Industriële productie houdt groei vast in 2016

door: Casper Burgering

Sector prognose Industrie dec 2015.pdf (653 KB)
Download

Wat gaat 2016 voor de industriële ondernemer brengen? Wordt het een jaar met veel tegenwind of krijgt de sector industrie juist een duwtje in de rug? Aan de Nederlandse economie zal het niet liggen. Want die wint aan kracht. Export, consumptie en investeringen zullen positief bijdragen aan de groei en dat is goed nieuws voor deze zeer conjunctuurgevoelige sector. Eind 2015 lijken er genoeg redenen te zijn voor ondernemers om komend jaar met vertrouwen tegemoet te zien. Maar waar liggen de risico’s en uitdagingen voor 2016? We maken hier de balans op.

‘De Nederlandse economie groeit met meer dan 2% in 2016…’

De groei van de Nederlandse economie zal in 2016 aanhouden. De stand van diverse stemmingsindicatoren eind december suggereert dat de groei weer wat hoger kan uitvallen. We denken bovendien dat de economische groei in de VS en de eurozone doorzet in 2016 en 2017. Het negatieve sentiment rondom de staat van de Chinese economie vormt wel een risico. Want tegenvallende (economische) ontwikkelingen in China en andere opkomende economieën hebben een negatieve impact op de mondiale economie, handelsstromen en de bedrijvigheid. We verwachten overigens niet dat de Chinese economie een harde landing gaat meemaken, alhoewel de onzekerheid daarover nog relatief hoog is.

‘Trends in investeringen gaan hand-in-hand met bezettingsgraad…’

In een aantrekkende economie neemt de vraag naar industriële producten en investeringsgoederen doorgaans toe, waardoor de bezettingsgraad van machines wordt opgevoerd en de gebruiksintensiteit van de machines stijgt. In dit stadium neemt ook de vraag naar onderhoudswerkzaamheden aan de machines toe. Op een zeker moment zullen bedrijven zich gaan realiseren dat, bij aanhou-dende gunstige economisch omstandigheden en toenemende vraag, verdere uitbreiding van de capaciteit nodig is. De noodzakelijke vervangings- en ook uitbreidingsinvesteringen worden vervolgens naar voren gehaald. In 2015 zijn de investeringen in vaste activa al flink toegenomen ten opzicht van 2014. En het goede nieuws is dat de investeringsverwachtingen voor Nederland ook in 2016 gunstig blijven, alhoewel ABN AMRO wel een afvlakking van de investeringsgroei voorziet.

‘De productie zal in 2016 verder groeien en wij gaan uit van 2,5%…’

De industrie is een conjunctuurgevoelige sector. Dat betekent dat de relatie tussen productie-ontwikkelingen en de macro-economische trends erg hecht is. Met de positieve verwachtingen over de mondiale economie voor komend jaar, zal naar alle verwachting de industriële productie de trend volgen en verder aantrekken. Maar er zijn verschillen per branche. Zo heeft de chemische industrie het in 2015 zwaar en kon de branche niet ten volle profiteren van lagere grondstofkosten (olie). De zwakkere euro heeft echter wel een impuls gegeven in de export naar gebieden buiten de eurozone (m.n. naar de VS en het VK). Ook de machinebouw staat er nog relatief slecht voor. Deze branche leunt sterk op orders vanuit Duitsland en daar liepen de fabrieksorders terug door de afnemende vraag vanuit met name China. De directe export van Nederlandse machines naar Azië groeide wel sterk t/m september (m.n. naar Taiwan, Japan en Zuid-Korea). In 2016 gaan wij uit van een productiegroei van 2,5% en voor 2017 voorzien wij een productiegroei van 2,3%.

‘Het aantal faillissementen daalt in 2016 en wij gaan uit van 10-15%…’

Het aantal faillissementen is in 2015 sterk afgenomen op jaarbasis. De daling van het aantal faillissementen in de industrie werd reeds in 2013 ingezet, toen de economie weer langzaam begon te herstellen van de recessie van 2011-2012. Dat de trend nu weer neergaand is, past in het beeld van de positieve trends en ontwikkelingen in de Nederlandse economie sinds dat moment. Voor 2016 gaan we uit van een verdere afname van het aantal faillissementen in de industrie.

‘De arbeidsmarkt reageert trager, maar blijft gunstig in 2016 …’

De arbeidsmarkt reageert vertraagd op economische ontwikkelingen. Want in een herstellende economie zullen werkgevers eerst hun bestaand personeel meer gaan belasten om aan de vraag van klanten te kunnen voldoen en daarmee zal de arbeidsproductiviteit een impuls krijgen. Als de maximaal toelaatbare belasting is bereikt, gaan werkgevers doorgaans over tot het aannemen van tijdelijke arbeiders (zoals uitzendkrachten). Dit vangt de piekvraag op en de gecreëerde flexibele schil dient bovendien als eerste stootkussen bij eventueel nieuwe economi-sche schokken. De onzekerheid onder onder-nemers kan in dit stadium nog groot zijn. Maar naarmate de economie zich verder versterkt en het vertrouwen groeit, zijn ondernemers meer geneigd om ook reguliere banen in de markt te zetten. Dit proces zien we ook terug in de arbeidsmarkt voor de industrie. Het aantal uitzenduren groeide gestaag sinds juni 2014, maar sinds augustus 2015 neemt het groeitempo af en stijgt het aantal reguliere banen. Voor 2016 gaan wij ervan uit dat de arbeidsmarkt voor de industrie gunstig blijft en dat het aantal reguliere banen toe zal nemen.

‘De afzetprijs is speelbal van trends in de grondstofprijzen…’

De afzetprijs voor industriële producten is gedurende 2015 verder gedaald, met name gedreven door de dalende trend in grondstofprijzen. Het effect van dalende grondstofprijzen is zowel waarneembaar in binnen- als buitenlandse afzetprijzen. De prijzen voor grondstoffen zoals olie, staal en basismetalen verloren aanzienlijk terrein het afgelopen jaar en dat vertaalde zich direct in de afzetprijzen voor industriële producten. De grondstoffen stonden met name onder druk van mondiale overcapaciteit (olie, staal, aluminium), de sterkere dollar en een afnemend vertrouwen in de toekomstige vraag naar metalen vanuit China. Deze thema’s zullen ook in 2016 nog een belangrijke rol blijven spelen. Grondstofprijzen zijn een speelbal geworden van sentiment en de fundamentele drivers (zoals vraag en aanbod) worden in dit stadium genegeerd. Maar aangezien productiebeperkingen en consolidatie in de grondstoffensector mondiaal meer vorm zal krijgen, zullen de meeste grondstofprijzen komend jaar licht herstellen. Gezien de nauwe relatie tussen grondstofprijzen en afzetprijzen, zal dit herstel zich ook doorvertalen in prijzen voor industriële producten.

‘De exportgroei afhankelijk van valuta en economische trends…’

Binnen de eurozone is en blijft Duitsland onze belangrijkste handelspartner: van de totale exportwaarde van industriële goederen gaat circa 20% naar onze oosterburen. Het gaat hierbij met name om chemische producten, machines & vervoermaterieel en fabricaten van metaal, rubber en kunststof. Export is een belangrijke ‘driver’ voor groei binnen de industriële sector. In de totale uitvoerwaarde van goederen heeft het industriële product (chemie, machines, vervoermaterieel, fabrikaten metaal, rubber, e.d.) een aandeel van ruim 60%. In 2015 heeft de industrie vooral geprofiteerd van de zwakkere euro, die de export naar Amerika en Azië aanjoeg. Maar nu de vraag vanuit met name China afzwakt, neemt de druk op de exportgroei toe en zwakt het sentiment af. Want ook indirect worden Nederlandse producenten geraakt door de afnemende vraag vanuit China, aangezien Duitsland (onze belangrijkste handelspartner) eveneens afhankelijk is van de vraag vanuit China. Ook valutaschommelingen blijven sterk van invloed op de exportgroei, want een zwakkere (of duurdere) euro zal de export naar gebieden buiten de eurozone aanjagen (of afremmen). Het monetaire beleid van de ECB en de Amerikaanse Fed geven komend jaar richting aan de euro. Het verruimingsgezind beleid van de ECB en de renteverhoging van de Fed geven de euro zijn richting. Per saldo zal de EUR/USD waarschijnlijk in de eerste paar maanden van 2016 iets sterker terugvallen. Pariteit (oftewel 1 euro = 1 dollar) zal in dit scenario worden bereikt gedurende de eerste helft van 2016.

‘Veel overkoepelende thema’s, met voorname rol voor technologie…’

Komend jaar zullen verschillende trends een rol gaan spelen die de industrie direct dan wel indirect zullen beïnvloeden. En hier krijgen de onderliggende branches ook mee te maken. Er zijn talloze trends die in meer of mindere mate inwerken op hetzij de manier van werken binnen bedrijven ofwel het onderliggende verdienmodel. De lange termijn trends, die al eerder hun intrede hebben gedaan binnen de sector, zullen ook de komende jaren blijven doorwerken op werkmethodes en/of verdienmodellen van industriële bedrijven. De grootste impact komt waarschijnlijk uit de hoek van de technologische ontwikkelingen. Want de inzet van technologie zal een belangrijke driver worden de komende jaren. Momenteel draait de inzet van ICT in de industrie voornamelijk om efficiëntie. Maar door meer intelligentie in de processen en de producten die de sector zelf voortbrengt toe te voegen, gaan ook andere verdienmodellen ontstaan. Daarnaast zullen ook economische, sociaal-demografische, ecologische en (geo)politieke trends voor de nodige dynamiek gaan zorgen in de komende jaren. Met name doordat onze economie een zeer open karakter heeft en de exportintensiteit van de industrie hoog is, zullen ontwikkelingen in het buitenland relevant blijven. Met name de trends in de Duitse economie zijn van groot belang. Op het moment dat vertragingen zichtbaar worden in de Duitse economie, dan zal het niet lang meer duren voordat de Nederlandse industriële ondernemers ook met een afvlakking van de groei te maken krijgen. Maar ook de export naar het Verenigd Koninkrijk en naar opkomend Azië wint aan relevantie. In dit verband is het belangrijk om de ontwikkelingen rondom een mogelijke Brexit en de groei van de economieën in Azië (met name China) nauwgezet te volgen komend jaar.

‘… maar de diversiteit tussen de industriële branches blijft groot…’

De productie in de chemische industrie is in 2015 (t/m oktober) afgenomen. Voor de Nederlandse chemische industrie geldt dat de export naar de eurozone het grootste afzetgebied is. Wij denken dat groei van het productievolume in 2016 weer zal terugkeren, alhoewel nog gematigd in historisch perspectief. De Duitse brancheorganisatie voor de chemie gaat uit van groei in het productievolume in Duitsland van 1,5%. Alhoewel de concurrentiekracht in de eurozone nog onder druk zal staan, zal de verdere afzwakking van de euro enige verlichting brengen. De export naar landen als Brazilië, de VS en China spelen hier een belangrijke rol.

In de rubber- en kunststofindustrie zijn de omstandigheden eind 2015 gunstig en hebben ondernemers veel vertrouwen. Dit biedt een goede basis voor 2016. Maar ook in deze branche neemt de druk van internationaal opererende bedrijven toe. Een belangrijke afnemer van rubber- en kunststofproducten is de bouw. Volgens ABN AMRO zal de bouwproductie in 2016 weer toenemen (met 4,5% joj) en dat is goed nieuws voor de afzet van deze branche.

De productie in de basismetaalindustrie ligt op een lager groeitempo vergeleken met 2014 en de relatief lage metaalprijzen spelen de branche flink parten. Omzet en orders staan onder druk. De branche heeft de automotive, transport- en energiesector en de bouwsector als belangrijke afnemers. Daar verwachten wij komend jaar verdere groei, met name in de bouwsector.

De metaalproductenindustrie heeft wat tegen-wind gekend gedurende 2015, maar het lijkt erop dat 2015 als geheel positief zal worden afgesloten. Per saldo is de productie t/m oktober gegroeid met 1,2% op jaarbasis. Ook hier speelt de bouwsector een prominente rol en met relatief gunstige verwachtingen voor de bouwproductie, denken wij dat in 2016 de productie van metaalproducten verder zal aansterken. De bedrijven die echter toeleveren aan de meer export-intensieve branches (zoals de machine-industrie), kunnen wellicht sterker profiteren van de groei van de export.

Voor de elektrotechnische- en elektrische apparatenindustrie komen de belangrijkste afnemers uit de energiesector, industriële sector (o.m. producenten van transportmiddelen, telecommunicatie en elektrotechniek), maar ook uit de technische groothandels en de bouw- en installatiesector. Bij een groot deel van deze eindgebruikers zijn de vooruitzichten relatief gunstig en dit komt terug in onze productieverwachtingen voor 2016 en 2017. Met name de groei in de bouw gerelateerde sectoren zal een positieve uitwerking hebben op de productiecijfers.

De machine-industrie bleek in 2015 niet zozeer de parel te zijn van de industriële sector. De productie-groei viel tegen, met name door vertragingen van de groei in de industriële sector in Duitsland. Wel nam de export naar het Verenigd Koninkrijk sterk toe in 2015. Ook de export naar Taiwan, Japan en Zuid Korea kreeg een significante impuls, alhoewel qua volume dit relatief kleine exportlanden zijn. Het gevaar voor de sector ligt in het feit dat de exportgerichte bedrijven nadrukkelijk leunen op Duitsland. De Duitse economie staat er nog relatief gunstig voor, maar de risico’s zijn toegenomen.

De productiegroei in de transportmiddelenindustrie is een uitblinker in 2015. De verkopen van vervoermaterieel op de binnenlandse markt vielen tegen, terwijl de buitenlandse markt de kar moest trekken. De branche is een belangrijke toeleverancier aan de auto-industrie van Duitsland. Met de onzekerheid in de auto-industrie (vanwege Volkswagen) hebben we onze prognoses voor 2016 en 2017 conservatief ingezet. De branche heeft te maken met een verhoogd valutarisico, omdat een groot deel van de grondstoffen worden verrekend in dollars. Met de huidige afzwakking van de euro ten opzichte van de dollar, nemen de grondstofkosten toe en dit werkt negatief door op de marges van bedrijven.

In 2015 was de meubelindustrie de echte groeiparel. De aantrekkende woningmarkt heeft hier een direct verband mee. De productie zal in 2015 sterk toenemen, om vervolgens in 2016 een lager groeitempo te laten zien.

‘Eindoordeel… vooruitzichten industrie voor 2016 gunstig’

Al met al zijn wij positief over de industrie in 2016 en gaan wij uit van een productiegroei van 2,5%. Onze prognoses voor de economie bieden een goed fundament en een veelheid van andere indicatoren tonen aan dat de industrie er nog steeds goed voor staat. Maar er zijn uiteraard wel uitdagingen en de zorgen onder ondernemers zijn nog niet uit de lucht. Want bedenk dat een sterkere afkoeling van de Chinese economie dan verwacht grote gevolgen kan hebben voor de mondiale economie. En Nederland heeft hierdoor een verhoogd risico, want onze economie heeft een zeer open karakter. Een harde landing van de Chinese economie is zeker niet onze verwachting, maar de kans hiertoe bestaat nog steeds. Wij zijn van mening dat de Chinese overheid bij machte is om de Chinese economie te stimuleren op het moment dat het nodig is, om grote economische schokken te voorkomen.