FX weekly – Voorspellingen aangepast

door: Roy Teo , Georgette Boele

FX-Weekly-12-January-2015-nld.pdf (136 KB)
Download

Het verschil in monetair beleid en economische groei tussen de VS en de eurozone is groot. De euro is onverminderd zwak. Dat is voor ons reden om onze voorspellingen voor de EUR/USD aan te passen. Wij gaan nu uit van een koers van 1,10 eind 2015 en 1,00 eind 2016. De grondstoffenprijzen zijn in de voorbije maanden sterker dan verwacht gedaald. Daarom zijn wij ook pessimistischer over de koersontwikkeling van valuta’s van grondstofexporterende landen. De Japanse yen profiteerde van de vlucht naar safe havens in reactie op de aanhoudende onzekerheid over de politieke situatie in Griekenland. De valuta’s van opkomende landen hadden te lijden onder de lagere olieprijzen en het verslechterde sentiment.

De euro is al flink gedaald…

De euro begon 2015 zoals zij 2014 eindigde: in mineur. De EUR/USD daalde vorige jaar met 12% van 1,38 naar 1,21 en stond eind vorige week op 1,1810. Wij verwachten dat de euro nog veel meer terrein gaat verliezen en hebben onze voorspellingen verder verlaagd (zie ook Global Daily Insight van 6 januari onder de titel “How low can the euro go?”).

…door monetair beleid, zwakke groei en ad-hocbeleid…

De zwakte van de euro tegenover de Amerikaanse dollar (USD) weerspiegelt vooral het sterke verschil in economische groei en monetair beleid tussen de VS en de eurozone. De economie van de eurozone groeit traag, terwijl de totale inflatie inmiddels negatief is en naar verwachting de komende maanden ook negatief blijft. Hierbij speelt de olieprijs een cruciale rol. Als de olieprijzen niet opveren van het huidige lage niveau, blijft de inflatie vermoedelijk tot juni negatief. De huidige situatie pleit dan ook voor verdere actie door de ECB. Met de negatieve inflatie heeft Draghi een extra argument om het bestuur van de ECB te overtuigen van de noodzaak van kwantitatieve verruiming. Wij denken dat de ECB deze maand besluit tot een grootschalig aankoopprogramma, met inbegrip van staatsobligaties.

150112 - inflatieverwachtingen

 

…maar gaat nog verder dalen…

Door de monetaire divergentie zal de EUR/USD waarschijnlijk nog verder dalen. Wij denken dat de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) de rente vanaf juni gaat verhogen in een iets sneller tempo dan de markt nu verwacht. De Amerikaanse economie blijft bovendien krachtig en de ECB zou haar balans wel eens met meer dan een biljoen euro kunnen verlengen. Deze fundamentele factoren en de negatieve sfeer rond de euro zijn voor ons reden om onze voorspellingen voor de EUR/USD voor dit jaar en het eerste kwartaal van volgend jaar naar beneden bij te stellen.

…zodat wij onze voorspelling voor EUR/USD aanpassen: 1,10 eind 2015 en 1,00 eind 2016

Voor de komende kwartaalultimo´s voorzien wij nu de volgende koersen: 1,17 (eerste kwartaal 2015), 1,15 (tweede kwartaal 2015), 1,12 (derde kwartaal 2015), 1,10 (vierde kwartaal 2015) en 1,08 (eerste kwartaal 2016). Eerder gingen wij nog ervan uit dat de EUR/USD minder snel zou dalen, naar 1,15 eind dit jaar. Onze verwachting van pariteit eind 2016 (1,00) is niet gewijzigd.

150112 - ontwikkeling valuta's 

Wij zijn ook pessimistischer over grondstofvaluta´s

Door de sterker dan verwachte daling van de exportprijzen van belangrijke grondstoffen zijn wij nu nog somberder gestemd over grondstofgerelateerde valuta´s. Wij verwachten dat de Australische centrale bank in de eerste helft van dit jaar de rente met 50 bp verlaagt. Redenen: de zwakker dan verwachte ruilvoet en het trage herstel van het evenwicht in de reële economie. Onze voorspelling voor de AUD/USD eind 2015 en eind 2016 hebben wij verlaagd naar respectievelijk 0,74 (was 0,78) en 0,70 (was 0,75). Omdat wij nu verwachten dat de centrale bank van Nieuw-Zeeland haar monetair beleid dit jaar ongewijzigd laat (eerder gingen wij uit van een verhoging met 50 bp), hebben wij ook onze voorspelling voor de NZD/USD naar beneden bijgesteld: van 0,73 naar 0,71 eind dit jaar en van 0,68 naar 0,66 eind volgend jaar.

Door de scherpe daling van de olieprijzen zijn wij minder optimistisch over het tempo waarin de Canadese economie herstelt. Wij verwachten daarom dat de Canadese centrale bank tijdens haar volgende beleidsvergadering op 21 januari iets zal opschuiven in verruimingsgezinde richting. Naar onze mening is de kans toegenomen dat het monetair beleid in Canada de rest van dit jaar ongewijzigd blijft. Eerder rekenden wij nog op een verhoging van de rente met 50 bp. Onze voorspelling voor de USD/CAD hebben wij verhoogd van 1,20 naar 1,22 eind 2015 en van 1,25 naar 1,27 eind 2016.

150112 - cad en olie

Yen profiteert tijdelijk van vlucht naar veilige valuta´s

De Japanse yen (JPY) profiteerde van het verslechterde beleggerssentiment. De yen behoort nog altijd tot de belangrijkste veilige valuta´s. Ook het kleinere renteverschil tussen de VS en Japan bood steun aan de yen tegenover de dollar. De yen zou wel eens in trek kunnen blijven totdat er meer duidelijkheid is over de politieke situatie in Griekenland na de verkiezingen van 25 januari.

Voor de langere termijn gaan wij nog steeds ervan uit dat de yen terrein zal verliezen. Door de gedaalde olieprijzen neemt vermoedelijk het risico toe dat de Japanse centrale bank (BoJ) haar inflatiedoel niet haalt. Omdat de BoJ naar verwachting haar monetaire stimulering dit jaar verder uitbreidt, terwijl de Federal Reserve juist een verkrappende koers zal varen, zal de yen in waarde dalen richting 130 tegenover de dollar.

 Valuta´s opkomende landen onder druk

De zwakke olieprijzen en de algehele verslechtering van het beleggerssentiment bepaalden ook vorige week het valutaire plaatje op de opkomende markten. Niet verwonderlijk kreeg de Russische roebel nieuwe klappen terwijl de valuta´s van olie-importerende landen zoals de Turkse lira en de Indiase roepie het relatief goed deden. De Braziliaanse real steeg ook in waarde nu de markt steeds meer ervan overtuigd raakt dat er eindelijk begrotingsmaatregelen worden genomen.

In Azië was de Indonesische roepia de zwakste munt doordat de energieprijzen verder daalden en de ruilvoet waarschijnlijk gaat verslechteren. Indonesië is voor de ontwikkeling van de olie- en gasindustrie bovendien sterk afhankelijk van directe buitenlandse investeringen. Door de gedaalde grondstoffen-prijzen zal deze kapitaalstroom mogelijk afnemen. Dit is, in combinatie met het tekort op de lopende rekening, ongunstig voor de roepia. De recente zwakte van de munt was overigens voor de Indonesische centrale bank reden om vorige week te interveniëren op de valutamarkt. Wij achten de kans groot dat de centrale bank de rente op 15 januari met 25 bp verhoogt om de munt in rustiger vaarwater te loodsen.

De Indiase roepie won daarentegen terrein. Door de gedaalde olie- en voedselprijzen (voedingsmiddelen vormen bijna 50% van het Indiase CPI-mandje) zijn de inflatievooruitzichten verbeterd. De lagere olieprijzen zullen ook het saldo op de lopende rekening positief beïnvloeden.

150112 - ontwikkelingen EM