Euro Watch – Eurozone stagneert

door: Nick Kounis , Aline Schuiling

Euro-Watch_Eurozone-stagneert_15-August-2014_NL.pdf (510 KB)
Download
  • BBP eurozone blijft in tweede kwartaal gelijk, al schetsen conjunctuurenquêtes gezonder beeld
  • Sterkere wereldeconomie en verbeterende financiële omstandigheden wijzen op hervatting herstel
  • Vertrouwensschok door crisis Oekraïne grootste risico – peilingen augustus bepalend voor ECB-beleid

Groei Europa stagneert in tweede kwartaal, maar zou in tweede halfjaar moeten aantrekken

Volgens de officiële cijfers is de economische groei in de eurozone in het tweede kwartaal tot staan gekomen: het BBP van het gebied bleef gelijk. Een tegenvallende ontwikkeling, want er werd verwacht dat de BBP-groei slechts zou afnemen van 0,2% in K1 tot 0,1% in K2. De groei op jaarbasis kwam hierdoor uit op 0,7%, tegen 0,9% in K1. Aangezien de economie nog steeds veel onbenutte capaciteit kent en de inflatie bijzonder laag is, zetten deze tekenen van een stagnerend herstel de argumenten voor verdere monetaire stimulering extra kracht bij. Om een aantal redenen zou de ECB de komende maanden echter toch van kwantitatieve verruiming (QE) kunnen afzien. De eerste reden is dat de TLTRO’s (gerichte langerlopende herfinancieringstransacties), die naar verwachting van de beleidsmakers een sterke invloed zullen hebben op de vooruitzichten, nog niet zijn uitgerold. De obstakels op de weg naar een grootschalig opkoop¬programma, dat ook staatsobligaties zou moeten omvatten, zijn groot. De ECB zou daarom kunnen kiezen voor de meer bescheiden mogelijkheid van een opkoopprogramma rond asset-backed securities (ABS). Ten tweede blijkt uit conjunctuurpeilingen – tenminste uit die tot en met juli – dat het economisch herstel in de eurozone aanhoudt. Het niveau van de inkoopmanagersindex (PMI) bijvoorbeeld correspondeert met een economische groei van 0,3 tot 0,4%. Gezien het wereldwijde economisch herstel, de verzwakking van de euro en de versoepeling van de kredietvoorwaarden in het bankwezen lijkt deze trend door fundamentele factoren te worden onderbouwd. Ons basisscenario luidt dan ook dat de economische groei in de tweede helft van het jaar weer aantrekt.

Oekraïne-crisis vormt risico voor vertrouwen

De Oekraïne-crisis heeft de onzekerheid over de toekomst echter duidelijk vergroot. Aangezien de directe handelsrelaties tussen Rusland en de eurozone weinig indrukwekkend zijn, zouden de gevolgen beperkt moeten blijven zolang er geen verstoring in de levering van energie optreedt. Er bestaat echter een kans dat het vertrouwen een knauw krijgt en dat de reële bedrijvigheid daar vervolgens negatieve effecten van zal ondervinden.

Bij verslechterende peilingen wordt QE reële mogelijkheid

De conjunctuurpeilingen over augustus vormen de lakmoes-proef. Als hun niveaus blijven corresponderen met een gematigd herstel, zal de ECB waarschijnlijk vasthouden aan het beleid om de TLTRO’s uit te rollen en mogelijk een opkoopprogramma rond ABS lanceren. Mochten de peilingen over augustus echter tekenen van een belangrijke verzwakking vertonen, dan zou de ECB daarin aanleiding kunnen zien om tot volwaardige kwantitatieve verruiming over te gaan.

plaatje 1

Italië en Frankrijk op Spaanse les

Bij bestudering van de geografische verdeling blijken Duitsland en Italië de grote achterblijvers te zijn. De oorzaken daarvan lopen echter sterk uiteen. Zo is de krimp in Duitsland voornamelijk een reactie op de krachtige groei in het eerste kwartaal. Deze economische schommelingen houden voor een belangrijk deel verband met de effecten van het zachte weer in K1. Italië is een heel ander verhaal. Aan de daling van het Italiaanse BBP in K2 ging een lichte krimp in K1 vooraf, wat betekent dat de economie in een technische recessie verkeert. Ook Frankrijk behoorde in de afgelopen twee kwartalen tot de zwakke broeders. Hoewel het Franse BBP in K2 net als dat van de eurozone gelijk bleef, maakte de Franse economie ook in K1 al pas op de plaats. Aan het andere uiteinde van het spectrum gaven Spanje en Portugal in K2 een sterke groei te zien. De economie in beide landen heeft aanzienlijke aanpassingen op het vlak van concurrentievermogen ondergaan (zoals sterk gedaalde lonen), terwijl er tevens van regeringswege hervormingen zijn doorgevoerd. Dat beleid lijkt nu vruchten af te werpen. De verschillen ten opzichte van Italië en Frankrijk, waar met aanpassingen in de arbeidskosten of structurele hervormingen weinig vooruitgang is geboekt, worden steeds manifester.

Het Nederlandse BBP, tot slot, kwam in K2 0,5% hoger uit. Daar ging echter een krimp van 0,4% in K1 aan vooraf. De Nederlandse economie vormt daarmee het spiegelbeeld van de Duitse: ongewoon zacht weer drukte in het begin van het jaar de export en het verbruik van gas, waarna de situatie zich in K2 normaliseerde. De Nederlandse export (exclusief gas) geeft een bemoedigende ontwikkeling te zien.

plaatje 2