Zelfkritisch in eigen keuken

door: Rob Morren

Het Ministerie van Economische Zaken publiceerde eerder dit jaar de Monitor Duurzaam Voedsel 2013. Hierin heeft Wageningen UR onderzocht hoe hoog de consumentenbestedingen in 2013 waren aan duurzaam gelabelde producten. Hieruit blijkt dat deze bestedingen in vergelijking met het voorgaande jaar opnieuw gestegen zijn. De consument geeft dus meer geld uit aan producten waarbij tijdens productie en verwerking meer rekening is gehouden met milieu, dierenwelzijn of sociale aspecten dan de wettelijke verplichting. Dat is een positieve ontwikkeling, maar slechts één zijde van de medaille.

Wat het rapport niet meet zijn de duurzame inspanningen van producenten en consumenten die zich niet laten vangen door een label of keurmerk. Zoals efficiënte logistiek, waterbesparing, seizoensgebonden consumeren of beperken van voedselverspilling. Zeker bij het laatste kan een grote verduurzamingsslag worden gemaakt. Per jaar verdwijnt 2 à 3 miljard euro aan voedsel in de afvalcontainer of wordt dit verwerkt tot laagwaardige alternatieven door de industrie.

 

Verspillen omdat het kan

Dit sluit aan bij het rapport van de FAO over voedselverlies- en verspilling uit 2011. Hierin stelt zij dat door de hele voedselketen heen – van boer tot consument – wereldwijd een derde van het (verse) voedsel verloren gaat of verspild wordt. In ontwikkelingslanden is vooral de gebrekkige infrastructuur bij oogst, transport en bewaring hiervan de oorzaak. In het Westen kampen we met een ander probleem: we verspillen voedsel, omdat het kan. Slechte inkoopplanning van consumenten en het laten verlopen van de THT-datum en een inkomen dat het mogelijk maakt je het te kunnen veroorloven om voedsel weg te gooien. Uit een volgende week te publiceren onderzoek van ABN AMRO blijkt dat samenwonende ouderen meer voedsel weggooien dan alleenstaande ouderen, omdat ze soms teveel bereiden. De conclusie is gerechtvaardigd dat burgers in de ’ontwikkelde landen’ enorme voedselverspillers zijn. Zeker als je kijkt naar producten als groente, fruit, vlees, vis en zuivel is de westerse consument de grootste (ruim 40 procent) verspiller in de keten. Terwijl er steeds meer initiatieven komen om de consument te helpen om verspilling tegen te gaan. Zoals het ‘eetmaatje’ van Albert Heijn: een maatbeker om in de keuken de juiste hoeveelheid voedsel af te meten.

 

Industrie en handel zetten de toon

De voedselverwerkende industrie en de handel zijn zich wel degelijk bewust van de noodzaak verspilling te beperken. In alle ketens blijkt dat deze schakels maar beperkt verantwoordelijk zijn voor verliezen in de keten. Misschien niet altijd uit het perspectief van duurzaamheid, maar zeker wel op basis van economische motieven. Mede onder invloed van de concurrentie, volatiele grondstofprijzen en prijsdruk vanuit het supermarktkanaal hebben de industrie en handel hun processen en logistiek efficiënt ingericht. Maar ook hier is winst te behalen. Bijvoorbeeld door betere ketensamenwerking om een nog verser product te kunnen aanbieden of de verpakkingsgrootte nog beter af te stemmen op de behoefte van de (veranderende) consument.

 

Zelfbewust in eigen keuken

In de aanbiedingsbrief van de Monitor Duurzaam Voedsel schrijft de staatssecretaris van Economische Zaken dat de consument door de crisis kritischer en zelfbewuster is geworden. Dit wordt uitgedrukt in hogere bestedingen aan duurzaam voedsel. Zeker als het gaat om de wijze waarop voedsel geproduceerd wordt, kan dit een stimulans voor voedselproducenten zijn. Als het gaat om het totale plaatje van duurzaam met voedsel omgaan, behalen we echter met een zelfbewuste, maar ook zelfkritische consument in eigen keuken (en koelkast) de grootste winst.

 

Deze column is eerder verschenen op vmt.nl