Duitsland Watch – Is er echt iets mis?

door: Aline Schuiling

20141107-Germany-Watch-Is-er-echt-iets-aan-de-hand-nld.pdf (360 KB)
Download
  • Na krimp van het BBP in het tweede kwartaal is de Duitse economie in het derde kwartaal waarschijnlijk nauwelijks gegroeid terwijl op een herstel was gerekend
  • Recente indicatoren schetsen een wisselend beeld en het pessimisme over de economie is toegenomen
  • Fundamentele factoren die de binnenlandse vraag bepalen zijn echter nog altijd positief …
  • … en moeten, samen met een zwakkere euro, lagere olieprijzen en een aantrekkende wereldeconomie, voor een opleving zorgen in de laatste maanden van dit jaar en in 2015

Marginale BBP-groei in het derde kwartaal

De Duitse BBP-groei fluctueerde sterk in het eerste halfjaar (+0,7% kwartaal-op-kwartaal in het eerste kwartaal en -0,2% in het tweede). Dit kwam voor een deel door de uitzonderlijk zachte winter en het effect daarvan op de bouw. Na de publicatie van de BBP-cijfers over het tweede kwartaal gingen wij ervan uit dat de groei in het kwartaal daarna zou terugkeren naar het niveau van de tweede helft van 2013 (circa +0,4%). Volgens de tot nu toe bekende cijfers over het derde kwartaal is de economie echter nauwelijks gegroeid.

De productie in de verwerkende industrie en de bouw en  de export zijn in augustus fors gedaald. Daardoor is de stijging van juli ruimschoots teniet gedaan. Verder is de Ifo-indicator van het ondernemers­klimaat in september en oktober verder afgenomen. De detailhandels­omzet vertoonde in september de scherpste daling sinds mei 2007. Ook het aantal kenteken­registraties van personenauto’s is in het derde kwartaal afgenomen. Daarom is de particuliere consumptie vermoede­lijk gekrompen. Al deze negatieve berichten hebben het pessimisme over de ontwikkeling van de Duitse economie aangewakkerd.

20141107 Duitsland Watch 1

Recente indicatoren schetsen wisselend beeld

Niet alle recent gepubliceerde indicatoren waren negatief. De samengestelde inkoopmanagersindex (PMI) voor de gehele economie stond op 53,9 in oktober. Dit niveau komt normaalgesproken overeen met een BBP-groei van circa 0,4% tot 0,5% op kwartaalbasis. Verder is de indicator van de Europese Commissie voor het economisch sentiment in Duitsland in oktober gestegen van 103,8 naar 104,4. Het langetermijngemiddelde is 100 zodat deze indicator aangeeft dat economie nog steeds stevig groeit. De ervaring leert dat geen enkele van deze indicatoren steeds exact gelijke pas houdt met het BBP. Toch lijkt het erop dat de Ifo-indicator van het ondernemersklimaat tussen begin 2013 en medio 2014 te hoog was opgelopen in verhouding tot de BBP-groei en in de afgelopen maanden weer is teruggekeerd naar meer normale niveaus.

20141107 Duitsland Watch 2

Aanjagers particuliere consumptie positief

Als we verder kijken dan de teleurstellende detailhandels- en autoverkopen in het derde kwartaal, dan blijkt dat een aantal fundamentele factoren die de particuliere consumptie beïnvloeden positief zijn gebleven. Deze kunnen bijdragen aan een herstel van de consumptieve groei in de komende kwartalen. Om te beginnen is de arbeidsmarkt verder verbeterd. De werkgelegenheid is sinds maart 2013 elke maand gegroeid; in september kwamen er 19.000 banen bij. De werkloosheid ligt al geruime tijd op een historisch gezien laag niveau. In oktober daalde het aantal werklozen met 22.000. De vacatures vertonen bovendien sinds juni een ononderbroken stijgende lijn en het aantal openstaande vacatures als percentage van de werkgelegenheid bereikte in september het hoogste niveau sinds april 2012. De werkgelegenheidscomponent van de samengestelde PMI stond op 51,7 in oktober. Dat duidt op een robuuste groei van de werkgelegenheid.

20141107 Duitsland Watch 3

Het herstel van de arbeidsmarkt ging hand in hand met een versnellende loongroei. Het loon per werknemer stijgt nu in een tempo van circa 2,5% jaar-op-jaar terwijl de inflatie slechts 0,8% bedraagt. Gevoegd bij de verdere groei van de werkgelegenheid betekent dit dat het reëel besteedbaar gezinsinkomen flink toeneemt. Verder vertoont het netto financieel vermogen van huishoudens als percentage van het beschikbaar inkomen sinds eind 2011 een sterk stijgende lijn. Het ligt inmiddels op een historisch hoog niveau. Tot slot zijn de huizenprijzen in de afgelopen jaren sterk gestegen; in het derde kwartaal nog met 1,8% ten opzichte van het tweede kwartaal en met 2,1% ten opzichte van een jaar eerder.

Het consumentenvertrouwen ligt sinds maart 2013 ruim boven het langetermijngemiddelde en is in oktober-november toegenomen. Alle ingrediënten voor een sterkere consumptieve groei lijken dus aanwezig te zijn. De vertraging van de detailhandels- en autoverkopen in het derde kwartaal is waarschijnlijk te wijten aan eenmalige factoren en de gebruikelijke volatiliteit van beide cijferreeksen.

Investeringen in vaste activa zwak

De investeringen in machines en apparatuur namen sterk toe in het laatste kwartaal van 2013 en het eerste kwartaal van 2014, maar daalden vervolgens licht in het tweede kwartaal. De binnenlandse orders voor kapitaalgoederen vielen in het derde kwartaal met bijna 1,5% terug.  Dit doet vermoeden dat de investeringen in dit kwartaal eveneens zijn afgenomen. Vermoedelijk zijn zij gedrukt door de daling van de industriële productie en het afnemende ondernemersvertrouwen.

Wij verwachten dat de investeringen in machines en apparatuur in de komende kwartalen weer toenemen. De winstgevendheid van het bedrijfsleven blijft goed. Volgens cijfers van de Bundesbank bereikten de bedrijfswinsten eind 2013 nog een absolute recordhoogte. In het tweede kwartaal van dit jaar waren zij weliswaar 2% lager dan in het eerste, maar ze liggen nog wel ruim boven de niveaus van de tweede helft van 2012 en begin 2013. Ook het bruto exploitatie­overschot van bedrijven als percentage van het BBP is nog altijd hoger dan het lange­termijn­gemiddelde. Daarnaast zijn de balansen van Duitse bedrijven gezond. Volgens een recent rapport van de Europese Commissie is hun schuldniveau relatief laag zodat er geen noodzaak is om schulden af te bouwen. Tenslotte bleek uit een enquête die het Ifo-instituut in augustus hield onder 2.400 industriële ondernemingen, dat zij dit jaar 9% meer willen investeren (2013: +1%). De investeringen in de woningbouw stegen in de eerste maanden van dit jaar maar daalden vervolgens sterk. De extreem zachte winter speelde hierbij een belangrijke rol. Op grond van recente trends in verstrekte bouwvergunningen (+4,75% in de eerste helft van het jaar) voorzien wij een solide groei in de komende kwartalen.

20141107 Duitsland Watch 4

Verruimend beleid en lagere olieprijzen

Zowel het monetair als het budgettair beleid ondersteunt, per saldo, de economische groei dit jaar en ook volgend jaar. Ook de recente daling van de olieprijzen zal de groei bevorderen. Hoewel wij verwachten dat de olieprijzen op de korte termijn wat kunnen stijgen, zal de onderliggende trend de komende jaren neerwaarts blijven. Gemiddeld genomen zullen de prijzen dus volgend jaar lager liggen dan dit jaar. Door de beleidsmaatregelen van de ECB zijn zowel de korte als de lange rentes gedaald tot historisch lage niveaus. Wij verwachten dat hierin voorlopig geen verandering komt. Bovendien zal het begrotingsbeleid in 2014 en 2015 waarschijnlijk expansief zijn. Het overheidssaldo vertoonde in 2013 een overschot van 0,3% van het BBP. Voor dit jaar wordt hetzelfde percentage verwacht maar in 2015 zal het overschot naar verwachting slinken tot 0,1%. De regering wil het begrotingsbeleid dit jaar en volgend jaar in totaal met per saldo circa EUR 20 mld netto (0,7% van het BBP) verruimen.

Wat ging er de afgelopen maanden mis?

De afgelopen maanden heeft een aantal zaken de Duitse economie gehinderd. Om te beginnen het conflict in Oekraïne-Rusland. Dit conflict lijkt het bedrijfssentiment relatief hard te hebben getroffen. Dat komt niet alleen door de economische banden van Duitsland met Oost-Europa en zijn geografische ligging. Duitsland haalt ook ongeveer een derde van zijn olie- en gasinvoer uit Rusland. Als het conflict niet escaleert, zal de negatieve uitwerking op het sentiment weer afnemen. Een ander gevolg van het conflict is dat de uitvoer naar Rusland (circa 3% van de totale Duitse uitvoer) in augustus ruim 26% lager was dan een jaar eerder, doordat de binnenlandse vraag in Rusland is ingezakt. De Duitse uitvoer naar Frankrijk en Italië (goed voor 15% van het totaal) bleef ook achter bij de verwachtingen; deze economieën ontwikkelden zich zwakker dan verwacht. Bovendien ondervond de Duitse industriesector in het derde kwartaal nadelige gevolgen van een verschuiving in de zomervakantie. Dit jaar viel de piek van de vakanties in augustus terwijl die normaal gespreid zijn over juli en augustus. Het gevolg was  dat de cijfers voor augustus dit jaar uitzonderlijk zwak waren.

Tenslotte, weerspiegelt de terugval van de uitvoer en de verwerkende industrie waarschijnlijk voor een deel ook nog het vertraagde effect van de waardestijging van de euro in 2013 en de eerste maanden van 2014 (circa 6% handelgewogen). Sinds eind maart is de handelgewogen koers van de euro evenwel weer gedaald. Wij verwachten dat deze trend de rest van dit jaar en volgend jaar aanhoudt. Dit houdt in dat het wisselkoerseffect op de Duitse export en verwerkende industrie op afzienbare termijn weer positief wordt.

20141107 Duitsland Watch 5

Conclusie

De groeivertraging van de Duitse economie in de afgelopen maanden lijkt voor een belangrijk deel veroorzaakt te zijn door incidentele factoren en de vertraagde doorwerking van de eerdere waardestijging van de euro. De fundamentele omstandigheden die de binnenlandse vraag bepalen, zijn echter nog steeds gezond. Recent gepubliceerde indicatoren schetsen een gemengd beeld, maar dit is minder somber dan de Ifo-indicator van het ondernemers­klimaat aangeeft. In combinatie met een zwakkere euro en een verwachte versnelling van de mondiale BBP-groei, zou dit moeten zorgen voor een opleving van de economische groei in Duitsland in de laatste maanden van dit jaar en in 2015.

20141107 Duitsland Watch 6