De hybride motor van de energietransitie

door: Hans van Cleef

De-hybride-motor-van-de-energietransitie-def.pdf (2 MB)
Download

In deze gezamenlijke publicatie van TNO en ABN AMRO Economisch Bureau gaan we in op de (verwachte) ontwikkeling van de transitie binnen de energiemarkt. We kijken naar de relatie tussen traditionele en hernieuwbare methoden van energieopwekking en de gevolgen hiervan op gebied van klimaat, economie en veiligheid. Na het schetsen van een beeld van de ontwikkelingen op mondiaal niveau aan de hand van drie noodzakelijke transities zullen we inzoomen op de huidige en verwachte toekomstige situatie in Noordwest Europa. Dit betreft de transities van: het aanbod van energie, de vraag naar energie, en een financiële transitie. Tot slot beschrijven we de mogelijkheden ten aanzien van sturingsmechanismen voor de Europese Commissie om verantwoord duurzaam te investeren in fossiele én hernieuwbare brandstoffen in dienst van de energietransitie.

 

 

Verduurzaming van de energiemix is een belangrijk onderwerp in de publieke discussie en wordt daarom in de media vaak besproken. Voor een evenwichtige en succesvolle transitie is het belangrijk de discussie met de nodige nuance te voeren. De verduurzaming van de energiemix kan niet snel genoeg gaan. We moeten hierbij de realiteit echter niet uit het oog verliezen. En die is dat we in Nederland momenteel slechts ca. 5% van onze energievoorziening betrekken uit duurzame bronnen. Het gaat vele jaren duren voordat we de transitie naar een volledig duurzame energiemix hebben gemaakt. We kunnen ons in de tussenliggende periode niet veroorloven fossiele energiebronnen volledig te negeren. De komende periode zal daarom ook op een verstandige manier moeten worden geïnvesteerd in fossiele bronnen, momenteel dus nog 95% van onze energievoorziening. Dit is onvermijdelijk. Het zou goed zijn als deze investeringen ook onderdeel zouden zijn van het publieke debat. Deze nuance is nodig om een complex onderwerp als de energietransitie, met al zijn op elkaar inwerkende actoren en factoren tot een groot succes te maken.

Samenvatting

Voor de politiek zijn, naast de verduurzaming van de energiemix en de verlaging van CO2-uitstoot, de leveringszekerheid van energie en de economische belangen ook cruciaal. Momenteel is er in bijna ieder land een mismatch tussen deze drie pijlers. Verduurzaming van de mondiale energiemix gaat niet goed lukken zolang daar geen internationale afspraken over worden gemaakt. Op het moment dat ook de grootverbruikers zich achter verregaande maatregelen scharen kan de verduurzaming van de energiemix een volgende fase ingaan. Hierbij moeten ook leveringszekerheid en de economische belangen worden meegewogen. Dit moet bij elkaar leiden tot ambitieuze maar realiseerbare doelstellingen waarbij de transitie moet worden vertaald op drie verschillende terreinen waarmee zowel consumenten als producenten uit de voeten kunnen. De transitie moet plaatsvinden op het gebied van vraag én aanbod van energie en op het gebied van financiering.

Inzetten op diversificatie van de energiemix lijkt voor zowel producenten als consumenten de beste oplossing, waarbij de hoogste prioriteit moet liggen bij de energiebronnen die het minste CO2 uitstoten. Regelmatig wordt er gezegd dat alle investeringen in fossiele brandstoffen moeten worden gestaakt en alle pijlen moeten worden gericht op hernieuwbare energie. Naast de broodnodige investeringen in hernieuwbare energie is het ten dienste van een effectieve transitie ook nodig om aandacht te houden voor de traditionele energievoorziening en de wisselwerking tussen traditioneel en hernieuwbaar. Dit komt deels doordat hernieuwbare energie nog niet in staat is om fossiele energie volledig te vervangen. Anderzijds is, gezien de te verwachten stijging van de vraag naar energie, met name met het oog op de opkomende economieën, het investeren in onderhoud en vervanging van fossiele energie voorlopig ook noodzakelijk. Hierbij dient te worden gekeken wat de schoonste oplossingen zijn zolang de genoemde transities gaande zijn. Op deze manier kan men verantwoord duurzaam investeren in fossiele brandstoffen in dienst van de energietransitie.

Daarnaast kunnen ontwikkelde landen opkomende economieën helpen met het aanleggen van duurzame oplossingen en het focussen op efficiency. Het over de grens inzetten van subsidies zou daarbij een oplossing kunnen bieden. Hierdoor kunnen de landen, die anders afhankelijk blijven van goedkope maar meer vervuilendere grondstoffen, ook de stap maken richting verduurzaming van hun energiemix. Deze verduurzaming zou dan plaats kunnen vinden zonder daarmee te afhankelijk te worden van geopolitiek gevoelige relaties met olie- en/of gasproducenten. Een afbouw van het kolenverbruik kan daarmee worden bespoedigd. Daarnaast moeten de Europese overheden blijven inzetten op het beschikbaar stellen van subsidies voor innovatie en technologische verbeteringen op het gebied van energie-efficiency en energieopslag.

Meer en meer komt het besef dat je als individueel land geen potten kan breken. Om tot de beste resultaten te komen zal de focus voor de energietransitie moeten komen te liggen op een gezamenlijke aanpak in bijvoorbeeld Noordwest Europa. Door middel van samenwerken, in plaats van normatieve nationale doelen, kunnen betere en efficiëntere stappen worden gezet. Naast het plukken van laaghangend fruit – zoals de focus op efficiency en energiebesparing – moet de Europese Commissie te rade gaan of het ETS het enige juiste instrument is om de energietransitie te realiseren. Een goedwerkend ETS zou zeker bijdragen aan een snelle terugdringen van de uitstoot van CO2.

Verder zou Nederland ook gebruik kunnen maken van het wettelijk vastleggen van CO2-reductiedoelstellingen voor 2050. Zoals de RLI aangeeft zou dit een kader moeten scheppen waarin de markt zelf kan bekijken hoe dit op de meest efficiënte manier tegen aanvaardbare kosten kan worden ingevuld, uiteraard onder toezicht van een onafhankelijke partij. Door te sturen op een beprijzing van CO2 in combinatie met het verplichten tot afbouw, dwing je de markt om zo snel mogelijk de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en op die manier de opwarming van het klimaat binnen de perken te houden.