OPEC tapt uit hetzelfde vaatje

door: Hans van Cleef

De afgelopen dagen versnelde de daling van de olieprijs tot ruim onder USD 75/vat. De reden was dat de OPEC haar productiequotum niet heeft aangepast, en het op 30 miljoen vaten per dag heeft gehandhaafd. Ze gaf daarbij aan dat de markt zelf naar een balans moet zoeken. Gezien de marktreactie waren er blijkbaar voldoende speculanten die anticipeerden op een verlaging van dit quotum. Al met al daalde de olieprijs deze week met bijna 10%, en kwam de totale daling sinds de piek in juni van dit jaar uit op bijna 40%.

De reactie in het juiste perspectief:

  • Het codewoord dat in deze discussie vaak wordt vergeten is: structureel. De olieprijs is de afgelopen maanden sterk gedaald, maar de gemiddelde olieprijs voor 2014 is nog steeds ruim boven de USD 100/vat. Landen en bedrijven die olieprojecten financieren maken geen beslissingen op basis van dagkoersen, maar kijken naar jaargemiddelden. Een lagere olieprijs zal dan ook pas echt een probleem gaan worden voor de investeringen als de olieprijs zich structureel op het huidige, lagere niveau zal handhaven.
  • De speculaties over een aanpassing van het quotum werden vooral gevoed door druk van OPEC- leden Venezuela en Iran om de productie te verlagen. Hun economieën zijn sterk geraakt door de lagere olieprijs. Zeker Iran wordt, net als concurrent Rusland overigens, fors getroffen door deze prijsdaling. De afzet staat er al onder druk door eerder opgelegde sancties vanuit het westen. Het enige land dat de productie daadwerkelijk significant kan aanpassen is Saudi-Arabië, wellicht samen met Koeweit en de Verenigde Emiraten. De rol van Venezuela en Iran is momenteel marginaal.
  • De roep was om een verlaging van 1 miljoen vaten olie per dag. Dit staat gelijk aan 1,1% van de wereldproductie per dag. Het is ook toevallig dezelfde hoeveelheid die de OPEC zelf nota bene in oktober teveel produceerde. De OPEC-productie kwam in oktober immers uit op 31 miljoen vaten per dag.
  • Als de OPEC de productie al had verlaagd, zou dit direct betekenen dat de reservecapaciteit met hetzelfde volume zou toenemen. Deze reservecapaciteit kan binnen enkele weken weer toegevoegd worden aan de productiecapaciteit. Daarom zou het verlagen van het productiequotum eerder moeten leiden tot een stabiele, en misschien zelfs lagere, olieprijs. Bij nieuwe calamiteiten of onrust in olieproducerende landen zou valt de productie immers makkelijk op te voeren.

Nu de eerste reactie achter de rug is, zal de markt zich bezinnen op de nieuwe situatie. Ik verwacht dat de olieprijs binnenkort een technische correctie omhoog zal laten zien. Ook hier zal ik de vier belangrijkste redenen in willekeurige volgorde noemen:

Redenen voor een herstel op korte termijn:

  • Het beraad van de OPEC is voorbij en de uitkomst is bekend. De markt kan zich opnieuw richten op de feiten van de oliemarkt en het speculatieve deel achter zich laten. Dit wordt ook wel het ‘Sell-the-Rumour,-Buy-the-Fact’-verschijnsel genoemd. Als gevolg daarvan zullen er winstnemingen op speculatieve (short-) posities zijn. Dat zal leiden tot steun voor de olieprijzen. Het sluiten van speculatieve posities is overigens een effect wat sterker wordt als we dichter bij het jaareinde komen.
  • Bij deze lage olieprijs zullen er steeds meer geluiden zijn die suggereren dat olieproductieprojecten (al dan niet tijdelijk) worden uitgesteld. Dit zal een prijsopdrijvend effect hebben.
  • De olieproductie van Libië is zeer wispelturig en schommelt ruwweg genomen ergens tussen de 0 en 1 miljoen vaten per dag. De onverwachte sterke productiestijging van de laatste drie maanden is zeer waarschijnlijk onhoudbaar. Ik verwijs naar de nieuwe onrust in het land en de exportbeperkingen die dat met zich meebrengt. Dit is overigens ook een reden waarom de OPEC de situatie van lagere olieprijzen langer zal willen aankijken.
  • Een lagere olieprijs leidt tot een stimulans voor de economische groei. Er verschuift immers welvaart van de olieproducent naar de -consument. Ruwweg genomen kan je zeggen dat een daling van de olieprijs met USD 10/vat, leidt tot 0,3% extra mondiale groei. Extra groei betekent op termijn ook een stijgende vraag naar olie. Dit effect zal uiteindelijk mede een bodem leggen onder de olieprijs.

Op dit moment pas ik onze olieprijsprognose niet aan. Ik verwacht nog steeds een gemiddelde olieprijs van ruim USD 100/vat voor 2014. Wellicht dat de prognose van USD 90/vat voor eind 2014 iets te hoog is ingeschat. Het is echter te vroeg om – slechts een dag na zo’n sterke beweging – hier nu een juiste inschatting van te maken.

De situatie is uiteindelijk niet fundamenteel veranderd. De OPEC heeft sterk benadrukt dat zij de eerste helft van 2015 30 miljoen vaten olie per dag zal produceren. Hierbij bleef onduidelijk of zij dit als plafond of als een richtlijn ziet. Als de OPEC zich ook daadwerkelijk zal houden  aan dit quotum, in de zin van  ‘plafond’, is er feitelijk gezien dus toch een productiedaling aangekondigd (ten opzichte van de productie van 31 miljoen vaten per dag in oktober).

En de feiten laten zien dat er sinds 2012 een overaanbod van olie is. Dat verklaart ook waarom het jaargemiddelde al enkele jaren aan het dalen is en zal blijven dalen. Voor 2015 voorzie ik daarom een gemiddelde olieprijs van USD 90/vat. Dit is gebaseerd op een verwachte stijging van de vraag naar olie als gevolg van economische groei, met name vanuit opkomende markten. Deze groei zal echter volledig worden opgevangen door een hogere olieproductie in Non-OPEC landen. De ruime productiemogelijkheden binnen de OPEC, in combinatie met de door ons verwachte stijging van de dollar, leidt echter tot een structurele verdere daling van de gemiddelde prijs van olie ten opzichte van eerdere jaren.