De eiwit-challenge voor de Nederlandse veehouderij, deel 2: Alternatieven voor soja-import verminderen importafhankelijkheid

door: Wilbert Hilkens

De-eiwit-challenge-alternatieven-voor-soja-import.pdf (2 MB)
Download

Vlieglarven, eendenkroos of soja van Europese bodem. Misschien niet het eerste waar u aan denkt als eiwitbronnen voor veevoer. Toch zijn het interessante oplossingsrichtingen om de afhankelijkheid van sojaimport te verminderen. Door de impact van de sojateelt op het milieu en de sociale omstandigheden in de Zuid-Amerikaanse productiegebieden, staat de import van soja ter discussie. Verduurzaming van de soja-aanvoer is belangrijk. Maar zijn er misschien ook andere ingrediënten voor eiwitrijk veevoer te vinden?
Soja is een belangrijk ingrediënt voor het voer van onze dieren. De Nederlandse veehouderij importeert het grootste deel daarvan uit Zuid-Amerika en is daardoor sterk afhankelijk van de sojateelt daar. In de Eiwit-Challenge gaan we dieper in op die afhankelijkheid. In het eerste deel van ons rapport keken we naar de verduurzaming van de geïmporteerde soja. Een van onze conclusies is dat Europa nog vele jaren sterk afhankelijk blijft van Zuid-Amerikaanse soja. Daarom is het van belang om de bestaande sojastromen te verduurzamen. Toch is het belangrijk dat we ook blijven zoeken naar goede alternatieven.

Welke dat kunnen zijn, bekijken we in dit slotdeel van het tweeluik. De alternatieven die op dit moment het meest interessant lijken:
1. verhoging eiwitgehalte in bestaande energierijke grondstoffen;
2. verbetering eiwitwinning uit bijvoorbeeld zonnepitten en tarwe;
3. teelt van soja, erwten, bonen en gras;
4. teelten van in de EU buiten het huidige landbouwareaal.

Per alternatief laten we zien hoeveel tijd het kost voordat ze commercieel toepasbaar zijn in veevoer. Ook zeggen we iets over wet- en regelgeving, het maatschappelijk draagvlak, economische vervangbaarheid en de carbon footprint. Onze belangrijkste conclusie is dat de vervanging van soja-import op dit moment maar deels mogelijk is met een combinatie van de beschikbare alternatieven. Door innovatie van verwerkingsprocessen en vooral verdere veredeling, neemt het aantal mogelijkheden op termijn toe en komt mogelijkerwijs volledige vervanging in beeld. Als dat het streven is, dan hebben we er nog minimaal 10 jaar voor nodig.