Latijns-Amerika: Groei vertraagt verder

door: Marijke Zewuster

Latin America - 3 juli 2014 - Groei vertraagt verder.pdf (53 KB)
Download

De economische ontwikkelingen in de regio blijven teleurstellen en opnieuw hebben we onze groeiraming voor een groot aantal landen neerwaarts bijgesteld. Naast tegenvallende mondiale ontwikkelingen in het eerste kwartaal spelen in toenemende mate interne ontwikkelingen een rol, temeer omdat de ruimte voor economische stimuleringsmaatregelen steeds beperkter wordt. We verwachten in de meeste landen in de tweede helft van het jaar nog altijd wel herstel, maar minder sterk dan aanvankelijk geraamd. Hierdoor valt in 2014 de regionale groei lager uit dan in 2013, maar blijft de voorspelling van een groeiversnelling in 2015 vrijwel ongewijzigd.

Nieuwe tegenvallers

Lagere grondstofprijzen en een minder sterke vraag uit China hadden al hun sporen in Latijns-Amerika achtergelaten en daar kwam in het eerste kwartaal van dit jaar de veel lagere groei in de VS nog eens bovenop. Bovendien vertalen in veel landen de lagere grondstofprijzen zich nu ook in een daling van de consumentenbestedingen – lange tijd de motor achter de groei – en minder inkomsten voor de schatkist.

 

De BBP-cijfers over het eerste kwartaal lieten voor de meeste landen dan ook een tegenvallend beeld zien. In zowel Brazilië als Chili was er sprake van een lichte vertraging, vanaf een al bijzonder laag niveau. Specifiek voor Brazilië was verder dat daar ook de impact van een veel restrictiever monetair beleid voelbaar was en zowel het consumenten- als het producenten-vertrouwen een behoorlijke knauw kreeg in de aanloop naar de verkiezingen, die in oktober plaatsvinden. De investeringen laten al drie opeenvolgende kwartalen een krimp zien (eerste kwartaal 2014, -2,1% k-o-k), maar nu vertoonde ook de particuliere consumptie voor het eerst in tweeëneenhalf jaar weer een krimp (-0,1% k-o-k). Chili heeft met een groei van slechts 2,7% j-o-j in het vierde kwartaal en 2,6% j-o-j in het eerste kwartaal duidelijk zijn positie in de kopgroep van sterke groeiers verloren. Naast de genoemde externe factoren speelden hier onzekerheid over het te voeren beleid van de in maart aangetreden nieuwe regering onder leiding van de socialistische president Michelle Bachelet een rol. Dit zorgde voor uitstel van investeringsbeslissingen. In Mexico waren het overwegend externe factoren en vooral de lagere groei in de VS, die ervoor zorgden dat het herstel tot nu toe erg tegenvalt. De economie trok weliswaar aan van 0,7% j-o-j in het vierde kwartaal naar 1,8% in het eerste kwartaal, maar dit is nog altijd minder dan de groei in Brazilië en onvoldoende om de aanvankelijk uiterst positieve groeivooruitzichten voor dit jaar waar te maken. In Peru daalde de groei van een buitengewoon sterke 6,9% j-o-j in het vierde kwartaal tot 4,8%. Peru blijft daarmee behoren tot de sterkste groeiers van de regio, maar heeft wel de eerste plaats moeten afstaan aan Colombia. Daar dendert de economie onverminderd voort, niet gehinderd door de presidentsverkiezingen die afgelopen mei/juni plaats-vonden. De economie groeide in het eerste kwartaal met liefst 6,4% j-o-j en het cijfer van het vierde kwartaal van 2013 werd opwaarts bijgesteld naar 5,3%. Waarschijnlijk hebben de gunstige economische ontwikkelingen juist bijgedragen tot de herverkiezing van president Santos. Hij werd in de tweede ronde op 15 juni met 51% van de stemmen verkozen boven zijn eveneens centrumrechtse rivaal Oscar Zuluaga.

 

Nog geen duidelijke kentering zichtbaar

Recente cijfers duiden erop dat voor de meeste landen ook het tweede kwartaal zwak is, met hier en daar een voorzichtig lichtpuntje. Zo stegen in Brazilië de detailhandelsverkopen in april met 6,7% j-o-j, na een daling van 1,1% in maart. De industriële productie blijft echter uiterst zwak en daalde in april met 5,8% j-o-j. Ook de economische-activiteitenindex, die in maart nog 0,3% j-o-j groei liet zien, schoot in april fors in de min met een daling van 2,3% j-o-j. Het driemaandsgemiddelde (een indicator voor het BBP-kwartaalcijfer) kwam hiermee uit op nog slechts 0,8% j-o-j. De PMI-index, die in mei daalde naar 48,8, wijst voorlopig nog niet op herstel. Ook in Peru was sprake van een scherpe daling van het maandelijkse BBP-cijfer, van 4,9% j-o-j in maart naar 2,0% in april. Hier kwam de vertraging vooral op het conto van de mijnbouw en de bouw, die beiden een krimp lieten zien. In Chili daalde het maandelijkse BBP-cijfer van 2,8% j-o-j in maart, naar 2,3% in april. Er zijn overigens weinig landen in de regio waar de industriële productie groeit. Zelfs in het snelgroeiende Colombia kromp de industriële productie in april (-2,2% j-o-j). Ook in Mexico liet de industriële productie in april na drie maanden van bescheiden groei weer een lichte krimp zien en het maandelijkse BBP-cijfer groeide nog slechts met 0,5% j-o-j.

Groeiramingen neerwaarts aangepast

Colombia is het enige land waar de bestaande groei-verwachting (4,5%) voor 2014 wellicht aan de lage kant is. Gezien de vele onzekerheden laten we die raming echter vooralsnog staan, maar wel verhogen we de raming voor 2015 van 4 naar 5%. Verder passen we de groeiraming voor 2014 aan voor Argentinië (van 1 naar -1%), Brazilië (van 2,5 naar 2%), Chili (van 4 naar 3,5%), Mexico (van 3,5 naar 2,5%), Peru (van 6 naar 5%) en Venezuela (van -1 naar -2%). Daarbij gaan we er nog steeds van uit dat de groei vanaf de tweede helft van dit jaar aantrekt, maar voor een aantal landen minder sterk dan aanvankelijk geraamd. Voor 2015 hebben we ook de raming voor Brazilië aangepast (van 3 naar 2,5%) en voor Peru (van 6 naar 5,5%). De regionale groeiraming daalt hierdoor in 2014 naar 1,9% (was 2,8) en blijft in 2015 vrijwel gelijk (daalt van 3,1% naar 3%). Mexico heeft van de trage groeiers verreweg de beste papieren. Niet alleen zal het land het meest profiteren van de forse groeiversnelling in de VS (3,8% in 2015), maar ook zullen daar de vergaande hervormingen van de huidige PRI-regering onder leiding van president Peña Nieto hun vruchten gaan afwerpen. Ook voor Brazilië blijven we redelijk optimistisch. De sterke monetaire verkrapping zal de groei nog wel een tijdje in de weg staan, maar de verkiezingsonzekerheid is volgend jaar in ieder geval uit de lucht en ook de sterke groei in de VS zal Brazilië uiteindelijk geen windeieren leggen. Bovendien hebben ze, alle structurele onevenwichtigheden ten spijt, nog altijd de troef van de omvangrijke oliereserves. Dit zal uiteindelijk tot een forse investeringsboost leiden.

Externe positie blijft in meeste landen sterk

In een aantal landen is de omvang van het tekort op de lopende rekening zorgwekkend, maar de financiering is tot nu toe geen probleem. De internationale reserves nemen in de meeste landen nog altijd toe. Volgens cijfers van de Wereldbank (Global Economic Prospects, juni 2014), nam de kapitaalinvoer van de regio in 2013 met 19% toe en werd er in de eerste vijf maanden van dit jaar 16% meer kapitaal ingevoerd dan in dezelfde periode een jaar eerder. Ruim 40% hiervan komt op het conto van de olie- en gassector.

Kijken we naar Brazilië dan is daar het tekort op de lopende rekening in de eerste vijf maanden van het jaar in vergelijking met een jaar eerder verslechterd van USD 39,2 mld naar USD 40,1 mld en blijft het als percentage van het BBP gelijk aan circa 4,3%. Ook hier is de kapitaalinstroom nog altijd meer dan genoeg om dit niet onaanzienlijke tekort te dekken. De directe buitenlandse investeringen bedroegen in die periode afgerond 22 mrd en dekten daarmee net iets meer dan de helft van het tekort. Daarnaast nam de buitenlandse schuld volgens cijfers van de centrale bank in de eerste vijf maanden van het jaar toe met USD 18 mld tot USD 327 mld en namen de internationale reserves in die maanden toe met USD 3,4 mld tot USD 379 mld. Daarmee blijft Brazilië per saldo een nettocrediteur. Brazilië is ook het land waar de afgelopen jaren de internationale deviezen het meest gestegen zijn. Dit maakt het land een stuk minder kwetsbaar voor een verandering in sentiment dan in de periode voor 2000 en ook minder dan op grond van het niet onaanzienlijke tekort op de lopende rekening en de huidige middelmatige groeiontwikkeling zou kunnen worden gedacht.

 

Verkiezingen Brazilië geen gelopen race

De belangrijkste verkiezing die dit jaar nog op stapel staat, is zonder twijfel die van Brazilië in oktober. Tot nu toe lijkt dit de groei extra negatief te beïnvloeden. Hogere overheidsuitgaven in aanloop naar de verkiezingen wegen klaarblijkelijk niet op tegen uitgestelde investeringsbeslissingen. De populariteit van de huidige president Rousseff is tanende en het verschil met de kandidaat van de meer centrum-liberale PSDB, Neves neemt af. Het is echter nog zeker geen gelopen race. De markt lijkt ervan overtuigd dat Neves een liberaler op de markt gericht beleid zal voeren en elke peiling waarin zijn kansen stijgen, zorgt voor een positieve stemming op de financiële markten en een daling van de spreads. Mocht hij winnen dan zullen de investeringen wellicht iets sneller en sterker aantrekken dan verwacht, maar uiteindelijk zal het verschil in sociaaleconomisch beleid vooral in de marge zijn en zal ongeacht de president ook Brazilië weer profiteren van de aantrekkende wereldconjunctuur. Vergaande hervormingen die de productiviteit een boost kunnen geven, blijven een kwestie van lange adem.