Energie Monitor juli – Draaien aan de kranen

door: Hans van Cleef

  • Gasproductie Groningenveld gaat omlaag; gasprijsverwachting naar boven bijgesteld
  • Rusland bouwt verder aan omstreden gasrotonde Europa
  • Nucleaire deal met Iran kan marktaandeel OPEC verder vergroten

Kamp verrast met verlaging gasproductie Groningen

Minister Kamp (Economische Zaken) verlaagde eind 2014 het plafond voor het Groningen gasveld van 42,5 miljard kuub gas naar 39,4 miljard kuub gas. Daarbovenop stelde de minister dat er in de eerste helft van 2015 niet meer dan 16,5 miljard kuub gas geproduceerd mag worden in Groningen. Nu was dit, na de milde winter met een lage gasvraag, niet een heel spannende belofte. Spannender was het wat minister Kamp zou beslissen voor de rest van 2015, en daarmee voor de komende jaren. Eerder deze week gaf de minister aan het productieplafond voor het Groningengasveld te verlagen naar maximaal 30 miljard kuub voor 2015. Dit is zelfs lager dan het eerder verwachte plafond van twee maal de productie voor H1 2015 (33 bcm). Dit is mogelijk doordat de overcapaciteit van de gasopslag in Norg, Drenthe, ook wordt ingezet. Terecht stelde de minister dat veiligheid voorop staat en dat deze verbeterd moet worden. Een verdere gasproductieverlaging van het Groningenveld is daarom waarschijnlijk. Tegelijkertijd heeft de minister rekening te houden met de leveringszekerheid van energie. De gaskraan volledig dichtdraaien is daarom geen optie. Een verlaging van de gasproductie houdt ook niet in dat de kans op aardbevingen direct nul is of aanzienlijk lager is.

Uiteraard heeft een lagere gasproductie ook andere consequenties. De verlaging heeft bijvoorbeeld ook grote financiële gevolgen. Dit betreft niet direct de kosten van de schade veroorzaakt door de aardbevingen. Deze worden vergoed door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). De kosten om alle gebouwen in het risicogebied aardbevingsbestendig te maken worden geschat tussen de 6,5 en 30 miljard euro. Het is nog niet duidelijk in hoeverre deze kosten verdeeld zullen worden tussen de overheid, de NAM en de bewoners.

De vaak gehoorde stelregel is dat een verlaging van de productie met 1 miljard kuub gelijk staat aan 200 miljoen euro minder gasbaten. Dit raakt de overheidsbegroting direct. Een verlaging van de gasproductie naar 30 miljard kuub (minder dan het dubbele van het productieplafond van de eerste helft van 2015), zou dus betekenen dat de schatkist dit jaar ongeveer 23 miljard kuub, oftewel ruim 4,5 miljard euro minder aan opbrengsten kan verwachten dan in 2013 (de definitieve 2014 productiecijfers zijn nog niet bekend). Daarnaast zal de gasimport toenemen om aan alle verplichtingen (Nederlandse consumptie en exporten) te kunnen voldoen. Deze kosten, plus de lagere opbrengsten, zullen ergens gecompenseerd moeten worden. Gelukkig zijn er voor 2015 enkele financiële meevallers gemeld waardoor de hogere kosten/lagere opbrengsten niet direct leiden tot extra bezuinigingen, of een verhoging van de (energie-)belasting.

De laatste consequentie is dat een lagere gasproductie niet direct, en zeker ook niet volledig kan worden opgevangen door hogere energieproductie uit hernieuwbare energiebronnen zoals zon en wind. Hierdoor zal Nederland – nu, maar zeker op den duur – afhankelijker worden van importen uit landen als Noorwegen en Rusland, of verder gelegen landen via Liquified Natural Gas (LNG). Noorwegen heeft de gasexporten richting Europa de laatste jaren al flink opgevoerd en LNG kan worden ingevoerd via de Gate terminal op de Maasvlakte in Rotterdam. Gezien de gespannen geopolitieke verhoudingen tussen Europa en Rusland leveren hogere importen uit Rusland ook een vreemde situatie op. Al deze consequenties vereisen een goed afgewogen besluit door de minister.

TTF gasprijsverwachting naar boven bijgesteld

Vooralsnog zijn de gevolgen voor de TTF gasprijs beperkt. Na de eerdere toezeggingen van minister Kamp om de productie in Groningen te verlagen gingen volatiliteit en de gasprijzen omhoog. Dit is op zich vreemd, omdat de lagere productiehoeveelheid gas vanuit Groningen redelijk eenvoudig opgevangen kan worden door de eerder genoemde importen uit Noorwegen en Rusland en door middel van LNG. De prijs daalde daarna weer en beweegt zich nu al enkele maanden redelijk stabiel tussen de 20 en 21 euro per MWh.

Wij verwachtten al enige tijd een daling van de TTF gasprijs als gevolg van de milde winter (hoge voorraden en matige vraag) wat, net als vorig jaar, een comfortabele positie gaf bij de intrede van de lente. Toch lijkt het herstel van de voorraden langzamer te gaan dan verwacht. Dit is het gevolg van de speculatie op het neerwaartse prijseffect van de olieprijsdaling wat vertraagd in de gasprijs zichtbaar moet worden. De vraag kan de komende maanden dus aantrekken. Daarnaast lijkt de groter dan verwachte productiedaling in Groningen de neerwaartse prijsrisico’s teniet te doen. Hoewel een grote prijsstijging ons niet waarschijnlijk lijkt, hebben wij onze prijsverwachting naar boven aangepast aan de verminderde neerwaartse risico’s. Als gevolg hiervan is de verwachte gemiddelde TTF gasprijs voor 2015 verhoogd van EUR 19/MWh naar EUR 21/MWh en voor 2016 van EUR 18/MWh naar EUR 19/MWh (zie tabel 1).

Gastoevoer Rusland richting Europa krijgt nieuwe boost

In de strijd om de gasleveringen aan Europa heeft Rusland onlangs grote en belangrijke stappen gezet. Zo heeft het Russische gasbedrijf Gazprom met Europese partners afgesproken om de capaciteit van de Nord Stream gaspijpleiding te verdubbelen. De pijpleiding loopt vanuit Rusland, via de Oostzee richting Noord-Duitsland om daarna te vertakken naar onder meer Nederland en Denemarken. Voor Nederland kan dit besluit belangrijk zijn omdat de binnenlandse productie onder druk staat en de komende jaren verder zal afnemen. Rusland kan een belangrijke optie zijn om gas te leveren op het moment dat de Nederlandse productie niet meer toereikend is voor eigen consumptie en/of om aan de contractuele verplichtingen te voldoen richting andere Europese landen. Daarnaast heeft Nederland nog steeds de ambitie om de gasrotonde van Europa te worden, en te blijven. De uitbreiding van Nord Stream betekend dat de gasleveringen vanuit Rusland minder kwetsbaar zijn voor mogelijke spanningen tussen Rusland en Oekraïne, waar de meeste gasstromen nu nog doorheen gaan. Al met al is dit dus een belangrijke stap in het zekerder stellen van de leveringszekerheid van gas aan Europa.

Tegelijkertijd heeft Rusland een voorlopige deal gesloten met Griekenland voor de aanleg van een gaspijpleiding vanuit Turkije. Eerder werd de bouw van South Stream pijpleiding afgebroken als gevolg van Europese sancties tegen Rusland na de escalatie om de situatie rondom Oekraïne. De oorspronkelijke route via Bulgarije werd afgezegd door de Russen om deze later om te bouwen tot Turkish Stream. Dit kon overigens pas nadat Gazprom volledig eigenaar werd van de transporttak voor de bouw van de pijpleiding. Op deze manier zou het gas via de Zwarte Zee, Turkije en Griekenland vanaf 2019 alsnog naar (zuid) Europa gebracht kunnen worden. Mocht dit uiteindelijk de bedoeling zijn, dan moet er nog wel alsnog aan de Europese concurrentieregels worden voldaan.

Naast Bulgarije, die de opbrengsten van de pijpleiding aan zich voorbij ziet gaan, lijkt Oekraïne de grootste verliezer. Immers, de gasstromen via Oekraïne worden minder belangrijk voor Europa en dat geeft Rusland meer mogelijkheden om de prijzen voor Oekraïne (naar boven) aan te passen zonder de leveringszekerheid richting Europa in problemen te brengen. De gespannen politieke houding van Europa richting Rusland lijkt daarmee niet tot uiting te komen wanneer het aankomt op de, voor zowel Europa als Rusland, zeer belangrijke gasleveringen. En door zowel in het noorden, als in het zuiden de toevoer van gas zeker te stellen, lijkt Rusland vooralsnog de grootste stappen te zetten in het realiseren van een Europese gasrotonde.

Iran deal, en de mogelijke gevolgen

Het ziet er naar uit dat de onderhandelingen tussen Iran en de westerse onderhandelaars, ook wel P5 + 1 genoemd (de vijf permanente leden van de VN veiligheidsraad aangevuld met Duitsland), tot een goed einde komen. Of dat precies op 30 juni is, of enkele dagen later, valt nog te bezien maar dit is van ondergeschikt belang. Dit houdt in dat er een definitief akkoord zal komen met betrekking tot restricties voor het nucleaire programma van Iran onder toezicht van het Internationaal Atoomagentschap, in ruil voor het (tijdelijke) opschorten van sancties tegen Iran.

De vaste volgers van de olieprijzen hebben de gevolgen van overproductie kunnen zien. De prijs is eerst met ongeveer 60% gedaald vorig jaar (van USD 110 per vat naar USD 45 per vat), en hoewel de prijs daarna weer naar USD 65/vat herstelde blijven de prijzen laag ten opzichte van de afgelopen jaren. Momenteel lijken de olieprijzen redelijk stabiel rond USD 65/vat voor Brent olie, en USD 60/vat voor West Texas Intermediate (WTI). Toch blijven neerwaartse prijsrisico’s boven de markt hangen. Dit is gebaseerd op diverse redenen:

  • Afbouw sancties tegen Iran leidt tot toename export olie uit Iran
  • Vredesgesprekken rondom de aanvallen in Jemen zijn gaande. Een akkoord kan leiden tot minder risicopremie
  • Olie-export uit Libië lijkt weer te kunnen toenemen
  • Olieproductie VS lijkt te stabiliseren, maar zit nog steeds rond het recordniveau
  • Een sterkere dollar kan leiden tot meer druk op grondstofprijzen. De dollar kan stijgen door a) (anticiperen markt op) Fed rente stijging, en b) onrust Griekenland leidt tot druk op euro, en dus een sterkere dollar.

Een balans in de oliemarkt zien we voorlopig nog niet. Het overaanbod van olie zou op relatief korte termijn zelfs nog wel eens flink kunnen toenemen als de sancties tegen Iran (tijdelijk) worden afgebouwd. Volgens de experts kan de olieproductie binnen enkele maanden met ongeveer 500.000 vaten per dag worden verhoogd. Na een jaar zou er nog eens 500.000 vaten extra kunnen worden geproduceerd, en geëxporteerd.

Daarnaast gaat het gerucht dat Iran tussen de 10 en 40 miljoen vaten olie op tankers zou hebben opgeslagen. Deze olie zou snel na het tekenen van het nucleaire akkoord op de markt kunnen komen en zodoende de prijs verder onder druk kunnen brengen. Het bestaan van deze drijvende voorraden wordt echter door Iraanse diplomaten tegengesproken. Een officiële verlaging van de olieproductie vanuit de OPEC om ruimte te bieden aan meer olie uit Iran valt echter niet te verwachten zolang Rusland hier niet in mee wil (en kan) gaan. De OPEC handhaaft daarmee haar strategie voor het behoud van marktaandeel.

Toch verwachten we dat in de loop van volgend jaar, de markt meer gaat anticiperen op het vinden van een balans in de oliemarkt. Dit komt deels door een toenemende vraag naar olie als gevolg van economisch herstel. Verder zien we een lagere olieproductie in landen die geraakt worden door de lage olieprijs (Venezuela, Nigeria, Mexico), en lijkt ook de olieproductie in de VS af te nemen. Daarom hebben wij onze olieprijsverwachting onveranderd gelaten met neerwaartse risico’s op de korte termijn, 2015 gemiddelden rond het huidige niveau, en een licht herstel voor 2016.

Voor de langere termijn (>2020) lijkt het gebrek aan investeringen in de olie-infrastructuur als een donkere wolk boven de olieprijs te hangen. Immers, het overaanbod van olie op dit moment zou na enkele jaren kunnen omslaan richting een tekort aan olie indien de benodigde investeringen voor langere tijd uitblijven.