Wereldeconomie: Negatieve risico’s nemen af

door: Nick Kounis

Wereldeconomie - 3 juli 2014 - Negatieve risico’s nemen af.pdf (42 KB)
Download

Na een aantal jaren van achterblijvende groei, lijkt de wereldeconomie wat aan snelheid te winnen. Factoren die eerder de vraag belemmerden, zwakken af. Ook de risico’s als gevolg van de transitie in China en de vermindering van de ongekende stimulering in de VS, lijken af te nemen. In de EU wordt actie ondernomen om te voorkomen dat Europa het nieuwe Japan wordt. Wel doemt een nieuw risico op in de vorm van hogere olieprijzen door de gebeurtenissen in Irak. De stijging is tot dusver te gering om grote gevolgen te hebben. Al met al denken wij dat de wereldeconomie in het tweede halfjaar en in 2015 gaat versnellen.

Inleiding

Het pad naar mondiaal economisch herstel gaat niet over rozen. Het is meer een hordeloop dan een 100m sprint. Gelukkig lijkt het erop dat de meeste horden zijn genomen en dat de groei aantrekt. Bovendien zijn de risico’s voor de wereldeconomie – harde landing in China, verstorende ’Fed exit’ – veelal afgenomen. Natuurlijk zijn deze risico’s niet verdwenen en zijn er nieuwe risico’s ontstaan – zoals hogere olieprijzen door geopolitieke spanningen. In dit artikel bespreken we de vooruitzichten voor de wereldeconomie en de risico’s waarmee die zijn omgeven.

 

Hordeloop

In de voorbije maanden zijn diverse horden op de weg naar een overtuigender mondiaal herstel genomen. De zwaarste bezuinigingen zijn achter de rug. De sterke balansposities in de particuliere sector in de ontwikkelde landen suggereren dat de periode van schuldreductie door huishoudens en bedrijven grotendeels voorbij is. Uit recente gegevens blijkt inderdaad dat de economische groei aantrekt en breder gedragen wordt. Bedrijven in ontwikkelde landen nemen weer mensen in dienst en investeren weer, wat positief is voor de export vanuit de opkomende markten. Hoewel we onze mondiale BBP-raming voor 2014 hebben verlaagd, is dit grotendeels ‘achterstallig onderhoud’ na het zeer zwakke eerste kwartaal in de VS, deels als gevolg van het slechte weer. Vanaf het tweede kwartaal wordt een indrukwekkende groeispurt verwacht en dat is terug te zien in onze hogere raming van de gemiddelde economische groei volgend jaar.

Een aantal risico’s neemt af

Sommige risico’s voor de mondiale vraag waarvan beleggers ’s nachts niet konden slapen, lijken af te zwakken. China is een goed voorbeeld. Gevreesd werd dat de maatregelen om de economie te hervormen en onevenwichtigheden te corrigeren, zouden leiden tot een abrupte schuldreductie door bedrijven, met een investeringsstop als gevolg. Volgens recente cijfers wint de economie weer aan kracht. Bovendien volgt de overheid bij de hervormingen een zeer evenwichtige aanpak. Men is vastbesloten om de excessen in te tomen, met name in schaduwbankieren en vastgoed, maar anderzijds wil men de groeidoelstelling handhaven. Hiertoe zijn diverse beperkte monetaire en begrotingsmaatregelen aangekondigd. Verder lijkt het minder waarschijnlijk dat een ‘Fed exit’ de markt zal verstoren. De Fed heeft het tempo van de steunaankopen teruggeschroefd, maar beleggers tegelijkertijd ervan verzekerd dat de beleidsrentes voorlopig op het huidige niveau blijven. En dus berusten de financiële markten in de tempering van de stimulering, zijn de rendementen op Treasuries laag, is het beleggerssentiment positief en zijn zelfs de beurzen in de opkomende landen de weg naar herstel ingeslagen.

 

Maar we moet niet té enthousiast worden

Dat de negatieve risico’s zich niet hebben voorgedaan, betekent niet dat dit niet alsnog kan gebeuren. De Fed zal de rente vroeg of laat moeten verhogen en terugdringing van de schuldenlast van bedrijven in China blijft de komende jaren een uitdaging. Er zijn echter redenen om aan te nemen dat deze risico’s beheerst kunnen en zullen worden. Bijvoorbeeld de mogelijke renteverhoging in de VS. Uit historische gegevens over renteverhogingen door de Fed blijkt dat een sterke economische groei samen kan gaan met monetaire verkrapping. Zolang de inflatie immers laag blijft, kan de centrale bank de rente op een zodanig tijdstip en in een zodanig tempo verhogen dat de economie er wel bij vaart. Een hogere rente in de VS kan leiden tot volatiliteit van valuta’s van opkomende markten, maar volgens ons blijft dat beperkt omdat de fundamentele situatie in de meeste landen solide is. In China is de schuldenberg hoog genoeg om normaliter de alarmbellen te doen rinkelen. Die schulden luiden echter in de binnenlandse munt en de overheid heeft de mogelijkheden en vuurkracht voor een geleidelijke vermindering ervan.

 

Beleidsmakers bestrijden risico van verloren decennia

Ook in de eurozone zijn de risico’s verminderd maar nog niet verdwenen. Een zwakke groei, krimpende kredietverlening, angst voor deflatie en een rente van bijna nul roepen herinneringen op aan de sluimertoestand van de Japanse economie vanaf begin jaren negentig. Er zijn echter belangrijke verschillen. Ondanks alle kritiek komen beleidsmakers in de eurozone sneller in actie dan hun Japanse collega’s destijds om de overheidsfinanciën op order te brengen en de problemen in de bankensector aan te pakken. De AQR en stresstests zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat banken voldoende kapitaal hebben. De TLRTO’s van de ECB bieden goedkopere, langerlopende financiering. Tot slot vormt het herstel van de markt voor door activa gedekte effecten een extra financieringsbron en biedt het de kans om het aan te houden kapitaal voor kredietrisico te verminderen en activa van de balans te verwijderen. Het succes van deze maatregelen valt of staat met de uitvoering. Hoe dan ook kost het tijd voordat we de resultaten zien.

Eurozone kwetsbaar door inflatievooruitzichten

De ECB heeft ook stappen gezet om het financieringsklimaat verder te versoepelen en het deflatierisico te bestrijden. De korte rente staat inmiddels bijna op nul, waardoor de euro iets goedkoper is geworden. Wij denken dat de inflatie de bodem ongeveer heeft bereikt en vanaf volgend jaar oploopt. De stijging zal echter langzaam gaan en de inflatie blijft zeer laag. Door het economisch herstel en de lagere euro zal de inflatie dichter in de buurt van de prijsstabiliteitsdoelstelling van de ECB komen. Bij een haperend herstel loert echter het gevaar van deflatie. Een ander risico is dat de Fed de rente langer laag houdt, zodat de dollar zwak blijft en de euro sterk. De ECB staat klaar om in te grijpen als de risico’s toenemen, maar dat is wellicht te laat om deflatie af te wenden.

Stijging olieprijzen nog geen bedreiging

Inmiddels is er een nieuw risico aan de horizon verschenen. Door het geweld in Irak, de zesde olieproducent ter wereld, is de vrees voor verstoring van de olietoevoer toegenomen en zijn de olieprijzen gestegen. Duurdere olie is meestal nadelig voor de economische groei. Stijgende olieprijzen impliceren immers een vermogensoverdracht van nettoconsumenten van olie naar nettoproducenten. Omdat olieconsumenten hun uitgavenpatroon sneller aanpassen aan hun veranderde inkomsten, zal meestal de vraag afnemen. Uit eerdere ramingen blijkt dat bij een langdurige prijsstijging van USD 10 per vat de wereldeconomie 0,3%-punt minder groeit. Gezien de prijsstijging tot nu toe zal het effect op de groei beperkt zijn. Bovendien is het olieaanbod op de wereldmarkt overvloedig.

Mondiale groeivooruitzichten positief ondanks bijstelling

Ten opzichte van onze vorige Quarterly is de raming van de mondiale BBP-groei voor dit jaar verlaagd. Ook de groei van de wereldhandel is neerwaarts bijgesteld. Deze bijstellingen zijn echter grotendeels retrospectief en hebben met name te maken met het zeer zwakke eerste kwartaal in de VS. De vooruitzichten voor de komende kwartalen zijn echter nog altijd positief. Dit komt tot uiting in onze BBP-raming voor 2015.