Azië – China, wereldhandel en Fed bepalen beeld 2016

door: Arjen van Dijkhuizen

NL-2015-Azie.pdf (515 KB)
Download

Ondanks tegenwind blijft regionale groei in 2015 behoorlijk op peil
We verwachten dat de geleidelijke groeivertraging in 2016 en 2017 doorzet
Lage inflatie, ondanks valutazwakte, maakt verdere verruiming mogelijk
Belangrijkste risico’s hangen samen met China, renteverhogingen Fed, hoge schulden/afzwakking kredietgroei en ontwikkeling wereldhandel

2015: China, Fed en zwakke wereldhandel zorgen voor forse tegenwind

Voor opkomend Azië is 2015 een turbulent jaar geworden, met tegenwind uit verschillende hoeken. De scherpe beurscorrectie en de onverwachte wijziging van het valutabeleid versterkten de zorgen over de groeivertraging van China. Hierdoor en door de onzekerheid over de aanstaande renteverhoging(en) door de Federal Reserve, kwam een kapitaaluitstroom op gang en zijn de financiële omstandigheden krapper geworden. Inmiddels is de vrees voor een harde landing van China afgenomen en zijn de financiële omstandigheden iets minder krap geworden. Ook de zwakke wereldhandel, de stagnerende verkoop van elektronica in het bijzonder, zorgde voor tegenwind. De zwakke buitenlandse vraag liet zijn sporen na in de exportgerichte Aziatische economieën. En tot slot is de aanhoudende neerwaartse druk op de grondstofprijzen nadelig voor grondstoffen exporterende landen als Maleisië en Indonesië. Voor Azië als geheel zijn lagere grondstofprijzen echter voordelig: de grootste economieën zijn netto importeur van grondstoffen.

151125-MAP_Azie-1

Toch blijft de regionale groei behoorlijk op peil, …

Toch is de regionale groei behoorlijk op peil gebleven in 2015: net boven 6%, tegen 6,3% in 2014. Ons basisscenario van een aanhoudende geleidelijke groeivertraging in China is uitgekomen, ook al gaat de transitie soms schoksgewijs en is de Chinese invoer zwak. Onze visie is gebaseerd op 1) het feit dat een veerkrachtige dienstensector tegenwicht biedt aan de zwakte in de industrie en de bouw en 2) de veronderstelling dat de autoriteiten blijven stimuleren om een ‘onordelijke’ harde landing te voorkomen. Intussen groeit India dit jaar meer dan eerder verwacht. Door de herziening van de BBP-methodiek viel de groei een stuk hoger uit. Op grond hiervan hebben we onze raming voor 2015 verhoogd van 5,5% naar 7,5%. Deze verhoging voor India compenseert min of meer de verlaging van de groeiramingen voor 2015 voor een aantal andere Aziatische landen, met name economieën als Taiwan en Singapore die sterk afhankelijk zijn van de buitenlandse handel.

… met stabilisatie in het derde kwartaal

De geleidelijke vertraging in opkomend Azië zet zich in 2015 voort, al bleef de regionale groei in het derde kwartaal stabiel op 6,1% j-o-j. De groeivertraging wordt vooral veroorzaakt door een zwakke buitenlandse vraag. In een aantal landen speelt ook een haperende binnenlandse vraag een rol. In vergelijking met het tweede kwartaal is de groei op jaarbasis in het derde kwartaal licht vertraagd in China en Maleisië. De groeivertraging was echter sterker in Taiwan (de eerste krimp sinds de mondiale crisis), Hongkong en Singapore. In Zuid-Korea heeft de groei zich in het derde kwartaal juist hersteld. De PMI’s (meten stemming onder inkoopmanagers) voor de verwerkende industrie wijzen ook op een stabilisatie van de groei. De regionale BBP-gewogen PMI voor de verwerkende industrie steeg naar 48,9 in oktober (de eerste verbetering sinds mei), maar blijft nog wel onder het omslagpunt van 50. In Hongkong, Indonesië en Taiwan is deze index nog relatief zwak, ondanks een verbetering in de voorbije maanden. Alleen voor India en Vietnam ligt de PMI voor de verwerkende industrie op dit moment boven 50.

151125-MAP_Azie-2

 

151125-MAP_Azie-3

Aanhoudende geleidelijke vertraging in 2016-17 onder aanvoering van China

Wij verwachten dat de regionale groei geleidelijk aan verder afzwakt, van 6,1% in 2015 naar 6,0% in 2016 en 5,8% in 2017. Deze vertraging wordt veroorzaakt door China. We verwachten dat de Chinese groei afneemt van 7% in 2015 naar 6,5% in 2016 en 6% in 2017. Ook voor Maleisië, dat relatief hard is getroffen door de daling van de grondstofprijzen en last heeft van begrotings-perikelen, gaan we uit van een groeivertraging in 2016. Voor Zuid-Korea, Indonesië, Singapore, Taiwan en Thailand rekenen we juist op een lichte groeiversnelling in 2016, gesteund door een opleving van de externe vraag (al blijven krappe financiële condities voor tegenwind zorgen). De groei blijft naar verwachting stabiel ten opzichte van 2015 in India (7,5%) en Hongkong (2,5%). India blijft dus ook in 2016 en 2017 naar verwachting de snelst groeiende economie van opkomend Azië. Het is echter wel van belang dat de regering-Modi doorgaat met hervormen, omdat anders de groeivooruitzichten voor India op termijn nadelig beïnvloed kunnen worden.

Inflatie blijft laag ondanks valutazwakte …

In de loop van 2015 zijn de Aziatische valuta’s ten opzichte van de Amerikaanse dollar in waarde gedaald. Dit weerspiegelt niet alleen de kracht van de dollar, maar ook de zorgen over de groei-vertraging van China en de yuan-devaluatie. De Maleisische ringgit, de Indonesische roepia en de Thaise baht zijn het sterkst in waarde gedaald, ook al volgde in de afgelopen maanden enig herstel. Wij verwachten dat de Federal Reserve in december 2015 de beleidsrente verhoogt met 25 basispunten, gevolgd door nog eens 75 basispunten in 2016. We gaan er dan ook van uit, dat de Aziatische valuta’s in 2016 nog wat verder verzwakken tegenover de dollar, waarbij de Chinese yuan en de Indiase roepie het relatief goed blijven doen. Ondanks de valutazwakte blijft de regionale inflatie opmerkelijk laag. Dit houdt verband met de lage grondstofprijzen en de zwakke binnenlandse vraag. De regionale kerninflatie is zelfs gedaald tot onder 1%. In Singapore en Thailand is de inflatie negatief. In China dalen de producentenprijzen al sinds begin 2012.

151125-MAP_Azie-4

… waardoor er ruimte blijft voor stimulerend beleid

Tegen de achtergrond van de lage inflatie is het monetaire beleid in de loop van 2015 versoepeld in China, India, Korea, Indonesië, Singapore, Taiwan en Thailand. Hoewel de ruimte voor monetaire versoepeling is afgenomen en centrale banken voorzichtiger worden met het oog op de naderende renteverhogingen in de VS, zien wij nog wel ruimte voor verdere monetaire stimulering in China en mogelijk ook in India en Indonesië. Daarnaast is er ruimte voor budgettaire stimulering, want de overheidsfinanciën staan er in de meeste landen goed op. Alleen in India, Maleisië en Vietnam is het begrotingstekort in 2015 hoger dan 3% van het BBP. De schuldratio’s zijn voor de meeste landen niet hoger dan 50% van het BBP.

Belangrijkste risico’s

Een eventuele harde landing van China blijft het belangrijkste risico voor opkomend Azië. Dit zou namelijk de regionale handel hard raken en tot marktonrust leiden. Een ander belangrijk risico vloeit voort uit de verwachte renteverhogingen in de VS, zeker in relatie tot de hoge schuld- niveaus in onder meer China, Zuid-Korea, Hong Kong, Singapore, Thailand en Maleisië. Dit kan opnieuw tot kapitaaluitstroom en – samen met andere factoren die de kredietgroei remmen – tot krapper wordende financiële condities leiden. Hoewel valutazwakte kan bijdragen aan herstel van de concurrentiekracht, worden betalingsverplichtingen bij in vreemde valuta’s luidende schulden hierdoor hoger. Gegeven hun sterke afhankelijkheid van grondstoffen, hun handelsrelaties met China en externe gevoeligheden zijn Indonesië en Maleisië het meest kwetsbaar voor de risico’s rond China en de Fed. Deze twee landen staan in onze top zes van risicovolle opkomende markten. Aanhoudende zwakte van de wereldhandel is ook een belangrijk risico voor exportgerichte economieën van Azië. Tot slot kunnen ook (geo)politieke spanningen – onder meer claims op territoriale wateren – de vooruitzichten negatief beïnvloeden.

Dit artikel maakt deel uit van de “Visie op Wereldeconomie” van 25 november 2015.