bieden. Het vereist een zekere flexibiliteit in de bedrijfsvoering en aanpassing van focus binnen bepaalde formules. Bedrijven die daartoe in staat zijn en de aansluiting van online en offline waarborgen, staan er goed op. De consument oriënteert zich vaak offline op een online aankoop; en andersom.

Dubbele behoefte bij consument

Bovendien heeft de consument parallel aan de behoefte om online te winkelen ook een behoefte aan persoonlijke benadering en expertise in de winkelstraat, zo blijkt uit onderzoek. Dat is op diverse manieren in te vullen. Zo slaag je erin toch toegevoegde waarde te bieden in de winkel, en dat is een goede tandem in combinatie met een succesvol online kanaal.

Die kracht zit in de combinatie van offline en online. De internetomzet van ‘multichannelers’ is in de eerste negen maanden van dit jaar dan ook harder gegroeid dan die van de pure online spelers, zo blijkt uit cijfers van CBS: 23,2% versus 15,2%.

Onderscheidend vermogen

Het onderscheidend vermogen van detailhandelaars wordt meer dan ooit aangesproken. Voor winkeliers die dat goed uitnutten, liggen er grote kansen nu het economisch herstel doorzet. De consumentenbestedingen zullen namelijk ook in 2016 toenemen en het consumentenvertrouwen belandde in 2015 op het hoogste punt in acht jaar tijd. Winkeliers kunnen daarvan profiteren.

Het uitnutten van dat onderscheidend vermogen, zowel in offline als in online kanalen, is dus van levensbelang en vraagt soms ook om investeringen. Bedrijven die het water door de crisisjaren en het veranderende consumentengedrag al aan de lippen staat en die alle zeilen bij moeten zetten om überhaupt te overleven, komen aan dat proces nauwelijks toe. Zij komen ook simpelweg tijd tekort.