We hebben een crisis nodig in de bouw

door: Madeline Buijs

Eens was in Nederland de vrije huursector groter dan de koop- en sociale huursector. Vertel ik nu een sprookje? Nee. Net na de Tweede Wereldoorlog bestond 60% van de woningvoorraad uit vrije sector huurwoningen, blijkt uit een recente publicatie van Platform 31. Mede door de slechte reputatie van de vrije huursector is er sindsdien door de overheid ingezet op sociale huur en koop. Daardoor bestaat in 2015 nog maar 9% van de woningvoorraad uit vrije sector huurwoningen.

Maar er is wat aan het veranderen. Commerciƫle partijen zijn zich tijdens de crisis weer gaan toeleggen op het bouwen van vrije sector huurwoningen, blijkt uit cijfers van het CBS. In de periode 2009-2014 steeg het aantal afgegeven vergunningen voor vrije sector huurwoningen met 5%, terwijl het aantal vergunningen voor koopwoningen met 39% daalde. En dan laten we de sociale huurwoningen even buiten beschouwing, aangezien die vooral door corporaties gebouwd worden.

Deze ontwikkeling is toe te juichen. Het is voor de doorstroming en flexibiliteit van de woningmarkt essentieel dat er meer vrije sector huurwoningen komen. Het grote gevaar zijn de stijgende huizenprijzen. Hier zit een simpele economische redenering achter. Hoe hoger de huizenprijzen, hoe meer winst bouwers behalen per gebouwde koopwoning. Het is niet voor niets dat er tijdens de crisis op de woningmarkt meer vrije sector huurwoningen werden gebouwd. De prijzen van koopwoningen lagen toen ruim 20% lager dan op de top van de markt in 2008. Het werd daarom lucratiever om huurwoningen te bouwen.

Nu de huizenprijzen weer stijgen is de kans groot dat bouwers zich weer gaan storten op de koopwoningen. Dit is al terug te zien in de afgegeven vergunningen, voor koopwoningen stijgen die sterk. En dan blijven we zitten met een scheve woningmarkt. Laten we daarom de crisis niet vergeten. Of zoals Winston Churchill zei: Never let a good crisis go to waste.

Deze column verscheen eerder in Cobouw op 6 augustus 2015