Goodbye sectoren, hallo ketens

door: Pierre Berntsen

De agrarische sector heeft twee gezichten. We hebben in Nederland een krachtig agri-complex, met een sterke internationale positie. De sector levert een grote bijdrage aan de Nederlandse export en zo aan het herstel van de Nederlandse economie. Echter, ondanks dat we zeggen, ‘het gaat goed met de agrarische sector’, staat het rendement van primaire bedrijven in een aantal sectoren onder druk. De kostprijsverlagingen die zijn gerealiseerd kwamen niet ten gunste van agrarische bedrijven maar zijn doorgegeven aan afnemers.

De verschillen tussen bedrijven zijn enorm groot. Het is onze ervaring dat in sommige sectoren, zoals de groententeelt, de oorzaak vooral ligt in verschillen in opbrengstprijs. In andere sectoren, zoals de melkveehouderij, is vooral de kostprijs bepalend. Hoe zit dat in uw sector en bij uw bedrijf? Veel ondernemers merken dat de grenzen van kostprijsleiderschap worden bereikt. Ze zijn op zoek naar nieuwe business-modellen om het rendement te verbeteren.

De vraag naar producten in het tussensegment groeit door

Steeds meer partijen gaan over tot het inkopen van (vers)producten via verticale ketens. Levensmiddelenbedrijven, foodservicebedrijven en vooral retailers zijn op zoek naar mogelijkheden om zich te onderscheiden en beter te positioneren. Naast het prijswapen zit het onderscheidend vermogen vooral in aanbod van producten met toegevoegde waarde. De keuzes die bedrijven maken zijn vaak ingegeven door maatschappelijke ontwikkelingen, wensen van NGO’s en veranderende consumentenvoorkeuren. En hebben betrekking op de herkomst van voedsel, smaak en gemak. Voorbeelden zijn vlees met een Beter Leven ster, weidemelk, Kanzi appels, vrije uitloopeieren, snoeptomaatjes, brood van veldleeuwerik tarwe en producten uit de regio. De vraag naar deze producten groeit en de productie verloopt via meer of minder gesloten ketens. Ketensamenwerking biedt mogelijkheden om marktgerichter te produceren. Om volume en specificaties beter af te stemmen op afnemers en om de betrouwbaarheid te verbeteren. Gesloten ketens kunnen ook helpen om de faalkosten te reduceren en efficiency te vergroten. Over de dynamiek in ketens publiceerde ABN AMRO onderzoeken over onder meer vlees, groenten, aardappelzetmeel en bloemen & planten.

1+1=3

Samenwerking beperkt de keuzevrijheid maar biedt vaak wel een stabieler rendement. De focus verschuift van het maximaliseren van het rendement op het eigen bedrijf naar verbetering van het ketenrendement. Dit vraagt om een andere benadering van toeleverancier en afnemer. Wat zijn de belangen van ketenpartners en is het mogelijk om van 1 + 1 drie te maken? Dit vraagt om een duidelijke visie op het bedrijf en jezelf als ondernemer. Het is vaak al lastig genoeg om je eigen bedrijfsprocessen goed te organiseren. Toch gelden ook hier economische wetten. Als deze benadering het perspectief van het bedrijf verbetert en de ondernemer over de juiste de capaciteiten beschikt, ligt de keuze voor de hand. In de keten wordt veel waarde toegevoegd maar gaat ook waarde verloren. Denk aan incidenten, bederf, transport- en afstemmingsverliezen en faalkosten. Een zorgvuldige keten bewaakt de belangen en kwaliteit van elke schakel. De meeste producenten zijn trots op hun bedrijf en product. Welke ondernemer wil nu produceren voor een markt waar alleen prijs er toe doet? Daar is voedsel veel te kostbaar voor.