Fosfaatrechten maken melkveehouderij miljarden rijker en een illusie armer

door: Pierre Berntsen

Fosfaatrechten in de melkveehouderij zijn uiteindelijk onvermijdelijk gebleken. De melkveesector is net als andere sectoren een optelsom van individuele ondernemingen waarbij het bedrijfsbelang voorop staat. Daarbij ben ik van mening dat de stuwende invloed van de impasse rond NB en PAS op het aantal groeisprongen wordt onderschat. Deze onduidelijkheid heeft tot extra groei geleid.

Met de keuze voor fosfaatrechten wordt het sectorplafond  vertaald naar bedrijfsniveau. De impact daarvan verschilt enorm. Een stopper heeft uitzicht op een onverwachte meevaller, terwijl een ondernemer met een onderbezette stal zich zorgen maakt over het perspectief van zijn bedrijf. Duidelijkheid heeft zijn prijs en de komende tijd zal blijken hoeveel betaald wordt voor de rechten.

 

Rem op groei en bedrijfsontwikkeling

We weten uit ervaring dat ook zonder fosfaatrechten het rendement van groei de eerste jaren nihil is. Dit is onder andere het gevolg van kosten voor mestverwerking, financiering en grondgebondenheid. Fosfaatrechten verhogen de kosten van groei en snoepen zo rendement en investeringsruimte weg. Groeisprongen worden de komende jaren dan ook weer schaarser. We gaan weer naar ‘een spantje erbij’ in plaats van een stal erbij. Er is overigens niks mis met geleidelijke, beheersbare groei.

Het uitbesteden van jongvee komt sterker in beeld, maar de goedkoopste groei wordt de groei uit BEX-voordeel. De één krijgt daar meer energie van dan de ander. Omdat extensieve bedrijven niet of minder hoeven te investeren in grond, ruwvoer en mestafzet is hun ontwikkelkracht sterker dan intensieve bedrijven. Je mag verwachten dat intensieve bedrijven door de stapeling van maatregelen meer worden beperkt in hun groei.

 

Fosfaatrechten komen boven op AmvB grondgebondenheid

De afgelopen jaren overheerste de gedachte dat grond de basis zou worden voor bedrijfsontwikkeling. Dat is nu achterhaald en deze wetenschap neemt een deel van de run op grond weg, maar niet helemaal. Uit gesprekken met klanten en een analyse door onze Agriteams blijkt dat ruim 5% van de relaties van ABN AMRO een uitdaging heeft om de grondpositie met meer dan enkele hectares te versterken als gevolg van deze AmvB. Daarbij wordt steeds vaker de samenwerking met een akkerbouwbedrijf gezocht. Zo ontstaat uitwisseling van voer, mest en verruiming van het bouwplan. Dit biedt ontwikkelruimte voor beide bedrijven en versterkt kringlopen van mineralen en organische stof. Het belang van een goede bodemgesteldheid wordt in de akkerbouw steeds breder onderkend. De introductie van fosfaatrechten heeft gevolgen voor de uitkomst van onze analyse. Wij gaan de komende periode opnieuw met onze klanten in gesprek om de impact van de nieuwe maatregelen te bespreken. Voorzichtigheidshalve voerde ABN AMRO de afgelopen maanden bij groeiplannen al een stresstest uit op de mogelijke invoering van productierechten.

 

Rendement is zuurstof voor innovatie

Fosfaatrechten hebben geen invloed op de Nederlandse melkprijs. Die is al enkele centen hoger dan in de rest van Europa: chapeau nationale zuivelindustrie! Handhaving van deze voorsprong is al een uitdaging, laat staan vergroting. Dat betekent dat de kosten voor rechten ten koste gaan van andere zaken. Van aankoop en pacht van grond, van innovatie en van het rendement of inkomen. Verlies van financiële vitaliteit en innovatie gaat op termijn ook ten koste van onze internationale concurrentiepositie.

 

Zorgen van de melkveehouder

Maar wat moet je met bovenstaande als je net samen met je ouders de oude versleten stal hebt vervangen en op de toekomst hebt gebouwd? Met de intentie om de komende jaren uit eigen aanfok door te ontwikkelen. Behoor je dan tot de verliezers van de vrije zuivelmarkt, vol met verwachtte marktkansen? Laten we hopen van niet. Ik denk dat een sector van ‘samen de schouders eronder’ sterker is dan een sector van ‘winnaars en verliezers’. Het lobbyen voor belangrijke details rond de aangekondigde wetgeving is begonnen. Ik wens belangenbehartigers, bestuurders en de staatssecretaris veel wijsheid toe bij de invulling daarvan.

 

Je zou bijna vergeten dat de we het hebben over een parel van de Nederlandse economie, die bol staat van kundige en enthousiaste melkveehouders in een internationaal erkend, ijzersterk cluster.