Latijns-Amerika: Waar blijft de groei?

door: Marijke Zewuster

De economische ontwikkelingen in de eerste maanden van het jaar zijn voor de meeste landen teleurstellend en ook de vooruitzichten zijn voor een groot deel van het continent somber. We hebben dan ook onze ramingen voor 2015 in de afgelopen maanden verder neerwaarts bijgesteld. Met drie van de zeven grootste economieën van de regio in een recessie zal de regionale groei dit jaar tot een nieuw dieptepunt dalen. Zwakke economische omstandigheden maken dat in de meeste landen de ruimte voor begrotingsmaatregelen en de ruimte voor monetaire stimulering beperkt is. Aangezien de problemen meer aan de aanbodkant liggen dan aan de vraagkant lijken structurele hervormingen van meer belang. Zonder dat stevent de regio af op een langdurige periode van middelmatige groei.

 

Ramingen verder neerwaarts bijgesteld

De belangrijkste factor bij de groeivertraging blijft weggelegd voor interne omstandigheden. Dit maakt dat de negatieve invloed van lagere grondstofprijzen en een toenemende risicoaversie sterker doorwerken dan de positieve invloed van verbeterde groeivooruitzichten in de industrielanden. Dit geldt zeker voor Argentinië, Brazilië en Venezuela, waar de groei niet alleen verder verzwakt, maar die naar verwachting in 2015 ook alle drie een krimp zullen laten zien.

Een andere factor is dat de groei in de VS minder sterk uitvalt dan wij aanvankelijk dachten. Waar we eerst uitgingen van een groei van 3,8% voor 2015, verwachten we nu een groei van rond de 3%. Dit treft met name Colombia en Mexico. De VS is met een aandeel van respectievelijk circa 30% en bijna 80% in de totale export nog altijd de belangrijkste handelspartner van beide landen.

Voor Mexico en ook voor Chili en Peru gaan we nog wel uit van een herstel na een uiterst zwak 2014, maar op grond van teleurstellende cijfers in het eerste kwartaal hebben we de ramingen iets naar beneden bijgesteld. Colombia was in 2014 nog de sterkste groeier, maar de groeivertraging die medio vorig jaar inzette, zal naar verwachting dit jaar doorzetten. De lage olieprijs en de als gevolg hiervan sterke daling van de investeringen zijn de belangrijkste oorzaak. Hiermee doordaar valt het land wat de groei betreft weer terug tot de middenmoot.

Zwakke investeringen houden aan

Lage grondstofprijzen hebben niet alleen een drukkend effect op de export, maar in toenemende mate ook op de investeringen en de consumentenbestedingen.

Het IMF besteedt in de eind april uitgebrachte Regional Economic Outlook een apart hoofdstuk aan de zwakke investeringen in Latijns-Amerika. Het komt tot de niet geheel verrassende conclusie dat de daling van de investeringsquote sinds medio 2011 in met name Brazilië, Chili en Peru, sterk correleert met een daling van de grondstofprijzen vanaf datzelfde moment. Daarnaast speelt in Brazilië en Chili ook politieke onzekerheid een rol. Hierdoor dalen de investeringen nog sterker dan op grond van de ontwikkeling van grondstofprijzen en andere economische variabelen zou worden verwacht.

Externe positie blijft sterk

De externe positie van de regio blijft een duidelijk pluspunt. Terwijl de investeringsquote in de regio daalde, bleef de instroom van buitenlands kapitaal opvallend sterk. Dit blijkt niet alleen uit het feit dat volgens cijfers van de EIU de directe buitenlandse investeringen (DBI) uitgedrukt als percentage van het BBP de afgelopen jaren gelijk bleven rond 3%, maar ook doordat het aandeel van de buitenlandse investeringen in de totale investeringen toenam van een dieptepunt van 10% in 2009 tot circa 15% in 2014. De beschikbaarheid van buitenlands kapitaal lijkt daarmee ook niet of nauwelijks een rol te hebben gespeeld bij de afname van de investeringen.

De DBI compenseren ook nog altijd volledig de tekorten op de lopende rekening, die voor de regio als geheel zijn toegenomen van 1% in 2010 tot net iets onder de 3% van het BBP in 2014. Ook de buitenlandse schuld is verder toegenomen, maar de structuur van de schuld is in de meeste landen verder verbeterd en dit vertaalt zich in gunstige rente-en aflossingsbedragen.

Door de sterke kapitaalinstroom blijft het niveau van de internationale reserves hoog. Dit maakt de regio ondanks de zwakke groei minder kwetsbaar voor een toename van de risicoaversie, bijvoorbeeld als gevolg van een rentestijging in de VS.

Problemen liggen vooral aan de aanbodzijde

De lagere grondstofprijzen werken ook door in minder overheidsinkomsten en verminderen daarmee in een groot aantal landen de ruimte voor budgettaire stimulerings-maatregelen, terwijl het vooruitzicht van een renteverhoging in de VS ook de mogelijkheid voor monetaire verruiming beperkt.

Het is maar de vraag of dit erg is. De problemen liggen in de meeste landen meer aan de aanbodkant dan aan de vraagkant. Dit blijkt ook uit het feit dat ondanks de scherpe groeivertraging, de werkloosheid in de meeste landen laag blijft en de inflatie relatief gezien hoog.

Potentiële groei ook verder omlaag

Nu de grondstofprijzen de regio voorlopig geen duwtje in de rug meer geven, komen oude onevenwichtigheden weer aan de oppervlakte. Wil Latijns-Amerika niet een periode van langdurige lage groei tegemoet gaan, dan zijn hervormingen die bijdragen aan een verbetering van de structurele zwakheden, dan ook dringend noodzakelijk.

Het gaat om factoren zoals een lage spaarquote, lage productiviteit en een gebrekkige infrastructuur. Deze beïnvloeden niet alleen de groei op korte termijn, maar maken ook dat de potentiele groei voor de regio de komende jaren eerder net op het langjarig gemiddelde ligt van 3% dan op de 4-5% die in de eerste jaren na de financiële crisis van 2009 nog voor mogelijk werd gehouden.

Dit laatste was vooral gebaseerd op de groei in de periode tussen 2004 en 2009. Toen zorgde de grondstoffenboom voor een gemiddelde groei van ruim 5% in de regio en het in eerste instantie snelle herstel na 2009. Met name dit laatste voedde het geloof dat de interne dynamiek van de regio dusdanig verbeterd was dat de regio ook minder gevoelig was geworden voor het wel en wee van de wereldeconomie.

Het IMF besteedt in zijn publicatie ook veel aandacht aan de problemen aan de aanbodkant en hoe die ook het langetermijngroeipad voor de regio negatief beïnvloeden. Naast de al genoemde factoren merkt het IMF op dat een afnemende diversificatie en de versimpeling van de productie sinds 2000 een rol spelen. De productie van een beperkt aantal grondstoffen kreeg steeds meer de overhand en dit ging ten koste van onder meer de verwerkende industrie. Dezelfde grondstoffen-boom die zorgde voor de sterke groei, legde daarmee ook de kiem voor de huidige sterke afzwakking.