Opkomende markten – De top zestien van 2015

door: Marijke Zewuster

Opkomende markten - 9 december 2014 - De top zestien van 2015.pdf (86 KB)
Download

Opkomende markten worden steeds belangrijker. Brazilië, Rusland, India en China, de zogenaamde BRIC-landen, waren de voorlopers. Als groep hebben ze inmiddels veel van hun glans verloren. Vooral Brazilië en Rusland doen het slecht, maar ook China haalt al lang geen groeicijfers meer van 10% of hoger. Toch vinden wij de groep BRIC-landen nog steeds een waardevolle categorie, alleen al door hun omvang en welvaart. Hierdoor vormen ze nog altijd een interessante markt, voor beleggers, voor investeerders en als handelspartner. Toch zijn er talrijke opkomende landen zijn die de afgelopen jaren qua groei beter gepresteerd hebben. Wij presenteren een topzestien van landen die aantrekkelijk zijn voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Belang opkomende landen sterk toegenomen

Dankzij sterke groei wordt inmiddels ruim 40% van het mondiale BBP in opkomende markten geproduceerd en uitgedrukt in koopkrachtpariteit zelfs 60%. Daarnaast is het aandeel van opkomende markten in de toptwintig van de grootste economieën ter wereld toegenomen van net iets meer dan een kwart in 1980 tot bijna de helft nu.

Opkomende markten nemen ook steeds hogere posities in op deze ranglijst, die door de jaren heen goed is voor 80 tot 85% van de totale wereldeconomie. In 2013 behoorden in volgorde van grootte de volgende acht opkomende markten tot deze toptwintig: China, Brazilië, India, Rusland, Mexico, Zuid-Korea, Indonesië en Turkije. Het verwachte aanhoudende verschil in groeitempo met industrielanden zorgt ervoor dat het economisch zwaartepunt in de toekomst nog verder zal verschuiven.

 

141208-EM1

Sterke groei zorgt voor stijging van de welvaart

De sterke groei in de afgelopen decennia heeft ook bijgedragen aan een afname van de armoede en een opkomende middenklasse. Opkomende markten ontwikkelden zich hierdoor steeds meer van leveranciers van goedkope grondstoffen, producten en diensten in leveranciers van kapitaal, talent en innovatie. Bovendien worden de landen zelf een steeds belangrijker afzetmarkt. Het meest aansprekend is de opmars van China. Met een groei van gemiddeld 10% per jaar steeg het land van een zesde plaats in 1980 en een aandeel in het mondiale BBP van nog geen 3%, naar de tweede plaats met een aandeel in het mondiale BBP van ruim 12%. Het aandeel van Brazilië is in die zelfde periode ‘slechts’ toegenomen van 2% tot net iets meer dan 3%. Daarmee was het land overigens in 2013 wel goed voor een zevende plek op de wereldranglijst, vóór India en Rusland. Tellen we de BRIC-landen bij elkaar op dan bedraagt hun gezamenlijke aandeel in het mondiale BBP in 2013 ruim een vijfde. Qua omvang is dat dus een club waar je niet zomaar omheen kan.

 

141208-EM2

Hoe rijker, hoe trager?

Dat de groei in de BRICs de laatste tijd tegenvalt, heeft deels ook te maken met de toegenomen welvaart. Zo verschuift de nadruk in China geleidelijk van investeringen naar consumptie. Daar hoort een lager groeitempo bij. Brazilië en Rusland zijn al geruime tijd een stuk rijker, daardoor zijn groeipercentages die langdurig boven de 5% liggen hier zelfs met grootschalige hervormingen niet te verwachten. Mede door (geo)politieke issues en gebrek aan hervormingen lijkt de groei overigens de komende twee jaar niet eens boven de 2% uit te komen en zijn de neerwaartse risico’s aanzienlijk. In India, het armste BRIC- land, zijn de groeiperspectieven juist enorm verbeterd nu de nieuwe regering vaart maakt met noodzakelijke hervormingen.

 

141208-EM3

Sterke groeiers; klein en arm

Terwijl de groei in Brazilië en Rusland tegenvalt en de ontwikkelde landen maar net bekomen zijn van hun zware dip, blijven opvallend veel opkomende markten sterk groeien. Met name Afrika lijkt aan een niet te stuiten opmars te zijn begonnen. Ook in Azië zijn er buiten China en India nog heel wat sterke groeiers.

We definiëren sterke groeiers als landen die de afgelopen tien jaar een groei kenden van gemiddeld minstens 5% per jaar en die volgens de EIU ook in 2015 en 2016 minstens 5% groeien. Op die manier ontstaat een lijst van maar liefst 43 landen (buiten China, India en het rijke Qatar). Dit is meer dan 20% van alle landen in de wereld. Hiervan bevinden zich achttien in Afrika en dertien in Azië. Kenmerkend voor de meesten is dat ze ofwel over grote hoeveelheden van één of meerdere grondstoffen beschikken en/of over een reservoir van relatief goedkope arbeidskrachten. Dat laatste is met name in Azië het geval.

Omvang blijft belangrijk

De economische omvang van de meeste van deze landen is echter vrij beperkt. Daar komt bij dat de economie in de meeste gevallen weinig gediversifieerd is. Dit maakt het lastiger om met of in deze landen zaken te doen of er te investeren. Als we de lijst verder beperken tot landen die een BBP hebben van tenminste USD 100 mld (0,2% van het mondiale BBP), dan blijven er nog maar negen landen over. In Azië zijn dit Bangladesh, Indonesië, Filippijnen, Maleisië en Vietnam. De overige landen zijn Angola, Kazachstan, Nigeria en Peru. Hiervan is Bangladesh niet alleen de kleinste, maar met een BBP per capita van USD 830 ook verreweg de armste en Maleisië met een BBP per capita van USD 10540 de rijkste.

Welvaart is ook niet onbelangrijk

We hebben uitgelegd dat de BRICs interessant blijven. Om vergelijkbare redenen is er nog een aantal landen aan te wijzen die niet volledig aan het groeicriterium voldoen, maar waarvan we toch denken dat ze door hun grootte en hun relatieve welvaart aantrekkelijke alternatieven naast de BRIC zijn. Het gaat hier in eerste plaats om de landen die naast de BRIC tot de top twintig van de wereld horen: Mexico, Turkije en Zuid-Korea. Maar ook Chili, Colombia, Polen en Thailand zijn landen die een redelijke economische omvang en welvaart combineren met relatief sterke groei en fraaie groeiprognoses. Samen met de lijst van negen sterke groeiers geeft dit zestien landen, waarvan wij denken dat ze naast de BRIC interessant zijn om in de gaten te houden.

 

141209-EMtabel

 

Groeiresultaten uit het verleden, bieden geen garantie

Een waarschuwing voor de landen die we hier hebben geïdentificeerd op basis van groei en omvang is wel op zijn plaats. De groeiperspectieven zien er voor deze landen vaak gunstig uit dankzij lage loonkosten en/of een overvloed aan grondstoffen. De geringe mate van diversificatie en de afhankelijkheid van buitenlands kapitaal maakt echter ook dat de groei volatiel kan zijn. En er zijn andere obstakels aan te wijzen die een belangrijke hindernis kunnen vormen als het gaat om investeren, beleggen of zaken doen. Denk bijvoorbeeld aan bureaucratie en corruptie. Binnen de topzestien geldt grofweg dat de obstakels het grootst zijn voor de armste landen. Kijken we naar indicatoren zoals de Ease of Doing Business indicator van de Wereldbank of de corruptie-index van Transparency International dan scoren landen als Angola, Bangladesh en Nigeria hier erg slecht. Dit zijn ook de landen met een lage kredietbeoordeling van de externe kredietbeoordelaars. Dat laat onverlet dat het gezien de combinatie van omvang en groeiperspectief zeker de moeite waard kan zijn om ook deze topzestien in 2015 in de gaten te houden.