Werkgelegenheid is cruciaal: bemoedigende cijfers van Eurostat

door: Han de Jong

Er wordt veel gesproken over deflatie. Europa zou in een Japan-scenario glijden. Misschien is dat juist. Wat mij aan die discussie een beetje irriteert, is hoe slecht is gedefinieerd wat dat allemaal betekent. Wat is deflatie? Wat is een Japan-scenario?

Een onderscheid tussen goede en slechte deflatie lijkt mij heel relevant. Als het prijspeil daalt doordat bijvoorbeeld olieprijzen dalen, maar onze inkomens dalen niet, dan gaan we erop vooruit. Dat lijkt mij goede deflatie. Anders is het als prijzen dalen doordat het aan totale vraag in de economie ontbreekt en producenten de lonen verlagen. Dan zal de totale vraag verder wegzakken en kom je in een spiraal van dalende prijzen en dalende inkomens. Dan wordt de schuldenlast steeds zwaarder omdat die nominaal vast ligt. Heel vervelend. Maar, zelfs als je dat een beetje en kortstondig hebt, hoeft het nog niet direct een drama te zijn.

De eurozone stevent momenteel af op negatieve inflatie, of deflatie, zo je wilt. Als de olieprijzen hier blijven waar ze nu zijn, zal de inflatie begin volgend jaar naar ca. -0,25% gaan. Negatieve inflatie hadden we in 2009 ook. Toen was de inflatie een half jaar negatief. De kerninflatie daalde vervolgens ook een beetje. Ik zie die negatieve inflatie vooralsnog echter als goede deflatie.

Wat is een ‘Japan-scenario’ precies? Ik weet niet wat anderen ermee bedoelen, maar ik neem aan dat ze bedoelen langdurige deflatie en zeer magere prestaties van de reële economie. Het is misschien wel even goed in herinnering te roepen, hoe dat kwam in Japan. De waarde van de yen verdrievoudigde (ja, echt, die verdrievoudigde) in waarde voordat de economie in deflatie viel. De Nikkei verloor 60% van zijn waarde en herstelde niet meer voorafgaand aan deflatie. Onroerendgoedprijzen daalden ook sterk gedurende een zeer lange reeks van jaren. En bovendien steeg de werkloosheid gestaag gedurende een aantal jaren voordat deflatie inzette. De economische groei zakte van ongeveer 5% per jaar naar gemiddeld 1% per jaar in de laatste jaren voordat deflatie zich voordeed.

In de eurozone ligt dat allemaal wel iets anders, al is het bij ons natuurlijk evenmin om euforisch over te zijn. Maar toch, er zijn grote verschillen. Die garanderen niet dat wij ook niet in slechte deflatie zakken, maar het maakt de kans erop wel minder. Dat neemt overigens natuurlijk niet weg dat de potentiële groei van onze economie de laatste jaren behoorlijk is gedaald. En trouwens, als je in Tokio rondloopt, krijg je niet de indruk dat je in een land bent dat al 20 jaar in crisis is, maar dat terzijde.

Wat is nu cruciaal?

Mijn antwoord is: de werkgelegenheid. Als de werkgelegenheid daalt, staan looninkomens onder druk. Onze analyses geven aan dat er een duidelijk verband is tussen inflatie en werkgelegenheid.

Wat dat betreft, zijn de vandaag door Eurostat gepubliceerde cijfers over de werkgelegenheid in het derde kwartaal erg relevant en bemoedigend. De werkgelegenheid in de eurozone groeit. Niet hard, maar groei is groei. En de groei versnelt. In het derde kwartaal bedroeg de toename 0,6% jaar-op-jaar. Dat is het beste cijfer sinds eind 2011. En als je wat verder terugkijkt, is het het beste cijfer sinds 2008. De cijfers over de verschillende landen zijn interessant:

■  Duitsland 0,9%
■  Frankrijk 0,0%
■  Italië 0,1%
■  Nederland -0,3%
■  Griekenland 1,6%
■  Ierland 1,4%
■  Portugal 1,9%
■  Spanje 1,5%
Hierbij zij opgemerkt dat deze landen, met Frankrijk en Ierland als uitzonderingen, een verbetering in de laatste kwartalen laten zien. Vooral bij Spanje en Griekenland is de omslag de laatste kwartalen spectaculair.

Wat concludeer ik hier uit?

■   De kans op slechte deflatie is niet zo groot als we erin slagen de recente trend bij de werkgelegenheid vast te houden. En ik denk dat dat gaat gebeuren.
■   Italië en Frankrijk presteren zeer teleurstellend.
■   De Duitse cijfers geven aan dat het met de Duitse economie minder beroerd is gesteld dan diverse andere cijfers de laatste maanden hebben gesuggereerd.
■   Nederland loopt in absolute zin achteraan, maar is met een inhaal bezig.
■   De zogeheten ‘programma-landen’, d.w.z. de landen die aan het infuus gegaan zijn en draconische economische hervormingen hebben moeten doorvoeren, doen het goed. Ergo: dat recept werkt!