Energie Monitor maart – Zoektocht naar evenwicht

door: Hans van Cleef

030315_Energie-Monitor-mar_NL.pdf (359 KB)
Download
  • Herstel olieprijs, maar geen veranderingen in fundamenten van de markt
  • De zoektocht naar een nieuwe balans in vraag een aanbod van olie leidt tot een nerveuze markt
  • Gasprijzen laag als gevolg van mondiale effecten

Herstel van de olieprijs

Sinds onze Energie Monitor van 12 januari is de olieprijs aanzienlijk hersteld. Wij gaven in deze update aan dat naar ons gevoel de prijs van olie te ver en te snel was gedaald. Ook pasten wij onze prijsverwachtingen voor de olieprijs toen naar beneden aan (van USD 90/vat naar USD 60/vat voor Brent olie in 2015). Een dag later, op 13 januari, bereikte de Brent olieprijs een dieptepunt van USD 45,19/vat, het laagste niveau sinds maart 2009. Daarna zette een herstel in tot een niveau van boven de USD 60/vat (+35%) in slechts enkele weken tijd (figuur 1). De laatste twee weken lijkt de olieprijs tijdelijk iets te stabiliseren. Het herstel van de olieprijs werd gedreven door een aantal factoren:

  • Speculatief gedreven motieven (winstnemingen op short posities, nieuwe long posities die worden ingenomen/gezocht door onder andere hedgefondsen);
  • Extra vraag naar olie ten behoeve van opslag;
  • Sterke afname van het aantal rigs (boorinstallaties) in de VS;
  • Signalen van uitstel (en soms afstel) van dure olie gerelateerde projecten;
  • Verminderde export/productie uit/in Libië;
  • Sterkere economische data uit (met name) de Eurozone;
  • Iets zwakkere dollar.

Het aantal rigs, oftewel boorinstallaties, in de VS neemt snel af, maar de olieproductie in de VS stijgt gestaag door (zie figuur 2). De lagere olieprijs leidt immers tot kostenverlagingen (onder andere door minder boringen, en het heronderhandelen van diensten en prijzen met dienstverleners), maar tevens tot productie-efficiency (meer productie uit een boorput). Daarnaast moet rekening worden gehouden met het feit dat steeds meer olie- en gasproductie gecombineerd worden. Enkel een verlaging van de olieprijs hoeft daarom niet per definitie te resulteren in het sluiten van een ‘niet rendabele’ bron. Deze kan immers nog steeds goed rendabel zijn voor de gasproductie, waarbij nog olie mee wordt geproduceerd. Wij verwachten wel een lagere groei van de Amerikaanse olieproductie, maar dit effect zal pas over enkele maanden zichtbaar worden.

De zoektocht naar een nieuwe balans

De vraag is nu of de bodem onder de olieprijsdaling is gezet, of dat dit nog te voorbarig is om te kunnen concluderen. Wij denken het laatste. Immers, hoewel enerzijds speculatief gedreven, en anderzijds gedreven door verwachte invloeden op zowel aanbod als vraag naar olie, is er (nog) niets veranderd aan de fundamenten van de markt ten opzichte van enkele weken geleden. Het overaanbod van olie blijft een plafond leggen op de olieprijs in deze aanbod-gedreven markt. Een afname van dit overaanbod wordt pas in de tweede helft van het jaar verwacht. Sterker nog, tot nu toe is de productie in de VS verder gestegen, en lijkt ook de productie van OPEC-landen per saldo niet te zijn afgenomen. De afname van productie en export in Libië is overgenomen door toegenomen productie in Irak en Saudi-Arabië. Zodra de vraag voor opslag terugvalt, economische data tegenvallen en/of de productie hoger is dan verwacht (wat zich onder meer uit in steeds verder stijgende voorraden), kan de druk op de olieprijzen zo weer terugkeren. Een nieuwe test van de dieptepunten in 2008 valt daarom in de komende paar maanden nog niet uit te sluiten.

Verschil tussen Brent en WTI loopt weer snel op

Deels zien we dit al terug bij het oplopend verschil tussen Brent olie en West Texas Intermediate (WTI) (figuur 3). Dit verschil, ook wel spread genoemd, is inmiddels weer opgelopen naar USD 10/vat. Dit is goed te verklaren. Immers, Brent olie is gestegen op basis van de eerder genoemde argumenten. Dit effect was echter op WTI een stuk kleiner vanwege de eerder genoemde grote stijging in productie, en het feit dat de Amerikaanse voorraden op een recordhoogte staan. Onze verwachting is dat deze spread in de loop van het jaar weer zal normaliseren tot een niveau van USD 5/vat (waarbij Brent dus USD 5/vat duurder is dan WTI).

De zoektocht gaat gepaard met volatiele olieprijzen

Ook verwachten wij dat in de tweede helft van het jaar de olieprijs wat verder, en vooral structureler, zal gaan herstellen. De invloed van de lage olieprijs op de olieproductie zal duidelijker worden, en ook de (positieve) gevolgen van deze lage prijs zal zichtbaar worden in de economische data. USD 80/vat lijkt ons de juiste prijs waarbij consumenten en producenten voorlopig goed uit de voeten kunnen. Dit wil niet zeggen dat deze prijs op korte termijn al zal worden gezien. De zoektocht naar een nieuw evenwicht, zonder grote prijsschommelingen, kan enige tijd duren, en in de tussentijd zal dit dus gepaard gaan met verhoogde beweeglijkheid van de olieprijzen. Dit past binnen onze visie van een gemiddelde olieprijs van USD 60/vat voor 2015, en USD 75/vat in 2016 (zie tabel 1).

Winter in Amerika… niet koud

De gasprijzen laten een vreemd verloop zien. Niet alleen in Europa, maar ook in de VS, en bijvoorbeeld Azië zijn gasprijzen erg laag voor de winter. Mild weer, hoge voorraden en alternatieven zorgen ervoor dat de prijzen opvallend laag zijn voor deze tijd van het jaar (figuur 4).

In de VS zijn de gasprijzen bijzonder laag en naderen zelfs weer de niveaus waarbij in 2012 de productie van gas werd teruggedraaid omdat dit niet meer langer rendabel was. Maar hoewel een koudefront in het oosten van de VS de prijzen momenteel iets omhoog drijven, lijkt het deze winter niet op te kunnen met de gasvoorraden. Als gevolg hiervan zijn de prijzen van aardgas in de VS inmiddels gedaald tot ruim onder de USD 3/mmBtu (ongeveer gelijk aan EUR 7.30/MWh). Dit lijkt een vreemde beweging in het seizoen waar je de grootste vraag naar gas zou verwachten, maar het begint zo langzamerhand toch op een 2012-scenario te lijken. Meer neerwaartse druk op de gasprijzen valt dan ook op korte termijn niet uit te sluiten, zeker wanneer over enkele weken de vraag naar gas verder zal afnemen.

Wel denken wij dat een structureel veel lagere prijs niet waarschijnlijk zal zijn. Net als in 2012 kunnen prijzen doorschieten als gevolg van overproductie. Maar dit zal tijdelijk zijn omdat producenten dan zelf een stapje terug zullen doen om de prijzen meer te balanceren. Dit effect kan worden versterkt nu, zoals eerder vermeld, de combinatie van olie- en gasproductie steeds vaker voorkomt, en ook de prijs van olie – in tegenstelling tot 2012 – aanzienlijk lager is. Vooralsnog houden wij dan ook vast aan onze verwachting voor een gemiddelde US Henry Hub prijs van USD 3,75/mmBtu in 2015.

Mondiale effecten beïnvloeden gasprijzen

Maar ook in andere delen van de wereld staan gasprijzen onder druk. Het feit dat de situatie rondom Rusland en Oekraïne relatief rustig is draagt ertoe bij dat men blijkbaar niet bang is voor gastekorten in Europa op korte termijn. Het feit dat de milde winter ook in deze landen langzaam richting haar einde loopt, leidt ertoe dat de afgelopen tijd de oude discussies weer flink oplaaien. Rusland/Gazprom beschuldigt Oekraïne inmiddels weer van slechte betalingen, en Oekraïne beschuldigt Rusland/Gazprom op haar beurt van te lage gasleveringen.

Ook in Azië daalden de gasprijzen. Dit kwam vooral door de ontwikkelingen in Japan. Door het opnieuw opstarten van enkele kerncentrales – die eerder gesloten waren als gevolg van de ramp in Fukushima, Japan – is de vraag naar gas in Azië langzaam aan het afnemen. Hierdoor daalde de prijs van Liquefied Natural Gas (LNG) in Azië ook enorm (zie figuur 5)

Door minder geopolitieke spanningen, hoge gasvoorraden, en meer aanbod van LNG waren diverse Europese gasprijzen (zoals National Balancing Point – NBP, Transfer Title Facility – TTF, en Zeebrugge) allen met een enorme prijsdaling bezig. Alle benchmarks daalden tot het laagste niveau in ruim vier jaar. Opvallend is dat niet alleen de spotprijzen onder druk stonden, maar ook de termijnprijzen (figuur 6). Voldoende aanbod, nieuwe alternatieven, de verwachting dat geopolitieke spanningen niet zullen leiden tot gastekorten, de (langzame) loskoppeling van de olieprijs, en de focus op efficiency zijn allemaal argumenten die momenteel zorgen voor rust op de termijnmarkt.

Prijseffect Groningen gasbesluit wel heel erg voorbarig

Tot 9 februari dan. Toen maakte de Nederlandse minister van Economische Zaken Kamp bekend dat hij een plafond heeft ingesteld voor de productie van gas uit het Groningen gasveld voor de eerste helft van 2015 (zie ook grafiek 4). Dit plafond werd ingesteld op 16 miljard m3. Na een zeer milde winter en met de rugdekking van grote voorraden gas was dit geen spannende mededeling. Echter, de markt dacht hier anders over en, als gevolg hiervan, stegen de TTF gasprijzen aanzienlijk. Naast een grote sprong van de spotprijzen stegen ook te termijnprijzen (zie grafiek 6). Minister Kamp heeft echter de beslissing over het totale productieniveau van 2015 uitgesteld tot juli van dit jaar, en daarmee laat hij de mogelijkheid open om alsnog het eerder afgesproken plafond van 39,4 miljard m3 volledig te kunnen benutten.

Ondertussen krijgen we veel vragen of dit plafond zou kunnen leiden tot gastekorten in Nederland. Dit lijkt ons erg onwaarschijnlijk. Er zijn immers voldoende alternatieven op de korte termijn (zoals het verhogen van de import uit: Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en/of Rusland. En/of meer LNG importeren via de Gate terminal) en op de lange termijn (meer inzetten op duurzame energiebronnen, focus op efficiency, meer Europees samenwerken, nucleair en/of kolen). De keuze voor deze alternatieven zal grote gevolgen kunnen hebben voor a) de staatskas, b) onze energierekening, en c) de klimaatdoelstellingen.