Latijns-Amerika – Het ergste lijkt achter de rug

door: Marijke Zewuster

NL-2015-Latam.pdf (187 KB)
Download

Economische groei trekt in 2016 weer iets aan
Export is de belangrijkste aanjager
Neerwaartse risico’s blijven aanzienlijk

Grote groeiverschillen

Verder afzwakkende grondstofprijzen, een minder sterke mondiale groei en interne problemen zijn de belangrijkste redenen dat 2015 opnieuw een teleurstellend jaar werd. Na vier jaren van afnemende groei eindigt het regionale BBP dit jaar naar verwachting net in de min (-0,4%). De onderlinge verschillen zijn echter groot en de cijfers voor met name Venezuela en Argentinië niet erg betrouwbaar. We gaan ervan uit dat de regio inmiddels het ergste achter de rug heeft en dat in de loop van 2016 een aantrekkende export zal zorgen voor voorzichtig economisch herstel. Hierdoor zal de regionale groei naar verwachting uitkomen op 0,8% in 2016 en 2,4% in 2017.

Export gaat de kar trekken

De ongunstige economische ontwikkeling en een toegenomen risicoaversie maakten dat de Latijns-Amerikaanse munten dit jaar ten opzichte van de dollar tot de slechts presterende ter wereld behoren. In eerste instantie zorgde dit voor een toename van de problemen (hoger tekort op de lopende rekening, inflatie, verslechtering buitenlandse schuldratio’s, hogere rentes) maar uiteindelijk ligt hier ook de sleutel tot herstel. De import daalt en er is sprake van een voorzichtige opleving van de export. De naar verwachting in 2016 weer iets stijgende grondstofprijzen en een aantrekkende wereldhandelsvraag zullen de positieve bijdrage van de externe sector aan de groei in 2016 versterken. In het kielzog hiervan zullen ook de investeringen weer aantrekken. In 2017 zal de groei daardoor verder aantrekken, maar structurele problemen en de invloed van een restrictief economisch beleid staan in de meeste landen een uitbundig herstel in de weg.

151125-MAP_Latam-1

Het herstel zal het sterkst zijn in de landen die deel uitmaken van de Pacific Alliance; Chili, Colombia, Mexico en Peru. Ook voor Brazilië verwachten we dat de in de loop van 2016 de economie zal aantrekken, maar onvoldoende om te zorgen voor positieve groei. Mogelijk kan Argentinië voor een positieve verrassing zorgen nu de verkiezing van de centrum-rechtse oppositiekandidaat Macri als president een einde brengt aan de jarenlange Kirchner dynastie. Dit zal het ondernemersvertrouwen een sterke impuls geven, maar de structurele problemen zijn ook hier niet zomaar weggepoetst.

Schokbestendigheid is verslechterd, maar…

Dankzij fiscale en monetaire verruiming, maar vooral ook dankzij gunstige grondstofprijzen zijn de meeste landen in Latijns Amerika goed door de financiële crisis in 2009 gekomen. Dit voedde het idee dat de regio schokbestendiger was dan voorheen. Vijf jaar later is dit beeld minder gunstig. De economische stimuleringsmaatregelen van de afgelopen jaren waren vooral gericht op het stimuleren van de vraag en niet op het oplossen van structurele problemen aan de aanbodkant. Dit werkte zolang het vertrouwen groot was, maar met de verdere daling van de grondstofprijzen zakte het ondernemers- en het consumentenvertrouwen steeds verder weg. Dit werd versterkt door interne (politieke) problemen in veel landen. In eerste instantie leidde dit tot een daling van de investeringen, maar uiteindelijk ook tot een afname van de consumptieve bestedingen.

De dalende inkomsten uit grondstoffen zorgden bovendien voor een aanzienlijke verslechtering van de overheidsbegroting en een oplopende overheidsschuld. Hierdoor is het vet van de botten verdwenen en dit maakt de regio nu kwetsbaarder voor externe schokken dan in 2009. Ook hier geldt dat de onevenwichtigheden in Argentinië en Brazilië niet te vergelijken zijn met die van de landen die behoren tot de Pacific Alliance, om over Venezuela maar te zwijgen.

151125-MAP_Latam-2

…gelukkig blijft externe positie gezond

Opmerkelijk is dat ondanks de toegenomen kwetsbaarheid, de instroom van directe buitenlandse investeringen (DBI) in de regio omvangrijk blijft. Volgens de cijfers in het laatste World Investment Report dat de UNCTAD medio dit jaar publiceerde, namen de DBI in 2014 af met 14%. Dit had echter vooral te maken met een forse daling van de investeringen in Mexico, volgend op een uitzonderlijk sterk 2013. Ondanks alle problemen daalde de instroom van DBI in Brazilië met slechts 2% en bleef het land met een totaal van USD 63 mrd veruit de belangrijkste ontvanger van DBI in de regio. Wereldwijd komt Brazilië uit op een zesde plaats. Daarnaast noemt in een enquête van de UNCTAD, 10% van de multinationals Brazilië als belangrijkste bestemming van DBI in de komende twee jaar. Hiermee komt Brazilië op een vierde plaats, na China, de VS en India. Belangrijk is ook dat in de meeste landen de instroom van DBI het tekort op de lopende rekening (vrijwel) volledig dekt. Samen met de hoge reserves is dit nog altijd één van de belangrijkste buffers die bescherming bieden bij externe schokken.

Geen ruimte voor monetaire stimulering

De inflatie is in vrijwel alle landen onder invloed van afzwakkende munten verder toegenomen. Toch zijn ook hier grote onderlinge verschillen. Het regionale gemiddelde (18,5% in 2015) wordt vertekend door torenhoge inflatie in Argentinië (circa 50%) en Venezuela (meer dan 100%). Laten we deze landen buiten beschouwing dan is vooral het verschil tussen Brazilië aan de ene kant en de landen van de Pacific Alliance aan de andere kant opvallend. In Brazilië is de inflatie inmiddels opgelopen tot bijna 10% en de beleidsrente bedraagt 14,25%. Mocht de inflatie boven de 10% uitkomen, dan zijn verdere renteverhogingen niet uitgesloten.

151125-MAP_Latam-3

In de vier landen van de Pacific Alliance ligt de inflatie een stuk lager en kon lange tijd indien nodig een flink accomoderend monetair beleid gevoerd worden. Die ruimte is door de depreciatie van de munten een stuk kleiner geworden. Colombia, Chile en Peru hebben onlangs ondanks de groeivertraging hun beleidsrentes iets verhoogd. Verdere voorzichtige renteverhogingen lijken waarschijnlijk, mede met het oog op de aanstaande verhoging van de rente in de VS. Dit geldt ook voor Mexico die van de vier landen de laagste inflatie heeft (2,5% in oktober). Sinds de laatste renteverlaging in juni 2014 bedraagt de beleidsrente in Mexico 3%.

Neerwaartse risico’s blijven hoog

Meer nog dan voor andere regio’s geldt dat de neerwaartse risico’s aanzienlijk zijn. Latijns-Amerika is en blijft primair een grondstoffenexporteur die mee vaart op de golven van de mondiale economie. Daarnaast zijn er ook nog altijd grote structurele problemen die de groei belemmeren. We noemen een laag niveau van besparingen en investeringen, gebrekkige kwaliteit van de infrastructuur en het onderwijs, inkomensongelijkheid en corruptie. Naast externe risico’s samenhangend met een harde landing in China en een toegenomen risicoaversie als gevolg van de renteverhogingen in de VS, blijven interne factoren dan ook een belangrijke rol spelen.

Ook speelt specifiek voor Latijns-Amerika het weer, in de vorm van El Niño een rol. Dit zou wel eens nadelig uit kunnen pakken voor de groei in met name Peru en wellicht ook Argentinië, terwijl Brazilië hier juist van zou kunnen profiteren. Ondanks hoge internationale reserves vormt ook de verslechtering van externe schuldratio’s een punt van zorg. Met name de verhouding tussen buitenlandse schuld en exportinkomsten is in veel landen de afgelopen jaren verslechterd. Verder bestaat het risico dat landen, nu de welvaart afneemt, in plaats van te bezuinigen, eerder een meer non-conformistisch beleid gaan voeren. Ook kan de afname van het welvaartsniveau de sociale onrust weer doen oplaaien. De inkomensverdeling behoort immers nog altijd tot een van de scheefste van de wereld. Dit alles kan het toch al lage consumenten- en producentenvertrouwen verder schaden.

Dit artikel maakt deel uit van de “Visie op Wereldeconomie” van 25 november 2015.