Macro Weekly – Tegen- en meevallers in de eurozone 2014

door: Han de Jong

BP141222NL.pdf (292 KB)
Download

Beste lezers,

Dit is onze laatste Big Picture van dit jaar. Mede namens mijn collega’s wil ik u bedanken voor uw belangstelling en steun. Wij wensen u fijne feestdagen en een gezond en geslaagd 2015.

De economische ontwikkeling van de eurozone viel tegen dit jaar. Dat is zeker hoe de markten en de media erover denken en er valt weinig tegen in te brengen. Het is echter zinvol om niet alleen naar de eurozone als geheel te kijken, maar ook te analyseren in hoeverre de afzonderlijke landen aan de verwachtingen hebben voldaan. In deze laatste Big Picture van 2014 stel ik vast dat diverse eurolanden het in 2014 beter hebben gedaan dan verwacht. Dat zijn meestal economieën die als relatief zwak en kwetsbaar worden beschouwd. Dat zij boven verwachting presteren, is een goed bewaard geheim en uiteraard goed nieuws. Mijn conclusie luidt dat het beleid dat deze landen de afgelopen jaren hebben gevoerd, vruchten heeft afgeworpen. Hun voorbeeld verdient navolging. Diverse andere landen stellen echter teleur, waaronder Duitsland, waarvan je dit het minst verwacht. Waarom is dit alles gebeurd en welke lering moeten we eruit trekken? Maar eerst is het tijd voor een korte analyse van Rusland.

Rusland en olie

Op de financiële markten is de laatste tijd veel te doen over de sterke daling van de olieprijzen en de gevolgen daarvan. Goedkopere olie is goed voor olie-invoerende landen, maar de prijzen zijn in zeer korte tijd zo sterk gedaald dat de olie-exporteurs nu onder enorme druk staan, met name Rusland. Het is moeilijk te zeggen hoe dit verdergaat. Rusland dreigt in een zeer vervelende recessie te belanden en het risico van een financiële crisis is aanzienlijk. Het is koffiedik kijken hoe de politieke top van het land zal reageren op de toenemende druk, die tot gevaarlijke ontwikkelingen in de internationale politiek kan leiden. Gelukkig beschikt Rusland over flinke financiële reserves en daarmee kan het in ieder geval de eerste storm doorstaan. Wij denken dat de olieprijs te ver naar beneden is doorgeschoten. Als de markten zich stabiliseren, zal de economische stress afnemen, al blijven de vooruitzichten voor de Russische economie voorlopig, zacht gezegd, problematisch. Mochten de olieprijzen blijven dalen, dan bestaat het risico dat de daaruit voortvloeiende nervositeit en volatiliteit rondom Rusland de positieve effecten van de grotere bestedingsruimte van olie-importerende landen tenietdoet.

De feiten over de economie van de eurozone liegen niet

Om te bepalen in welke eurolanden de economische ontwikkeling tegenviel en in welke niet (of minder), heb ik de prognoses voor de groei van het BBP en de binnenlandse vraag voor 2014 vergeleken met feitelijke uitkomst. Ik heb daarvoor de prognoses uit de Economic Outlook van de OESO van november 2013 vergeleken met de ramingen voor 2014 die de OESO onlangs, in zijn Economic Outlook van november 2014, heeft gepubliceerd. De uitkomsten zijn in mijn ogen interessant en rechtvaardigen een aantal conclusies.

20141222 Macro weekly NL 1

20141222 Macro weekly NL 2

VS grotere tegenvaller dan de eurozone

De groei van het BBP en de binnenlandse vraag van de VS bleef achter bij de verwachtingen van een jaar geleden. Wat vooral opvalt, is dat de VS sterker bij de verwachtingen achterbleef dan de eurozone. De groei van de binnenlandse vraag in de eurozone valt naar verwachting slechts 0,2% lager uit dan vorig jaar werd voorzien. Dat is ruim binnen de gebruikelijke foutenmarge. De reden voor de nogal tegenvallende groei in de VS moet vooral in het zeer zwakke eerste kwartaal worden gezocht, toen de economische bedrijvigheid zwaar te lijden had van het slechte weer. Bovendien zijn de recente groeiramingen van de OESO voor 2014 gebaseerd op de informatie die tot dan toe beschikbaar was. De Amerikaanse economie draait overduidelijk goed op dit moment en de kans bestaat dat de feitelijke cijfers over 2014 iets beter uitpakken dan die van de laatste OESO-raming.

Grote verschillen binnen de eurozone

De tweede conclusie die uit de cijfers getrokken kan worden, is dat er tussen de eurolanden grote verschillen zijn. Sommige eurolanden presteerden slechter dan verwacht, andere juist beter. Dat tweede punt wordt niet vaak genoemd. Finland en Oostenrijk behoren tot de grootste tegenvallers. Ik volg deze landen niet op de voet, maar wat ze gemeen hebben, is dat ze onder vrij grote invloed staan van de ontwikkelingen in Oost-Europa, met name in Rusland. In het geval van Oostenrijk is dat heel evident: daar is de uitvoer veel minder sterk gegroeid dan in de Outlook voor 2013 werd voorzien. In Finland lijkt het probleem vooral in de binnenlandse vraag te zitten. Overheidsbezuinigingen, die vorig jaar niet waren voorzien, lijken daarbij een rol te hebben gespeeld.

Rode lap op een stier

Het meest opvallend is ongetwijfeld dat Nederland, Ierland, Spanje, Griekenland en Portugal dit jaar allemaal de verwachtingen hebben overtroffen. En niet zo’n beetje ook. Vermoedelijk is de Spaanse binnenlandse vraag vorig jaar 3% meer gegroeid dan werd voorzien. Ierland heeft het zelfs nog beter gedaan, maar dat is een kleine en relatief volatiele economie. In Portugal kwam de binnenlandse vraag 1,5% hoger uit dan verwacht, wat eveneens welkom is. Deze meevallers bevestigen ontwikkelingen die we in andere datareeksen zien. In Spanje is de werkloosheid momenteel 23,7%. Dat is onaanvaardbaar hoog, maar wel veel beter dan de 27% van begin 2013. Dit heb ik ook in recente discussies aangestipt. En daaraan heb ik toegevoegd dat we de Spaanse werkloosheidscijfers, voor zover het de absolute omvang van de werkloosheid betreft, misschien niet moeten vergelijken met bijvoorbeeld de Nederlandse. Vóór de invoering van de euro groeide de Spaanse economie behoorlijk. Toch was 15% van de beroepsbevolking officieel werkloos. En vlak voor het begin van de financiële crisis in 2008 stond de werkloosheid op ruim 8%. Maar in die tijd had Spanje een tekort op de betalingsbalans van maar liefst 10% van het BBP, een duidelijk teken dat de economie totaal oververhit was. Dergelijke opmerkingen werken meestal als een rode lap op een stier. Zelfs van mensen die mij doorgaans goed gezind zijn, hoor ik dat zulke opmerkingen onverantwoord optimistisch zijn en dat ik totaal geen oog heb voor de grote economische en sociale pijn die veel Spanjaarden lijden. Ik wil niet ongevoelig zijn en ben dat volgens mij ook niet. Maar het is zoals het is. De economie staat er beroerd voor. Dat weet iedereen. We moeten nu vooruit kijken. En het punt is dát het beter gaat en teveel mensen dat niet willen zien. Een oud Chinees spreekwoord zegt dat zelfs een reis van duizend mijlen met één eerste stap begint. Spanje heeft nog een lange weg te gaan, maar de eerste stappen zijn gezet. Voor diverse andere landen geldt hetzelfde. Mijn collega Aline Schuiling heeft in een recente analyse laten zien dat een aantal landen is gestegen op internationale ranglijsten, zoals de lijst van de Wereldbank voor het ondernemersklimaat in de wereld en de Global Competitiveness Index van het World Economic Forum. Dit zijn vrijwel dezelfde als de landen die boven verwachting zijn gegroeid. Mijn conclusie is dat het gevoerde beleid werkt. Slechts heel weinig economen en commentatoren zijn bereid dat toe te geven, maar het kan niet lang meer duren voordat hun ogen open gaan.

Duitsland stelt onverwacht teleur

De meeste mensen denken bij de zorgenkindjes van de eurozone vooral aan Frankrijk en Italië en ik ben het daar eigenlijk wel mee eens. Deze landen ontbreekt het aan economische dynamiek en ze moeten beleid gaan voeren dat hun groeipotentieel vergroot. Op sombere momenten vrees ik dat dit pas gebeurt als de problemen totaal uit de klauwen gelopen zijn. Als ik beter gestemd ben, denk ik dat ze beseffen wat er moet gebeuren voordat er een ramp gebeurt, en dat hun regeringen met hervormen begonnen zijn, maar dat dit een proces van geduld is.

Wat misschien nog het meest verbaast, is dat Duitsland dit jaar zo tegenvalt. Ook dit onderwerp heeft Aline Schuiling een paar weken geleden nader onder de loep genomen. Onze conclusie luidt dat de naar verhouding matige Duitse prestaties aan tijdelijke factoren te wijten zijn. De recente verbetering van de conjuncturele indicatoren heeft ons in die overtuiging gesterkt. De gezaghebbende Ifo-index voor het ondernemersvertrouwen staat bijvoorbeeld in de plus. Na sinds april zes maanden achtereen te zijn gedaald, gaf het Duitse ondernemersvertrouwen in november en december weer een duidelijke toename te zien. De volatielere ZEW-index van het vertrouwen onder analisten stijgt ook weer. De verwachtingencomponent van deze index is na een stevige stijging in november in december ook sterk gegroeid. Daarmee werd de daling in de voorafgaande zes maanden meer dan goedgemaakt.

De implicaties van deze vergelijking

Mijn belangrijkste punt is dat de zaken er niet zo slecht voorstaan als veel mensen denken. Het klopt dat de economische groei in de eurozone als geheel dit jaar tegenvalt en dat er nog flinke problemen liggen. Dat neemt niet weg dat diverse landen het beter hebben gedaan dan verwacht. De Duitse tegenvaller is vooral te wijten aan tijdelijke factoren en het gaat er momenteel weer beter. De belangrijkste conclusie is misschien wel dat de landen die het ergst geleden hebben, het nu goed doen. Ze zijn er nog lang niet, maar het licht aan het einde van de tunnel wordt steeds groter en helderder.

Zorgen over de Griekse politiek

De Griekse politiek blijft de financiële markten zorgen baren. Ik vraag me af in hoeverre dat terecht is. Laat ik allereerst toegeven dat ik geen deskundige ben op dit gebied. Maar ik heb laatst een lang gesprek gevoerd met een goede vriend van me, een Griek, die ik wel als een deskundige beschouw. Het Griekse parlement is er afgelopen woensdag niet in geslaagd om in de eerste ronde een nieuwe president te kiezen. De tweede stemronde is op 23 december. Er komt dan alleen een nieuwe president als ten minste tweehonderd van de driehonderd parlementariërs vóór de kandidaat van de regering, Stavros Dimas, stemmen. Dat gaat ongetwijfeld niet gebeuren. In de derde en laatste stemronde, op 29 december, zijn ‘slechts’ honderdtachtig stemmen nodig. Het is mogelijk dat dit aantal wordt gehaald, omdat onafhankelijke parlementsleden en leden van andere partijen Dimas misschien zullen steunen in ruil voor politieke concessies. Als de derde ronde ook niets oplevert, moeten er parlementsverkiezingen worden gehouden. Nogal wat afgevaardigden zullen dan hun zetel verliezen en daardoor mogelijk geneigd zijn de kandidaat van de regering in de derde ronde te steunen. De markten zullen waarschijnlijk opgelucht ademhalen als Dimas wordt gekozen. Maar wat als dat niet gebeurt?

Wie is er bang voor Syriza?

Het goede aan de Griekse politiek is dat er op korte termijn verkiezingen kunnen worden uitgeschreven en dat de regeringsvorming (als ze niet mislukt) snel gaat. Volgens de opiniepeilingen gaat Syriza eventuele vervroegde verkiezingen winnen, al ligt de Nea Demokratia van premier Samaras niet ver achter. Pasok, het oude centrum van de Griekse politieke macht, speelt nauwelijks nog een rol. Mijn Griekse vriend omschreef Syriza als ‘centrumlinks’. Dat verbaasde me, want in mijn beleving zijn het linksradicalen. Wikipedia heeft het over maoïsten en trotskisten in verband met Syriza, niet iets wat de financiële markten vertrouwen inboezemt. Maar mijn vriend legde me uit dat veel nieuwe leden en aanhangers van Syriza zeer gematigd zijn en dat de politiek leider, Alexis Tsipras, de afgelopen maanden duidelijk naar het midden was opgeschoven. Hij zou voorstander zijn van een markteconomie, zij het met een duidelijk sociaal gezicht, en wil Griekenland niet uit de eurozone halen. Volgens mijn vriend is de angst van de financiële markten voor een door Syriza geleide regering dan ook nogal overdreven. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat Syriza de absolute meerderheid behaalt. De communisten sluiten een regering met Syriza uit, waardoor een grote coalitie van Syriza en Nea Demokratia de meest waarschijnlijke uitkomst is.

Het komt erop neer dat de toestand onvoorspelbaar is en misschien wisselvallig wordt, maar dat het allemaal wel mee zal vallen als het stof is neergedaald.

20141222 Macro weekly NL 3