Duurzaam produceren in de food sector. What’s next?

door: Patricia van Roessel , Rob Morren

Duurzaamheid heeft wortel geschoten in de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie. Dierenwelzijn, energie- en waterbesparing, verwaarding van reststromen en verantwoord inkopen: bijna ieder voedingsmiddelenbedrijf houdt zich hier in meer of mindere mate mee bezig. Consumenten, niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), overheden en retailers eisen dit ook steeds meer. Voedingsmiddelenbedrijven realiseren zich dat ze met de verduurzaming van hun activiteiten de toekomst van hun onderneming veiligstellen. Bovendien bespaart het kosten: bijvoorbeeld door zo min mogelijk water en energie in het productieproces toe te passen en zoveel mogelijk in te zetten op hergebruik van reststromen. Een “groene” bedrijfslocatie realiseren is een  volgende stap in de verankering van duurzaamheid in het bedrijfsprofiel. Er zijn inmiddels diverse rekentools en bijbehorende keurmerken beschikbaar om de duurzaamheid van een gebouw en zijn omgeving aan te tonen. Is dit ook uw volgende stap?

Duurzame productie is een containerbegrip. Water- en energiebesparing, hergebruik van afvalstromen als restwarmte, afvalwater en andere reststromen; veel bedrijven scharen deze onderwerpen onder de noemer duurzaam produceren. Dit blijkt ook uit wat de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie er zelf over zegt. Vooral energie- en waterreductie nemen een prominente plaats in binnen menig duurzaamheidsverslag.

Slide1

Afnemers zoeken onderscheid. Ook in duurzaamheid

Foodretailers en foodservicebedrijven zijn voortdurend op zoek naar onderscheidend vermogen in hun formule. Duurzame producten kunnen daarbij helpen. Er zijn inmiddels meer dan 200 (voeding)keurmerken die min of meer objectief aantonen dat iets gezond is voor dier, milieu of maatschappij. Met een omzetaandeel van 7% in de supermarkt, zijn ze niet meer weg te denken uit het schap. Steeds meer retailers en foodservicebedrijven zullen bij de beoordeling van hun leveranciers óók de stappen die ondernemers zetten in het realiseren van een duurzame bedrijfslocatie laten meewegen. Aantoonbare prestaties op het gebied van energiereductie of hergebruik van afvalstromen zeggen namelijk iets over de vooruitstrevendheid van de ondernemer en onderneming en de bereidheid om bij te dragen aan de verduurzaming van de gehele keten: van boer tot bord.


Duurzaamheid als marketing- en merkwaarde verhoger

Dat duurzaamheid de marketing- en merkwaarde verhoogt, laten bedrijven als Tony’s Chocolonely, Ben & Jerry’s en Innocent zien die een vaste schare trouwe gebruikers hebben en opschuiven richting social entrepreneurship: duurzaamheid als hart en hersenen van de organisatie. Deze bedrijven verlenen hun hele identiteit aan duurzaamheid en koppelen dit ook aan kwaliteit. Binnen ketens wordt steeds meer ingezet op ketenverantwoordelijkheid, eerlijke handel en de circulaire economie: het optimaal verwaarden van reststromen. Het betrekken van zowel de keten als de consument daarbij is een voorwaarde voor succes.


Groen bouwen als volgende stap

Een aantoonbaar “groene” bedrijfslocatie realiseren is een belangrijke volgende stap in de verankering van duurzaamheid in het bedrijfsprofiel en de uitstraling naar de markt. Het is een stap die grotendeels zonder afhankelijkheid van ketenpartners gerealiseerd kan worden.

Veel inspanningen voor de verduurzaming van een bedrijfslocatie hebben één ding gemeen: het borgen en het onafhankelijk inzichtelijk maken van inspanningen en resultaten is lastig. Bijvoorbeeld de daadwerkelijke energiereductie of het aantonen dat medewerkers werken in een gezonde en prettige omgeving. Vaak staan inspanningen op zich, leveren ze zeker “iets” op, maar is er van een bepaalde meting of borging beperkt sprake. In de praktijk zijn er verschillende certificeringsmethodes ontwikkeld waarop getoetst kan worden of een bedrijfslocatie duurzaam is. Er zijn methodes die zich meer richten op bedrijfsvoering (ISO) en er zijn methodes die zich meer richten op het gebouw en haar omgeving zelf. De meest uitgebreide certificeringsmethode die leidt tot een keurmerk is BREEAM gevolgd door LEED.

Slide2

BREEAM-keurmerk is het meest omvattend

BREEAM staat voor Building Research Establishment Environmental Assessment Method en is in Nederland, maar ook wereldwijd, één van de meer omvattende en bekendere keurmerken. BREEAM.NL is een keurmerk om zowel nieuwbouwprojecten en grootschalige renovaties (BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie) als bestaande panden (BREEAM-NL-in-Use) te beoordelen op hun duurzaamheidsprestaties. Locaties worden beoordeeld op negen verschillende duurzaamheidsonderwerpen met ieder hun eigen weging:

  • energie (19%)
  • gezondheid (15%)
  • materialen (12,5%)
  • management (12%)
  • landgebruik en ecologie (10%)
  • vervuiling (10%)
  • transport (8%)
  • afval (7,5%)
  • water (6%)

De deelscores leiden tot een totaalscore die wordt uitgedrukt in een keurmerk met sterren:

  • Een ster, vanaf 30% (Pass)
  • Twee sterren vanaf 45% (Good)
  • Drie sterren vanaf 55% (Very Good)
  • Vier sterren vanaf 70% (Excellent)
  • Vijf sterren vanaf 85% (Outstanding)

Een aantal voedingsmiddelenbedrijven behaalde in 2015 al het op één na hoogste BREEAM-NL keurmerk: Excellent.

  • Fabrikant van babyvoeding Picomel Nutrition produceert babymelkpoeder in een productielocatie die BREEAM-NL Excellent is gecertificeerd. Daarbij verlaagt Picomel Nutrition naar eigen zeggen de operationele kosten met circa 8%, o.a. door energiebesparing en -terugwinning.
  • Bieze Food in Nijkerk. Het gaat hier om de nieuwbouw van een logistiek centrum.
  • Slachterij van Hutten in Heeten is de eerste duurzame slachterij met een BREEAM.NL Excellent-keurmerk.
  • Plaza Food, fabrikant van Aziatische maaltijden. Locatie voor maaltijdbereiding (Nijmegen).

In totaal hebben, sinds de start van BREEAM-NL in 2010, 90 industriële nieuwbouwprojecten een BREEAM-keurmerk verkregen. Dit zijn voornamelijk gebouwen met een kantoor- of distributiefunctie.

Slide3

Stappen richting een duurzaam gecertificeerde bedrijfslocatie

Een duurzaamheidskeurmerk voor een bedrijfslocatie maakt vaak onafhankelijk aantoonbaar wat een ondernemer in huis heeft op duurzaamheidsgebied. Dit zorgt voor onderscheidend vermogen richting afnemers. Ook kan het leiden tot besparingen op productiekosten en indirect tot een hogere gebouwwaarde. Daarnaast kan een keurmerk zorgen voor het gemakkelijker bereikbaar maken van “groene” financieringsalternatieven zoals Green Bonds. Ook het welbevinden van medewerkers kan met keurmerken worden aangetoond. Zo hanteren BREEAM en LEED beide strenge eisen op het onderwerp ‘Health’ binnen het certificeringsproces. Na energieproductie is dit de zwaarst wegende categorie binnen BREEAM en telt voor 15% mee in de eindscore.

 

Drie eerste stappen om een duurzame bedrijfslocatie te realiseren

Bepaal uw uitgangspunt. Wat wilt u bereiken op het gebied van verduurzaming? Wilt u een bestaand kantoorpand verduurzamen of zijn er plannen voor de nieuwbouw van een productiehal? Gaat u voor volledige verduurzaming of alleen voor bepaalde aspecten daarvan? Gaat het om betrokkenheid van het management of ook over de gezondheid op de werkvloer? BREEAM en LEED kijken vooral naar het gebouw en de gebouwgebonden installaties; verlichting, verwarming, ventilatie. De procesgebonden installaties voor productie zijn geen onderdeel van de scope van BREEAM. Dit maakt het BREEAM keurmerk vooral aantrekkelijk voor kantoorpanden, distributiecentra en het gebouw dat de productiefaciliteit huisvest

Laat u adviseren. Zo kan BREEAM een zogenaamde quickscan uitvoeren of kan advies worden ingewonnen bij een externe partij. U krijgt hierdoor snel inzicht in de mogelijke kostenbesparing en welk keurmerk voor uw doeleinden het meest geschikt is.

Start eenvoudig. Het is het beste om van meet af aan al te starten met verduurzaming. Dat wil zeggen: al bij de eerste ontwerpfase van de gebouwen die deel uitmaken van een bedrijfslocatie. Maar ook bestaande kantoorpanden of productiehallen kunnen worden verduurzaamd. Een BREEAM-in-Use-keurmerk zorgt voor inzicht in energiestromen en creëert bewustzijn waardoor het op een later moment gemakkelijker is om deze ervaringen mee te nemen bij de verduurzaming van de productieprocessen.

 

Duurzaam bouwen is ook financieel aantrekkelijk

Het certificeren van een duurzame bedrijfslocatie is sterk afhankelijk van het gekozen traject. Gaat het om nieuwbouw of bestaande bouw? Welke aspecten worden verduurzaamd? Het is altijd maatwerk, ook als het gaat om de kosten. De daadwerkelijke certificering kost hooguit €5.000. Advisering, aanpassen ontwerp, enz. is daar niet bij inbegrepen. Volgens onderzoek liggen de nieuwbouwkosten tot 12,5 % hoger dan bij conventionele bouw.

Een belangrijke drijfveer om duurzaam te produceren is het verlagen van de operationele kosten. Binnen de voedingsmiddelindustrie is dit bijna noodzakelijk om concurrentiekracht te behouden of te vergroten. Duurzaam gecertificeerde nieuwe gebouwen laten vaak een reductie in energiekosten zien van meer dan 20%.  Voor gerenoveerde gebouwen ligt dit percentage vaak lager. Ook toont onderzoek aan dat een gebouw met meer daglicht, een belangrijk criterium bij certificering, medewerkers productiever maakt.

Er zijn diverse financiële stimuleringsmaatregelen die een duurzame bedrijfslocatie dichterbij brengen. Iedere maand stelt Wageningen Universiteit een nieuwsbrief samen met daarin het laatste nieuws over subsidieregelingen op landelijk- provinciaal en gemeentelijk niveau. Op landelijk niveau zijn er een aantal belangrijke subsidieregelingen. Keurmerken zoals BREEAM en LEED maken aantoonbaar dat u hiervoor in aanmerking komt.

MIA en VAMIL. De Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) zijn subsidies op milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen voor ondernemers. De MIA biedt de mogelijkheid de fiscale winst te verlagen. Er kan tot 36% van het investeringsbedrag in mindering worden gebracht op de fiscale winst. Het percentage van de aftrek is afhankelijk van de milieueffecten en de gangbaarheid van het bedrijfsmiddel.

Met de VAMIL kan een investering op een willekeurig moment worden afgeschreven. Voor investeringen vanaf 2011 is de willekeurige afschrijving beperkt tot 75%. Door sneller afschrijven vermindert de fiscale winst en wordt minder belasting betaald in dat jaar. Dit biedt een rente- en liquiditeitsvoordeel.

Combinatie van MIA en VAMIL. De MIA en VAMIL zijn twee verschillende regelingen maar worden vaak gecombineerd. Beide regelingen maken gebruik van een gezamenlijke lijst, de zogenaamde Milieulijst. Op deze lijst staan alle bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor MIA en/of VAMIL. Ieder jaar verschijnt een nieuwe Milieulijst op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Energie Investeringsaftrek (EIA). EIA levert gemiddeld 10% voordeel op bij investeringen in energiezuinige technieken en duurzame energie. Van de investeringskosten kan 41,5% worden afgetrokken van de fiscale winst, boven op de gebruikelijke afschrijving.

(Deze informatie is afkomstig van de Belastingdienst en Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (d.d. 1 december 2015). ABN AMRO aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de juistheid van deze gegevens. Raadpleeg voor meer informatie: Belastingdienst.nl of RVO.nl)

Voorgenoemde subsidieregelingen zijn een belangrijke stimulans voor verduurzaming van een bedrijfslocatie. Gebruik van deze regelingen is vaak essentieel als de afweging om te verduurzamen louter financieel gedreven is en weinig intrinsieke motivatie kent. Consumenten, ngo’s en retailers eisen in toenemende mate dat voedingsbedrijven duurzaam ondernemen, maar meerkosten laten zich lastig volledig doorvertalen in consumentenprijzen. Verduurzaming blijft een verantwoordelijkheid van alle schakels in de keten: van boer tot consument. Maar met het realiseren van een duurzame bedrijfslocatie zet u wel een belangrijke individuele stap.

 

 


 

Aan deze sector update werkten mee:

  • Ragna Clocquet, Senior Consultant Energy & Sustainable Buildings. Royal HaskoningDHV
  • Patricia van Roessel, Analyst Sustainability ABN AMRO
  • Maurice de Jong, Redacteur Mybusinessmedia
  • Rob Morren, Sector Banker Food ABN AMRO