Herprogrammering van de smaakpapillen

door: Rob Morren

In de stralende zon kijk ik wat verbaasd naar de leidster van het kinderdagverblijf van mijn zoontje. Kort geleden heeft het bestuur besloten geen limonade meer te schenken en alle kinderen alleen te voorzien van water, thee en melk. Dit is voor een jongetje van twee geen lekker vooruitzicht. Ook niet voor de leidsters: de hele dag achter twaalf kinderen aanlopen met een bekertje water om te zorgen dat ze niet uitdrogen. Reden voor het besluit: onderzoek van de Vrije Universiteit en adviezen van het Voedingscentrum.

 De smaak van zoet

Ik bespreek het onderwerp ook op het consultatiebureau. De arts juicht het besluit van harte toe. Verdedigend, maar vriendelijk is haar reactie: “Als je kinderen niet aan een zoete smaak laat wennen, grijpen ze later minder naar zoete producten.” Nu word ik iets milder in mijn oordeel, zeker als ze mij de steile lijn in de BMI-grafiek van mijn zoontje toont. Toch is een zoete smaak niet voor niets al vele honderden jaren populair. We eten en drinken niet alleen voor het binnenkrijgen van voedingstoffen, maar ook omdat we het lekker vinden en om in sociaal opzicht samen te genieten. De smaak van mensen ‘bewuster’ maken is prima, maar het helpt óók dat producenten producten aanpassen ten gunste van lekker én verantwoord. Dat gebeurt en vaak meer dan wat zwaarbevochten convenanten voorschrijven.

 Zelfde smaak met minder

Zo zetten producenten stappen met het verminderen van het suikerpercentage of het gebruik van zoetstoffen. Zo heeft FrieslandCampina het toegevoegde suikerpercentage van veel producten drastisch verlaagd tot wel 43 procent, met behoud van smaak. Wie productlabels leest, zal het niet zijn ontgaan dat de zoetstof Stevia aan een opmars bezig is. Stevia wordt al honderden jaren gebruikt,is afkomstig van de Steviaplant en volledig natuurlijk en caloriearm. Steeds meer producten worden gedeeltelijk door Stevia gezoet in plaats van door suiker. Niet volledig, want daarvoor is de nasmaak te bitter. Wel slagen producenten er door innovatieve technieken steeds beter in deze smaak te verminderen. Minder suiker, meer Stevia. Een reductie van 30 procent is haalbaar. Zo toont Coca-Cola aan met CocaCola Life. Het groene blikje komt dit najaar naar Europa.

 Duurzaamheid

Stevia is niet alleen natuurlijk en gezonder, maar in veel opzichten duurzamer. Voor onze ecologische voetafdruk, maar ook voor het voortbestaan van sommige voedselproducenten. Suiker is één van de grondstoffen waarop een enorme druk ontstaat door de groeiende vraag van de wereldbevolking (9 miljard in 2050) en de behoefte aan ’westerse’ en gezoete voedingsmiddelen. Rietsuiker blijft een belangrijke bron van toegevoegde suikers in producten. De teelt hiervan gaat gepaard met het ombouwen van landbouwgrond, maar ook met een enorme hoeveelheid schaars water voor dorstige rietsuikerplanten in landen. De milieueffecten kunnen enorm zijn. Maar dit geldt ook voor de kosten voor de producent om naar Stevia om te schakelen. Dat bewijst ook Coca Cola die het suiker in haar Vitaminwater deels verving door Stevia. Gevolg: woedende consumenten en een kopersstaking, want de smaak was niet lekker. Inmiddels zet Coca-Cola weer in op de oude productsamenstelling

 Lekker mag

‘Gezoet met Stevia’ verkoopt beter vanwege het 100 procent natuurlijke karakter. Het is hiermee ook een ’haakje’ voor de duurzaamheidsbeleving van het merk en een alternatief voor kopers die ook synthetische zoetstoffen als aspartaam afzweren. Hiervoor lijkt meer draagvlak te komen. Nieuw onderzoek wijst op de mogelijke ongunstige effecten van het gebruik van synthetische zoetstoffen. Thuis is de ‘Met Stevia gezoet’-smaaktest inmiddels geslaagd. Mijn zoontje grijpt net zo lief naar ’Stevia- limonade’ en ’gewoon’ plat water drinken, dat doet hij ook. Hopelijk zorgen steeds meer producenten ervoor dat lekker óók mogelijk blijft. Die inspanning kost zeker geld en tijd. Een spannende weg, zeker in economisch mindere tijden, waarbij extra scherp op kosten en baten wordt gelet. Maar ook een duurzame weg in vele opzichten.

Toch nog maar eens met het kinderdagverblijf praten: gezondheid is het hoogste doel, maar lekker is ook belangrijk. En wat blijkt? Meer ouders denken er zo over.