Weekly Valuta’s – Eindelijk steun voor USD

door: Georgette Boele , Roy Teo

Vorige week boden meevallende cijfers in de VS steun aan de Amerikaanse dollar (USD) en stelden de financiële markten hun verwachtingen voor de korte rente naar boven bij. Zoals verwacht liet zowel de ECB als de Australische centrale bank (RBA) het monetair beleid ongewijzigd. Beide centrale banken blijven de koersontwikkeling van hun munt echter nauwlettend volgen. De RBA gaf zelfs expliciet aan dat zij zeker niet zit te wachten op een sterkere munt. De Zweedse kroon daalde scherp nadat de centrale bank (Riksbank) de rente sterker verlaagde dan verwacht.

Betere banencijfers VS steunen USD

Het Amerikaanse werkgelegenheidsrapport zorgde voor een positieve verrassing. De markt stelde hierna zijn visie over het toekomstig rentebeleid van de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) bij. De driemaands rente en de tweejaars, vijfjaars en tienjaars rendementen liepen ongeveer 4 bp op. Dit gaf de USD over een breed front steun. Zo daalde de EUR/USD tot onder 1,36 en kwam de USD/JPY boven 102. De USD won ook terrein op valuta’s van opkomende landen, op relatief hoogrentende valuta’s zoals de Australische dollar (AUD) en Nieuw-Zeelandse dollar (NZD) en op goud. De rentebewegingen waren echter niet groot genoeg voor een forse waardestijging van de USD. Het opwaarts potentieel van de Amerikaanse rente volgend jaar wordt door de financiële markten flink onderschat. Wij zien ruimte voor een hogere korte rente en duurdere USD in de komende maanden. Deze week worden de notulen van de laatste vergadering van het FOMC, het beleidscomité van de Federal Reserve, gepubliceerd.

 

Valutakoersbewegingen worden nauwlettend gevolgd…

Zoals verwacht maakte de ECB vorige week monetaire pas op de plaats. ECB-President Draghi herhaalde echter dat de koersontwikkeling van de euro met grote aandacht wordt gevolgd. Dit is immers een belangrijke factor voor de inflatie. De EUR/USD lijkt zich momenteel te bewegen tussen een piek van circa 1,37 en een onderkant van 1,35, onze doelkoers voor het derde kwartaal.

In Australië liet de RBA haar monetair beleid ook ongewijzigd. De RBA gaf wel aan dat een sterke munt niet wenselijk is. Voorzitter Stevens van de RBA verraste de markt door te verklaren dat de centrale bank nog over munitie beschikt in de vorm van een lagere rente. De RBA maakt zich ook steeds meer zorgen over het zwakke consumentenvertrouwen en de veerkracht van de AUD. Stevens herhaalde dat beleggers de kans onderschatten dat de koers van de AUD op een bepaald moment flink gaat zakken. Wij zijn inmiddels negatiever geworden over de AUD ten opzichte van de USD. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de uiteenlopende renteverwachtingen, de overdaad aan longposities in AUD, de traag verlopende herbalancering van de Australische economie, de eventuele verdere verruiming van het monetair beleid als de AUD sterk blijft en de waardestijging van de USD

 

…en Riskbank neemt drastische maatregelen

Wij zijn negatiever geworden over de Zweedse kroon (SEK) ten opzichte van de euro. Aanvankelijk dachten wij dat de financiële markten te ver waren doorgeschoten bij het inprijzen dat de Riksbank haar monetair beleid zou versoepelen en dat de SEK, die doorgaans gevoelig is voor de wereldconjunctuur, sterk zou profiteren van de voorziene groeiversnelling van de wereldeconomie. Sinds 20 november 2013 heeft de SEK echter aanzienlijk terrein moeten prijsgeven ten opzichte van de euro. Hoe komt dit? De Zweedse inflatie is lager dan verwacht en de Riskbank heeft de rente met 50 bp verlaagd tot 0,25% terwijl de financiële markten rekenden op een rentestap van slechts 25 bp tot 0,50%. Bovendien heeft de Riksbank haar verwachtingen voor het verloop van de reporente drastisch naar beneden bijgesteld. Een eerste verhoging wordt nu niet voor eind 2015 verwacht (zie bovenstaande grafiek). De SEK zat al voor het rentebesluit in het defensief maar na de verrassende renteverlaging kwam er een nieuwe verkoop-golf op gang. Wij hebben onze prognose voor de EUR/SEK dan ook herzien en gaan nu uit van 9,25 (was 8,50) eind 2014 en 8,75 (was 8,00) eind 2015.

Valuta’s opkomende markten tonen wisselend beeld

De lagere olieprijzen en de verbeterde Chinese economische cijfers waren de bepalende factoren voor de valuta’s in Azië. Die wisten zich dan ook goed te handhaven ondanks de sterkere USD. De valuta’s van netto-importeurs van olie (Indiase roepie en Indonesische roepia) veerden op: de vrees ebde weg dat de hogere olieprijzen zouden leiden tot een verslechtering van de inflatie, de externe onevenwichtigheden en het begrotingstekort in beide landen. Het beleggers-sentiment rond de Chinese yuan verbeterde nadat de centrale bank verdere gerichte maatregelen voor mini-stimulering bekendmaakte, terwijl de PMI voor zowel de verwerkende als de niet-verwerkende industrie verder bleek te zijn gestegen. De winst voor de yuan bleef echter beperkt omdat de centrale bank in de loop van vorige week de koers op een lager niveau fixeerde. De Russische roebel (RUB) en de Zuid-Afrikaanse rand (ZAR) verloren terrein ten opzichte van de USD. De RUB hoofdzakelijk door de spanningen die aan het begin van de week nog toenamen maar later weer wat afzwakten. De ZAR ging gebukt onder een staking door de grootste vakbond en commentaar van Moody’s.