Wie voedt de Russen?

door: Pierre Berntsen

In het gezelschap van een groep Nederlandse ondernemers bracht ik deze maand een bezoek aan Rusland. Een uitgelezen kans om een beter beeld te krijgen van Rusland als voedselproducent en de achtergronden van de boycot die zij instelde op producten uit de Europese Unie. We bezochten verschillende bedrijven in de zuivel, vlees en akkerbouw. Ook gingen we in gesprek met Rusland-experts en de Nederlandse landbouwattaché.

Tijdens mijn bezoek werd duidelijk dat de samenwerking en handel tussen Russische en Nederlandse bedrijven omvangrijk is. Bij samenwerking zijn persoonlijke relaties in Rusland belangrijker dan in Nederland. De importboycot voor voedingsmiddelen verstoort deze samenwerking. Ondernemers beschouwen de boycot als een politieke keuze. De afstand tussen burger en politiek in Rusland is groot, maar de maatregel wordt wel door de bevolking gesteund. De keuze tegen Europa en vóór de eigen landbouw valt goed. Ook zijn de Russen gewend te incasseren en is de invloed van consumenten veel geringer dan in Nederland. Deze winter, als de regionale productie weg valt, zal blijken wat de echte impact is op aanbod en prijzen. Op het importverbod wordt streng toegezien. De oorsprong van producten is daarbij leidend, niet zozeer de route die producten volgen. Dat biedt kansen voor Nederlandse exporteurs om deze ruimte in de desbetreffende regio’s in te vullen.

Rusland kan bevolking niet voeden

In hoeverre is Rusland eigenlijk in staat is haar bevolking van 145 miljoen mensen te voeden? Rusland is een grote exporteur van granen, maar er is een importbehoefte voor vlees, groenten en zuivel. De zelfvoorzieningsgraad voor varkensvlees is gegroeid naar 82 procent en neemt jaarlijks toe. Voor pluimveevlees is dit zelfs 95 procent en ook dit aandeel stijgt. Er is een aantal grote bedrijven die vlees produceren met eigen of regionale grondstoffen. Dit is mede mogelijk dankzij buitenlandse kennis, machines en productiesystemen. De import van uitgangsmateriaal en productiesystemen valt dan ook niet onder de importboycot. De eigen vleesproductie wordt door de stijgende prijzen interessanter. Naar verwachting neemt deze productie in de komende jaren verder toe.

Voor zuivel geldt een ander verhaal. De zelfvoorziening in de zuivel bedraagt slechts 77 procent en daalt jaarlijks ondanks stimuleringsprogramma’s. Het klimaat is hard, het groeiseizoen kort en de gewasopbrengsten laag. Het aansturen van een melkveebedrijf is complex en vraagt om kennis en goed management. We bezochten een aantal goed geleide megabedrijven, die qua professionaliteit voorlopig tot de uitzondering behoren. Ook op deze bedrijven ligt de kostprijs hoger dan in Nederland. Als gevolg van de boycot neemt ook de boerderijprijs van melk toe. Deze bedraagt nu meer dan 45 euro per 100 liter melk. Veel projecten in de melkveehouderij mislukken door mismanagement en gebrek aan kennis. Voor groenten en fruit geldt hetzelfde. Een efficiënte productie van een goede kwaliteit groenten vraagt kapitaal, kennis en goed management. Ook aan koeling, bewaring, logistiek en een goede afstemming met supermarkten ontbreekt het vaak. Supermarkten zijn sterk in opkomst en hebben behoefte aan betrouwbare toelevering van goede kwaliteit.

Rusland blijft afhankelijk van import voedingsmiddelen

In 2012 lanceerde Rusland een staatsprogramma om de eigen productie op te voeren. Dit programma wordt nu versneld uitgevoerd. Rentesubsidies, garantstellingen, ondersteuning bij lokale voorzieningen en een gunstige winstbelasting van 6 procent zijn hiervan onderdeel. Van de 120 miljoen hectare landbouwgrond is 40 miljoen hectare niet in gebruik. De mogelijkheden zijn dus nog enorm. Er is vooral gebrek aan kennis, scholing en ondernemerschap. De landbouw is namelijk geen populaire werkgever, ook niet bij studenten aan de landbouwuniversiteit. Anderzijds biedt het land ongekende mogelijkheden voor ondernemers die professioneel kunnen produceren. In Rusland wordt de productie vooral gerealiseerd door megabedrijven die ontstaan uit de oud colchozen en sovchosen. Deze grootschalige bedrijfsvorm past bij de Russische volksaard, maar mist het ondernemerschap dat de Nederlandse landbouw zo sterk maakt. Er zal dan ook nog veel water door de Wolga stromen, voordat Rusland haar eigen bevolking kan voeden.