Energie Monitor juni – OPEC klaar voor tweede ronde

door: Hans van Cleef

  • Herstel olieprijs koelt af, korte termijn neerwaartse risico’s nemen toe
  • OPEC maakt zich klaar voor volgende stap in strijd marktaandeel
  • Door lager groeitempo olievraag China zal de balans in olieprijs op een lager niveau liggen

 

Verder herstel olieprijzen uitgesteld

Op zes mei jongstleden bereikten de olieprijzen het hoogste punt sinds het herstel in januari intrad na de enorme prijsdaling van afgelopen jaar (Brent – USD 69,63/vat en WTI – USD 62,58/vat). Inmiddels neemt de neerwaartse druk op de olieprijs weer toe (figuur 1). De recente stagnatie en toegenomen druk op de olieprijs is vooral te verklaren door een aantal factoren. Voordat we daartoe komen is het belangrijk vastte stellen dat er fundamenteel niet veel veranderd is ten opzichte van de situatie in januari. Er was, en is, een situatie van overaanbod en deze situatie zal op korte termijn niet veranderen.

Nu de redenen dan voor de recente prijsdruk. In de eerste plaats was het herstel van de olieprijs mede gebaseerd op een verzwakking van de dollar. Recentelijk is de dollar weer sterker geworden als gevolg van verwachtingen ten aanzien van het beleid van de Federal Reserve, in combinatie met de toegenomen onrust met betrekking tot de situatie in Griekenland.

In de tweede plaats heeft ook het opbouwen van speculatieve long-posities door met name hedgefondsen bijgedragen aan het herstel van de olieprijzen. Inmiddels hebben hedgefondsen hun speculatieve posities wat afgebouwd. Minder long-posities zorgen voor nieuwe druk op de olieprijs.

Een laatste factor voor nieuwe druk op de olieprijs is het feit dat door de toegenomen productie-efficiency en de hogere olieprijs productie van schalieolie in de Verenigde Staten veelal weer winstgevend is geworden. Hoewel de productie nog licht daalt, is de verwachting dat de olieproductie in de VS rond het huidige record niveau kan blijven (figuur 2). Immers, oliebedrijven hebben hun te produceren olie reeds tegen hogere prijzen op de termijnmarkt kunnen verkopen. Hierdoor blijft het rendabel om de productie voort te zetten dan wel te hervatten. Ook eerder geboorde – maar nog niet in productie genomen – olieputten kunnen alsnog in productie komen. Dit wordt bevestigd doordat de daling van het aantal boorinstallaties lijkt af te nemen en dus, na een periode van bijna zes maanden, mogelijk stabiliseert.

Besluit OPEC vergadering lijkt hamerstuk

Op 5 juni zal de OPEC beslissen over haar productiequotum. Waar de algemene marktverwachting eerst nog was dat de OPEC in juni alsnog het quotum naar beneden zou bijstellen, gaat de markt er – net als wij –  inmiddels van uit dat de OPEC haar beleid niet zal veranderen. Dit zou inhouden dat de OPEC haar productiequotum van 30 miljoen vaten per dag handhaaft en daarmee beoogt het marktaandeel van de OPEC te behouden. Zelfs de woordvoerders van Iran geven nu aan dat de OPEC haar productie zeer waarschijnlijk onveranderd laat. Voorafgaand aan de vergadering in november 2014 was Iran, samen met Venezuela, juist aan het lobbyen om de productie te verlagen om daarmee de prijs te ondersteunen.

Uit het strategierapport van de OPEC blijkt dat zij verwacht dat de olieproductie uit niet-OPEC landen in ieder geval tot 2017 zal blijven toenemen. De OPEC zal, door te blijven produceren en daarmee marktaandeel proberen veilig te stellen, niet als ‘swing-producer’ optreden. Dit blijkt uit diverse signalen die woordvoerders van OPEC leden afgeven, maar ook uit het feit dat, in tegenstelling tot in de VS, het aantal boorinstallaties in het Midden-Oosten toeneemt.

Naast het handhaven van het quotum/productie lijkt het dat de OPEC zelfs mogelijk inzet op een verdere verhoging van de productie. Nu produceert de OPEC al ruim boven haar eigen gestelde quotum. Maar uit reserveringen van olietankers blijkt dat Irak uitgaat van een hogere productie op korte termijn. Saudi-Arabië produceert inmiddels op een recordniveau en Libië zou op korte termijn meer kunnen produceren, mits niet gehinderd door interne stakingen en onrusten. Ook Venezuela ziet in dat een productieverlaging (en dus hogere olieprijzen) niet waarschijnlijk is, en zet daarom in op hogere productie om zo het verlies in opbrengsten te compenseren. Tot slot zou ook Iran haar productie en exporten kunnen verhogen zodra de westerse sancties worden versoepeld. Daarmee lijkt de OPEC klaar voor de tweede ronde als het gaat om het gevecht met niet-OPEC landen om behoud – of zelfs uitbreiding – van marktaandeel. Het gevolg van deze aanhoudende golf van olieaanbod is dat er langer druk blijft op de olieprijs, wat leidt tot langere prijzen voor de consument.

Chinese vraag naar olie koelt af

Ook vanuit de vraagkant is er weinig prijsopdrijvend effect te verwachten. Hiervoor wordt namelijk vooral gekeken naar opkomende markten in Azië, lees China. Verwacht wordt dat de vraag naar olie vanuit China de komende jaren minder snel zal toenemen. In de eerste plaats is dit een direct gevolg van de geleidelijke afkoeling van de economische groei in China. Deze lag in 2010 nog boven de tien procent, maar voor 2015 mikt de overheid nu op zeven procent.  Verder zal de transformatie van industrieel gedreven naar consumptie gedreven groei ook leiden tot veranderingen in de behoefte aan energie.

Daarnaast sijpelen langzaam maar zeker ook de gevolgen van regelgeving met betrekking tot het verbruik en opwekken van energie door in de energiemix. Een grotere rol voor hernieuwbare energie, focus op efficiency en beperking van CO2-uitstoot leiden tot verschuivingen in de vraag naar kolen, gas en olie. De eerste gevolgen zijn hiervan al zichtbaar. Waar volgens de Petroleum Economist de vraag naar olie vanuit China tussen 2003 en 2012 gemiddeld jaarlijks met 500.000 vaten/dag groeide viel dit in 2014 terug tot ongeveer 270.000 vaten/dag. Daarmee lijkt de koppeling tussen economische groei en de groeiende vraag naar olie losgelaten te zijn. Onlangs nam de Chinese vraag naar olie iets toe als gevolg van de lage olieprijs. Deze extra olie werd gebruikt om de strategische reserves van China aan te vullen. Naar verwachting is deze opleving van de vraag naar olie dan ook slechts tijdelijk aangezien de strategische voorraden inmiddels redelijk gevuld lijken te zijn.

Neerwaartse prijsrisico’s

Op grond van bovenstaande factoren verwachten wij dat het overaanbod van olie de olieprijs voorlopig nog even onder druk zal houden. Daarnaast zien wij de dollar in de tweede helft van het jaar aanzienlijk sterker worden. Dit is vooral gebaseerd op verschillen tussen de economische groei in de VS en Europa, en het rentebeleid wat daar een afgeleide van is. Wij verwachten dat EUR/USD onder pariteit daalt in de loop van het derde kwartaal. Als gevolg van het overaanbod van olie, en de sterkere dollar, sluiten wij een scherpe daling van de olieprijs op korte termijn dan ook niet uit.

Toch verwachten wij dat de oliemarkt uiteindelijk een balans tussen vraag en aanbod zal gaan vinden op een hoger prijsniveau. Een balans zal gevonden moeten worden op een prijsniveau wat recht doet aan de nieuwe situatie van meer aanbod, en matige stijgende vraag naar olie. Naar ons idee ligt het prijsniveau waarbij zowel producenten als consumenten zich comfortabel voelen rond de USD 80/vat. De komende twee tot drie jaar zal de olieprijs zich dan ook richting dat niveau bewegen. Onze verwachting voor de olieprijzen staan weergegeven in tabel 1.

Het vinden van zo’n balans zal gepaard gaan met hoge volatiliteit, en is onder voorbehoud van onzekerheden als escalerende geopolitieke conflicten. In de komende twee tot drie jaar zal economische groei leiden tot meer vraag naar olie. Grotendeels zal dit toch komen uit Azië. Daarnaast zullen olieproducenten uiteindelijk toch hun aanbod moeten afstemmen op de vraag. Als dit niet gebeurd door middel van bewuste productieverlaging, dan zal een ‘prijzenoorlog’ de productiegroei uiteindelijk alsnog temperen.