Latijns-Amerika – lange leve de VS

door: Marijke Zewuster

Latijns Amerika - lange leve de VS.pdf (60 KB)
Download

Sinds 2009 is de groei in Latijns-Amerika niet meer zo laag geweest. Met een geschatte groei van net 1% is Latijns- Amerika in 2014 de traagst groeiende regio binnen de opkomende markten. Ook het verwachte herstel in de tweede helft van het jaar lijkt niet zo sterk. In 2015/2016 verwachten we een opleving van de regionale groei maar de groei blijft net als in de afgelopen jaren achter bij de groei van de wereldeconomie. De opleving in de industrielanden en met name het sterke herstel in de VS is de belangrijkste oorzaak van de verbetering. Interne ontwikkelingen spelen daarentegen in toenemende mate een negatieve rol. Verslechterde structurele omstandigheden maken dat in de meeste landen de ruimte voor begrotingsmaatregelen en de ruimte voor monetaire stimulering beperkt is.

In 2014 het slechtste jongetje van de klas

Terwijl we een jaar geleden voorspelden dat de groei zou aantrekken van 2,4% in 2013 naar 3,5% in 2014, mogen we nu blij zijn als de groei op 1% uitkomt. Ons toen geschetste risicoscenario lijkt het basisscenario te zijn geworden: tegenvallende groei in de ontwikkelde landen en China, plus effecten van politieke onzekerheden en een toename van risicoaversie. Toegenomen interne onevenwichtigheden versterken de invloed van een minder sterk mondiaal herstel. Dit maakt de regio vatbaar voor toegenomen risicoaversie in aanloop naar een minder accommoderend monetair beleid in de VS, met als resultaat een groeivertraging in plaats van het verwachte herstel.

 

141120-LatamNL1

Met uitzondering van Colombia presteren de zeven grootste economieën slecht. Voor zowel Argentinië en Venezuela voorspelden we een jaar geleden een licht positieve groei. Hoewel data weinig betrouwbaar zijn, lijkt er geen twijfel mogelijk dat deze landen in een recessie zitten. Daarbij kampen ze met een sterke verslechtering van hun externe financiële positie en toenemende problemen met het nakomen van de buitenlandse-schuldverplichtingen. Beide landen nemen gezien hun politieke koers en hun macro-economisch beleid een uitzonderingspositie in de regio in, maar onzekerheid over de politieke koers en het te volgen economisch beleid speelden met algemene verkiezingen in maar liefst zeven landen in veel landen een rol. Daarbij laten niet alleen de investeerders maar ook de consumenten, lange tijd aanjagers van de groei, het in steeds meer landen afweten. Volgens schatting daalt de bijdrage van de particuliere consumptie aan de groei van iets meer dan 4 procentpunt (pp) in 2010 naar minder dan 1,5 pp in 2014. De bijdrage van de investeringen daalt in dezelfde periode van 3,4 pp naar licht negatief. In Brazilië werden In aanloop naar de verkiezingen investeringsbeslissingen opgeschort en sloeg het voorzichtige herstel van de investeringen in 2013, begin 2014 om in een aanzienlijke krimp. In Chili lijkt onzekerheid over het te voeren beleid van de nieuwe socialistische regering onder leiding van president Michelle Bachelet mede oorzaak van de sterke daling van de groei in het tweede kwartaal. Maar hoofdoorzaak lijkt hier toch vooral de daling van de export van koper.

In Peru, waar onzekerheid over de te varen economische koers veel minder een rol speelt, daalde de groei in dezelfde periode vrijwel even sterk. Colombia is de belangrijkste uitzondering, De verkiezingen in het voorjaar gingen daar niet gepaard met een daling van het vertrouwen en zowel de investeringen als de consumptie namen verder toe. In Mexico viel de groei in de eerste helft van het jaar tegen. Dit is echter wel vrijwel het enige land waar er in de tweede helft van het jaar daadwerkelijk sprake lijkt te zijn van een forse kentering, gestimuleerd door het herstel in de VS en belangrijke hervormingen in de energiesector. Opvallend is overigens dat kleinere economieën, zoals Bolivia, Ecuador en Paraguay het met een verwachte groei van meer dan 4% erg goed doen.

Ruimte voor monetaire stimulering gering

Structurele tekortkomingen zorgen er voor dat veel landen met problemen aan de aanbodkant kampen, ondanks de lagere groei. Dit zorgt voor een oplopende of hoog blijvende inflatie. Hierdoor zien we dat in de landen waar de groei vertraagde de inflatie hoog bleef (Brazilië) of sterk toenam (Chili). In de vette jaren zijn in grote delen van de regio, met name ook in Brazilië, grote stappen zijn gezet bij het verminderen van de armoede en ook de inkomensongelijkheid iets is afgenomen. Er is echter veel minder vooruitgang geboekt bij het verbeteren van de gebrekkige infrastructuur en het onderwijs. Zo zorgt gebrek aan goed geschoold personeel en een lage arbeidsproductiviteit ervoor dat ook in de landen waar de groei hapert de werkloosheid laag blijft en de loonstijgingen aanzienlijk. Een andere factor is protectionisme. In zijn meest extreme vorm zien we dat in Argentinië en Venezuela, waar het overheidsbeleid niet alleen leidt tot misallocatie, maar ook tot daadwerkelijke schaarste en rantsoenering van goederen en diensten, met een levendige zwarte markt als gevolg. Verder zijn de munten van veel landen als gevolg van een toegenomen risicoaversie aanzienlijk verzwakt en ook dat heeft een inflatoir effect. De lagere olieprijs zal in de komende tijd wel een drukkend effect hebben op de inflatie en daardoor verwachten we dat met name Chili en Peru nog ruimte hebben om de rente iets te verlagen. In Brazilië lijkt daarentegen het einde van de monetaire verkrapping nog niet in zicht. Overigens is de inflatie in alle landen, met uitzondering van Argentinië en Venezuela, onder de 10%. Dat is ver weg van de hyperinflatie die zo kenmerkend was voor de jaren tachtig en begin jaren negentig.

Dalende besparingen andere groei belemmerende factor

In de hele regio is er ook weinig gedaan om in de vette jaren tussen 2003 en 2011 (met een klein dipje in 2009) de besparingen te verhogen en zo minder afhankelijk te worden van buitenlands kapitaal.

 

141120-LatamNL2

Na de financiële crisis in 2009 daalden de besparingen in veel landen zelfs in rap tempo, terwijl de kredietgroei tot 2013 redelijk sterk bleef. De daling van de spaarquote vond in vrijwel alle grote landen plaats, maar Brazilië spande met een toch al lage spaarquote de kroon. Daar daalde de spaarquote van een hoogtepunt van 19% van het BBP in 2008 naar een ook historisch gezien laag niveau van slechts 13% van het BBP nu. De gemiddelde spaarquote in de regio komt uit op maar 17% en ligt daarmee zowel onder het gemiddelde niveau van de niet-OECD landen (34%) maar ook onder het niveau van de OECD (20%).

De daling van de besparingen komt voor een deel op het conto van een verslechtering van de overheidsfinanciën. Dat maakt het voor de meeste landen ook lastig om via een expansief begrotingsbeleid structurele tekortkomingen zoals onderwijs en infrastructuur aan te pakken en zo de economie niet alleen op de korte termijn, maar ook op voor de langere termijn een impuls te geven. De investeringen daalden ook, maar minder dramatisch. Het regionale gemiddelde nam af van een top van 21% in 2008 tot naar schatting 19% in 2014. De investeringsquote is het laagst in Brazilië (17%) en het hoogst in Peru en Colombia (26%). Dalende besparingen zien we ook terug in een toenemend tekort op de lopende rekening. Daarbij daalt het deel dat gedekt wordt door directe buitenlandse investeringen en neemt ook de buitenlandse schuld toe. De structuur van de buitenlandse schuld is in de meeste landen wel gezond, wat zich vertaalt in nog altijd gunstige rente en aflossingsbedragen. Bovendien is het niveau van de internationale reserves nog hoog. Dat neemt niet weg dat het landen kwetsbaar maakt voor negatieve ontwikkelingen. Mocht de rente op de internationale kapitaalmarkt onverwacht sterk oplopen dan kunnen deze ratio’s snel verder verslechteren.

Vooruitzichten voor 2015/2016; lange leve de VS

Grootste pluspunt voor de groeivooruitzichten in Latijns-Amerika 2015/2016 is het wereldwijde herstel en met name de sterke groei in de VS. Plezierig is ook dat voor de meeste landen politieke onzekerheid in de komende twee jaar minder een rol speelt. Grootste uitzondering is Argentinië, waar tot de verkiezingen eind 2015 geen verbetering wordt verwacht. Een andere positieve ontwikkeling, met name voor Chili en Peru, is een lagere olieprijs. Voor Argentinië, Brazilië, Colombia en Mexico is dit minder het geval. Een lagere olieprijs heeft weliswaar ook hier een drukkend effect op de inflatie, maar daar staat tegenover dat een deel van de positievere toekomstverwachting hier gebaseerd is op de verdere ontwikkeling van de oliesector. Investeringen zouden bij een lagere olieprijs wel eens lager kunnen uitvallen.

Op grond hiervan verwachten we een opleving van de regionale groei naar 2,5% in 2015 en 2,9 in 2016. Dit is hoger dan de groei in opkomend Europa en hiermee is Latijns- Amerika niet meer de slechtste leerling van de klas, maar wel blijft de groei opnieuw achter bij de mondiale groei. De verslechterde structurele omstandigheden zijn de belangrijkste reden dat de groeiprognoses voor de komende periode in vergelijking met de groei in de VS en de mondiale groei relatief somber blijven en de risico’s groot. Kijken we naar de afzonderlijke landen dan zullen Colombia en Mexico het meest profiteren van de sterke groei in de VS. Daar verwachten we dan ook in 2015/2016 een groei van rond de 4%. In Chili en Peru zal een minder sterke groei in China een drukkend effect hebben op het herstel. Beide landen hebben daarentegen nog redelijk ruimte voor een stimulerend economisch beleid. Naar verwachting zal de groei daar in 2016 rond de 4-4,5% in 2016 uitkomen. Brazilië blijft het grootste vraagteken. We voorzien nu dat structurele onevenwichtigheden daar ook de komende jaren een grote rol blijven spelen en verwachten daarom dat de groei niet boven de 2% zal uitkomen. Grootste risico’s zijn gezien ook de toegenomen onevenwichtigheden op de betalingsbalans een sterker oplopende rente op de internationale kapitaalmarkt en een sterkere daling van de export van grondstoffen. Maar ook sociale onrust kan nu het hat minder gaat zo maar weer de kop opsteken. De recente protesten in Mexico zijn hier een goed voorbeeld van.