Energie Monitor april – Olieprijs omlaag, eind 2015 herstel

door: Hans van Cleef

070415_Energie-Monitor-apr_NL1.pdf (267 KB)
Download
  • Groter aanbod van olie dreigt; kans op daling olieprijzen is daardoor toegenomen
  • Effecten van lage olieprijzen op productie van en vraag naar olie worden zichtbaar in tweede helft 2015
  • Zoektocht naar nieuw evenwicht gaat gepaard met verhoogde volatiliteit en grote prijsbewegingen

Amerikanen aan zet in aanbod gedreven markt

Momenteel domineren aanbodfactoren de oliemarkt. Het overaanbod van olie zal niet snel minder worden. De OPEC landen, en dan met name Saudi-Arabië, zijn niet van plan de productie drastisch te verminderen. Hiermee zouden zij immers ruimte bieden aan andere, niet-OPEC landen zoals de VS en Canada, waardoor het totale olieaanbod niet zou veranderen. De OPEC zou hiermee dus alleen marktaandeel verliezen zonder de beoogde stijging van de olieprijs te bewerkstelligen. Wij verwachten dus ook niet dat de OPEC haar beleid tijdens de komende vergadering in juni zal wijzigen.

Om de olieprijs vanuit de aanbodzijde te laten stijgen,  zal eerst de Amerikaanse olieproductie naar beneden moeten. Hoewel het aantal boorinstallaties inmiddels bijna is gehalveerd, zijn de effecten op de productie nihil. Sterker, deze bleef bijna ongehinderd doorgroeien (Figuur 1). Dankzij de efficiency-slagen bij de olieproductie en de kostenverlagingen als gevolg van de lage olieprijs zijn de effecten hiervan vooralsnog nihil, of in ieder geval nog niet zichtbaar.

De nucleaire deal met Iran

De onderhandelingen tussen Iran en het westen hebben na lange onderhandelingen geleid tot een raamwerkovereenkomst. De overeenkomst zal de komende drie maanden verder worden uitgewerkt met betrekking tot het afbouwen van de nucleaire activiteiten van Iran. Verder wordt er gekeken hoe snel en in welke mate de sancties tegen Iran kunnen worden teruggedraaid. Dit hangt mede af van de steun die President Obama zal krijgen in de door de Republikeinen gedomineerde senaat. Het raamwerkovereenkomst omvat een schema voor de toegestane verrijking van uranium door Iran, waaronder de capaciteit van centrifuges met ongeveer 2/3e deel wordt verlaagd. Ook zal de bestaande hoeveelheid Iranese verrijkt uranium sterk worden teruggebracht door verdunning en/of verscheping. Verder staat Iran strenge toezicht door de internationale gemeenschap toe. Alleen na inspecties door het Internationaal Atoom Agentschap zullen de sancties worden versoepeld. Maar indien die sancties inderdaad worden teruggedraaid zou Iran de olieproductie en de olie-export kunnen herstellen en komt er dus mogelijk (nog) meer olie op de markt.

Probleem van overaanbod kan zelfs verder toenemen…

Door de huidige sancties exporteert Iran momenteel ongeveer een miljoen vaten per dag minder dan daarvoor. De verwachting is dat Iran binnen drie maanden na een overeenkomst ongeveer 500k vaten olie per dag extra zou kunnen produceren/exporteren. In de negen maanden daarna kan dit met nog eens 500k vaten per dag worden verhoogd. Het totale marktaandeel van de OPEC zal hiermee stijgen. Vooruitlopend op deze aanbodtoename is neerwaartse druk op de olieprijs als gevolg van speculatie sterk toegenomen.

De andere factor die het overaanbod kan doen vergroten is de veranderende situatie in Libië. Volgens officiële overheidsbronnen zal Libië op korte termijn de twee grootste oliehavens, Ras Lanuf en Es Sider, opnieuw openen nu de rivaliserende overheid zich uit de regio heeft teruggetrokken. De twee havens kunnen samen zo’n 600k vaten olie per dag verwerken. Indien de havens inderdaad opengaan, kan de olie-export vanuit Libië de komende maanden dus weer wat opgevoerd worden. Feit is dat de situatie heel fragiel is en daarmee het olieaanbod uit Libië erg onbetrouwbaar. Dit lijkt ook de voornaamste reden waarom Saudi-Arabië de olieproductie de afgelopen maanden zelfs iets heeft opgevoerd als zekerstelling voor het sterk schommelende aanbod vanuit Libië.

Tot slot zou er extra olie op de markt kunnen komen indien de fysieke opslag van voorraden helemaal vol komen te zitten. Als gevolg van de contango (spotprijzen goedkoper dan toekomstige prijzen) in de forward curve (opeenvolgende serie toekomstige olieprijzen), is er een duidelijke toename van speculatieve fysieke posities. Met andere woorden, speculanten kopen olie, slaan het ergens op, en hopen dit op termijn tegen een gunstigere prijs te verkopen. Maar op het moment dat de opslagmogelijkheden vol zijn, en de extra olie dus geen kant op kan, geeft dit mogelijk extra druk op de olieprijs. Dit geldt overigens ook zodra de structuur van de forward curve veranderd in de richting van backwardation (spotprijs hoger dan termijnprijzen). Dit zou een verkoopgolf kunnen veroorzaken van deze speculatief opgeslagen olievoorraad.

Het Amerikaanse dilemma

De OPEC zal de olieproductie dus niet verminderen. Met de terugkeer van Iran en Libië kan het zelfs toenemen. Daardoor zal een productieverlaging moeten worden doorgevoerd bij niet-OPEC landen, de VS voorop (figuur 3). De VS zitten hiermee in een lastig parket. Aan de ene kant is de deal met Iran cruciaal om te voorkomen dat Iran een nucleair wapen zou kunnen ontwikkelen. Dit zou immers een wapenwedloop in het Midden-Oosten kunnen veroorzaken. En dat is het laatste wat men wil in deze, voor de energievoorziening, cruciale regio. Maar aan de andere kant zal de deal met Iran kunnen leiden tot:

  • Het terugschroeven van sancties tegen Iran. Dat kan leiden tot op termijn veel meer olie op de markt, met een lagere olieprijs als gevolg.
  • Toenemende discussie met Israël en Saudi-Arabië. Deze landen zijn immers tegen deze deal en zijn sowieso niet blij met de veranderende houding van de VS tegenover het bewind in Iran en Syrië.
  • Meer onrust in de Amerikaanse senaat. De republikeinen hebben al aangegeven zo’n deal met Iran niet te steunen. Tevens wijzen zij erop dat President Obama aan zijn laatste termijn bezig is. Een deal kan onder een volgende Republikeinse president daarom ongedaan worden gemaakt. Dit zet grote vraagtekens bij de toekomstige waarde van een voorlopige deal.
  • Een nog grotere druk op de niet-OPEC landen, de VS voorop, om de olieproductie te verlagen om de vraag- aanbodverhouding in de markt terug te brengen en daarmee de olieprijs te ondersteunen. Dit zou kunnen gebeuren in een gecoördineerde actie, samen met andere grote olieproducenten. Het initiatief hiertoe is door de OPEC duidelijk op het bordje van de niet-OPEC landen (lees VS) gelegd.

Maar nieuwe spanningen zorgen voor opwaarts risico

Vanaf eind maart voert een coalitie van Arabische landen, onder aanvoering van Saudi-Arabië, luchtaanvallen uit op de Houthi-rebellen in Jemen. De rebellen hebben de laatste tijd een groot gebied veroverd. Eerder dit jaar hebben zij een staatsgreep gepleegd en President Hadi afgezet. Hij beschouwt zich echter als het enige wettige staatshoofd en ziet zich nu gesteund door een tiental omringende landen, waaronder Koeweit, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte.

De nieuwe geopolitieke spanningen rondom de aanval op rebellen in Jemen vormt een nieuw geopolitiek risico voor de olieproductie, en dus olieprijs. In de eerste plaats ligt Jemen langs de belangrijke vaarroute van olie die vanuit het Midden-Oosten, door het Suezkanaal, wordt geëxporteerd richting Europa. Daarnaast neemt door deze onrust het risico op een proxyoorlog toe. Immers, de sjiitische Houthis worden gesteund door Iran, de grote aartsrivaal van Saudi-Arabië. Het opwaarts risico voor olieprijzen komt dan ook niet van het mogelijk raken van de olieproductie in Jemen, deze is marginaal. Het probleem is dat twee van de belangrijkste olieproducenten van de OPEC lijnrecht tegenover elkaar staan. Het daardoor verhoogde risico op een escalatie maakt de markt nerveus. De kans op zo’n escalatie achten wij niet erg groot, en de olieproductie van zowel Saudi-Arabië en Iran zullen naar waarschijnlijkheid hier dus ook geen hinder van ondervinden.

Waarom ook al weer lagere olieprijzen?

Gedurende de afgelopen jaren heeft de olieprijs binnen een stabiele maar ruime bandbreedte van USD 80-120/vat gezeten. Tijdens de enorme daling van de olieprijs in het laatste kwartaal van 2014 werd de onderkant van deze bandbreedte gebroken en daalde de Brent olieprijs zelfs tot een dieptepunt van ongeveer USD 45/vat. Deze daling kwam  vooral door een samenloop van omstandigheden: overaanbod van olie, de sterkere dollar en een tegenvallende vraag naar olie.

Wat daarop volgde was een snel herstel dat de olieprijs terugbracht richting USD 60/vat. Dit herstel kwam vooral door verwachtingen en aannames. De verwachting was dat door de lage olieprijs de economie een extra stimulans zou krijgen en daardoor de vraag naar olie zou toenemen. En de aanname was dat door de lage olieprijs de olieproductie zou afnemen doordat dure olieprojecten niet meer rendabel zijn. De effecten op zowel de vraag als het aanbod van olie blijven echter vooralsnog uit. Naar onze mening zullen deze effecten wel degelijk optreden, maar met een grotere vertraging. Als gevolg hiervan bleef de prijs van Brent olie steken rond USD 60/vat. Het herstel van WTI was zelfs veel minder sterk omdat de aanhoudende stijging van de Amerikaanse olieproductie en de erg hoge voorraden druk op de prijs bleven uitvoeren.

Herstel olieprijs pas in tweede helft van het jaar

De kans op prijsdalingen is toegenomen omdat er mogelijk extra olie op de markt komt. Daarom sluiten wij niet uit dat de olieprijs gedurende de komende twee of drie maanden opnieuw flink onder druk kan komen en daarmee de dieptepunten uit januari gaan testen (Brent USD 45/vat, WTI USD 42/vat).

De stijgende vraag naar olie als gevolg van economische groei zal pas in de loop van de tweede helft van het jaar zichtbaar worden. Ook de negatieve gevolgen voor de olieproductie zullen naar verwachting pas zichtbaar worden in de tweede helft van het jaar. Dan gaan de gevolgen van de lage investeringen doorwerken in de totale (Niet-OPEC gerelateerde) productieniveaus. Daarom verwachten wij dat de olieprijs later in het jaar zal aantrekken. Onze eindejaarverwachting voor Brent olie is USD 65/vat en voor WTI USD 60/vat. Als gevolg van de lagere prijzen in de eerste helft van het jaar en het verwachte herstel later dit jaar verwachten wij dat de gemiddelde olieprijzen voor 2015 zullen uitkomen op USD 60/vat voor Brent en USD 55/vat voor WTI (zie tabel 1).

Neerwaartse risico’s blijven aanwezig omdat er structureel niet veel is veranderd. De vraag stijgt maar matig en het aanbod van olie is zeer ruim. Dit zorgt voor neerwaartse druk. Daarnaast helpt de aanhoudend sterker wordende US dollar niet mee. Een sterkere dollar is doorgaans negatief voor grondstofprijzen (die in dollars worden verhandeld), en dat geldt dus ook voor olie. Prijsopdrijvende effecten worden momenteel vooral bepaald door geopolitieke spanningen. Dit beeld past binnen onze verwachtingen zoals aangegeven in tabel 1.

Al met al zijn wij ervan overtuigd dat het tijdperk met een olieprijs tussen de USD 80-120/vat achter ons ligt. Momenteel bevinden we ons in een periode waarin een olieprijs tussen USD 40-80/vat waarschijnlijker is (figuur 5). Deze nieuwe bandbreedte kan zo maar enkele jaren aanhouden voordat de prijs de bovenkant zal doorbreken. Volgens ons zou de huidige ideale olieprijs ergens rond USD 80/vat moeten liggen. Dit is een niveau waar zowel consumenten als producenten zich comfortabel bij lijken te voelen. De zoektocht naar evenwicht rond USD 80/vat kan echter een lange tijd duren en zal gepaard gaan met grote beweeglijkheid.