Brazilië Watch – Tijd voor verkiezingen

door: Marijke Zewuster

Brazilie-Watch - 30 September 2014 - Tijd voor verkiezingen_2.pdf (123 KB)
Download

Zondag 5 oktober vindt de eerste ronde van de presidentsverkiezingen plaats, maar de strijd zal hoogstwaarschijnlijk pas in een tweede ronde op 26 oktober beslist worden. Deze lijkt zo goed als zeker uit te draaien op een nek-aan-nekrace tussen de huidige president Dilma Rousseff van de Arbeiderspartij (PT) en Marina Silva de kandidate voor de eveneens centrum linkse Socialistische Partij. Financiële markten hopen op verandering, en opiniepeilingen waarin de kansen van Marina Silva toenemen, lijken parallel te lopen met stijgende aandelenkoersen, dalende spreads op de obligatiemarkten en een sterkere munt. Zelf denken wij dat de verschillen in de uiteindelijke economische prestaties niet zo groot zullen zijn.

Populariteit Dilma bij middenklasse sterk gedaald

Dilma Rousseff is met name bij de armste groepen nog steeds enorm populair, maar de gedurende de twaalf jaar PT-regering sterk gegroeide en steeds mondiger geworden middenklasse lijkt te snakken naar verandering. De inkomens zijn gestegen en de inkomensongelijkheid is duidelijk gedaald, maar de verschillen blijven ook voor een opkomende markt erg scheef en de toegang tot zaken als goede gezondheidszorg en onderwijs blijft beperkt. De onvrede die dit oplevert, wordt versterkt door de stagnerende economie, de hoog blijvende inflatie en het gevoerde economisch beleid. Met name de hoge belastingdruk en het gebrekkige voorzieningenniveau spelen hierbij een rol. Dit culmineerde medio 2013 in talloze protesten die zich steeds meer richtten tegen de organisatie van het WK voetbal. Dit werd gezien als een duidelijk voorbeeld van verspilling van belastinggeld. Samen met een enorme achterstand in de oplevering van de benodigde infrastructuur zorgde dit ook voor grote vrees over het verloop van het WK. Die angst bleek ongegrond en met kunst en vliegwerk en een voor Brazilië ook wel weer karakteristieke flexibiliteit is het WK uiteindelijk organisatorisch gezien in ieder geval zonder al te veel wanklanken verlopen. De populariteit van Dilma Rousseff is er echter niet door verbeterd.

WK kon recessie niet voorkomen

Deel van de frustratie blijft dat het WK noch gezorgd heeft voor een significante verbetering van de infrastructuur, noch voor de beloofde economische groei. Integendeel zelfs, in de periode dat het WK gespeeld werd nam als gevolg van het grote aantal vrije dagen dat er gegeven werd – een van de creatieve oplossingen voor het verkeersprobleem – de productie nog verder af. In juni daalde de industriële productie met 1,4% m-o-m veel sterker dan de daling van 0,7% m-o-m gemiddeld in de drie voorafgaande maanden. Het herstel van 0,7% dat in juli volgde, lijkt dan ook meer het extra productieverlies in juni te compenseren en niet zozeer de opmaat naar een werkelijk herstel. Ook de detailhandels-verkopen profiteerden niet van het toernooi en daalden zowel in juni (-0.7% m-o-m) als juli (-1.1% m-o-m). Dit alles vertaalde zich in een nog sterkere krimp van de economische activiteit in het tweede kwartaal dan in de voorafgaande periode. Met twee opeenvolgende kwartalen van krimp (-0,2% k-o-k in k1 en -0,6% in k2) belandde het land daarmee zo vlak voor de verkiezingen officieel in recessie.

Sterke terugval van zowel investeringen als consumptie

Ook het overheidsbeleid droeg niet bij aan groei. Toenemend protectionisme kwam bovenop de al bestaande structurele onevenwichtigheden en verslechterde de concurrentiekracht verder. Hierdoor blijft ook de inflatie hardnekkig rond de bovengrens van de inflatiedoelstelling (6,5%) hangen, ondanks het in aanloop tot de verkiezingen kunstmatig laaghouden van de benzineprijs en nutsprijzen. De inflatie in de dienstensector ligt zelfs boven de 9%. Daarnaast zorgde een sterke stijging van de overheidsuitgaven voor een afname van het primaire overheidsoverschot, een oplopend nominaal overheidstekort en een verder oplopen van de bruto overheidsschuld.   140930-Brazil1 Mede hierdoor is het ondernemersvertrouwen in de afgelopen twaalf maanden tot een dieptepunt gedaald en werden investeringsbeslissingen uitgesteld. In het tweede kwartaal krompen de investeringen (-5,3% k-o-k en -11,3% j-o-j) zelfs nog veel sterker dan al het geval was in de drie voorafgaande kwartalen. Hierdoor is de in vergelijking met andere opkomende markten extreem lage investeringsquote het afgelopen jaar nog verder gedaald. Ook de consument, lange tijd de motor van de economie, laat het onder invloed van de hoge inflatie, stijgende rente en een weer iets oplopende werkloosheid inmiddels afweten. De dramatische prestaties van het Braziliaanse elftal zelf hebben dit waarschijnlijk nog versterkt. Het consumentenvertrouwen is sinds 2008/2009 niet zo laag geweest en de groei van de kredietverlening is sterk afgenomen. De vraag is of het dieptepunt nu eindelijk bereikt is. Het maandelijkse BBP-cijfer voor juli liet met een toename van 1,5% j-o-j weer een redelijke groei zien, maar dit is deels een inhaalslag van de minder gewerkte dagen in juni. De groei van de detailhandelsverkopen en de industriële productie waren beide negatief. Lichtpuntje is een voorlopende indicator als de PMI die in augustus weer net boven de 50 uit kwam, de grens van groei en krimp. Wij verwachten vooralsnog dat de tweede helft van 2014 een licht herstel laat zien, maar hebben wel op grond van de eerste twee kwartalen onze groeiraming voor 2014 neerwaarts aangepast. We gaan nu uit van een groei van nog slechts 0,5% in 2014.   140930-Brazil2

Middelmatige groei is meest waarschijnlijke scenario

Wij gaan ervan uit dat wat de uitslag ook moge zijn het producentenvertrouwen na afloop van de verkiezingen geleidelijk aan zal verbeteren. Dit zal sneller gebeuren wanneer Marina Silva wint en was mogelijk nog sneller gegaan wanneer de inmiddels naar een derde plaats verdrongen kandidaat van de centrumrechtse PSDB, Aecio Neves, had gewonnen. Maar ook wanneer Dilma Rousseff aan een tweede termijn begint, zal er sprake zijn van een inhaalslag van de investeringen. Deze wordt gedreven door de afronding van vertraagde infrastructurele projecten, maar ook door de ontwikkeling van de steeds belangrijker wordende oliesector. En meer in het algemeen trekt de vraag naar Braziliaanse exportproducten aan onder invloed van een sterkere groei in de Verenigde Staten en een slechts lichte groeivertraging in China. Daarom handhaven we onze voorspelling dat de groei in 2015 verder aantrekt en uitkomt op 2,5%. Dit is duidelijk boven consensus, maar voor een land als Brazilië nog altijd laag. De inflatie kan daarbij in de eerste maanden van 2015 tijdelijk verder oplopen, omdat dan waarschijnlijk verschillende nutsprijzen zullen worden verhoogd. Maar ook daarna zal de inflatie waarschijnlijk in de bovenste helft van de bandbreedte blijven, mede omdat de wisselkoers onder druk zal blijven staan. Zeker wanneer de rente, zoals wij verwachten, halverwege 2015 in de VS wordt verhoogd. Het in de afgelopen periode sterk aangescherpte monetair beleid zal daardoor in 2015 op zijn best pas op de plaats maken. Ook in 2016 zal de ruimte voor een stimulerend beleid nog beperkt zijn en zal de groei naar verwachting niet boven de 2 tot 3% uitkomen.

Neerwaartse risico’s blijven aanzienlijk

Zelfs uitgaand van een scenario van gematigde groei zijn er zowel intern als extern verschillende risico’s aan te wijzen. De interne risico’s – zoals een sterker oplopende inflatie of een hoger dan verwacht overheidstekort – worden deels beïnvloed door het te volgen beleid van een nieuwe regering en daarop kan de verkiezingsuitslag wel degelijk impact op hebben. Dit geldt minder voor de externe risico’s. Zo zullen de renteverhogingen in de tweede helft van 2015 in de VS een negatieve invloed uitoefenen op de risicobereidheid van beleggers en daarmee op de kapitaalstroom richting opkomende markten. Dit geldt ook voor Brazilië. Daarbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat het huidige renteniveau in Brazilië al een dusdanig verschil laat zien met de rente in de VS, dat de invloed waarschijnlijk minder sterk is dan toen een jaar geleden de angst voor een minder accomoderend beleid in de VS voor het eerst de kop opstak. En wellicht zal het effect ook minder sterk zijn dan in opkomende markten met een lagere rente. Een ander belangrijk risico blijft een sterker dan verwachte daling van de vraag naar grondstoffen uit China. Kortom of Dilma nu wint of Marina, de groei zal op zijn best middelmatig zijn en de neerwaartse risico’s aanzienlijk. Om Brazilië op een hoger groeipad te brengen blijven hervormingen nodig die zorgen voor een stijging van de investeringen en een verhoging van de productiviteit. Dit blijft hoe dan ook een proces van lange adem.   140930-Brazil3