Effecten gasboycot Oekraïne en crisis in Irak

door: Hans van Cleef

Gasboycot Oekraïne: alleen korte-termijneffecten

Nu de deadline is verstreken waarvoor Oekraïne aan haar betalingsverplichtingen aan Rusland moest voldoen heeft Gazprom de gasleveringen aan Oekraïne gestaakt. Dit wil niet zeggen dat er geen gas meer stroomt vanuit Rusland door Oekraïne richting Europa. Wel is het volume teruggebracht en kan Oekraïne alleen gas importeren indien dat vooraf wordt betaald. Hierdoor zou de gasleveringen aan Europa ongehinderd doorgang moeten vinden en wordt alleen Oekraïne ‘geraakt’ door de boycot. Of dit in de praktijk ook zo werkt is de vraag. Indien Oekraïne gas zou aftappen merkt Europa dit door een afname van het voor hen bestemde volume. Om zo’n daling in volume te verklaren door ‘terug-leveringen’ vanuit Europa zal door Rusland niet worden geaccepteerd.

Aardgasprijs TTF en Henry Hub (USD/mmBtu)
Aardgasprijs TTF en Henry Hub (USD/mmBtu)

Nu is het zomer en met de huidige hoge temperaturen is de vraag naar gas beperkt. Ook de voorraden zijn ruim waardoor deze boycot niet direct voor een groot acuut probleem zorgt. Er is immers nog tijd voor verdere onderhandelingen. Dit lijkt door de markt goed begrepen te zijn. De spotprijs (lopend contract) van TTF gas steeg met ongeveer 4% na het verstrijken van de deadline. Dit is puur een reflectie van de geopolitieke spanningen. Een dag lager werd deze stijging alweer teniet gedaan. De termijnprijzen zijn echter überhaupt onveranderd gebleven. Dit geeft aan dat de markt ervan uitgaat dat het conflict niet langdurig zal zijn en de gasleveringen aan Europa op termijn geen hinder zullen ondervinden. De komende weken zullen de onderhandelingen doorgaan. Ook wij denken dat er op niet al te lange termijn een prijsafspraak gemaakt kan worden tussen Oekraïne en Rusland waarna de gasleveringen weer hervat kunnen worden. Voor alle partijen zou dat het meest wenselijke, en daarmee ook het meest waarschijnlijke, scenario zijn.

Crisis in Irak effect op olieprijs vooralsnog beperkt

Door de crisis in Irak zijn de spanningen op de oliemarkt ook opgelopen. Irak is na Saudi-Arabië de grootste olieproducent binnen de OPEC, en de zesde wereldwijd. De angst dat olieproductie zal worden geraakt door de oprukkende ISIS (Islamitische Staat van Irak en Syrië/Levant) rebellen zorgt voor een hogere spotprijs van olie. Ondanks het feit dat de media er vol van staan is de stijging vooralsnog beperkt tot slechts 2-3%. Deze beperkte invloed op de olieprijs heeft een aantal redenen. 1) de grootste olievelden en uitvoerhavens liggen in het zuiden van Irak, terwijl de onrust vooral in het noorden is. 2) mocht de olie-export vanuit Irak dalen, dan zal het tekort worden opgevangen door andere OPEC landen (vooral door Saudi-Arabië) of het vrijgeven van strategische reserves van de International Energy Agency (IEA) leden. 3) de mondiale stijging van de vraag naar olie zal de komende maanden grotendeels kunnen worden opgevangen door hogere olieproductie in de VS en Canada. Bovendien is het nog maar de vraag of ISIS het gemunt heeft op de olieproductie/-uitvoer in het zuiden van Irak.

Grafiek Brent en WTI olie (USD/vat)

Grafiek Brent en WTI olie (USD/vat)
Grafiek Brent en WTI olie (USD/vat)

Er kan dus aan de vraag naar OPEC/Iraakse olie worden voldaan door hoge voorraden en hogere productie van Saudi-Arabië, VS en Canada. Onze inschatting is dat Saudi-Arabië en/of de IEA pas zullen ingrijpen zodra de Brent olieprijs boven de USD 120/vat noteert. Net als bij gasprijzen geldt ook voor olieprijzen dat de termijnprijzen (nog) niet stijgen. De markt gaat er kennelijk voorlopig vanuit dat de crisis niet lang zal duren, of dat in ieder geval de olieproductie en –uitvoer niet geraakt zullen worden.

Wel willen wij wijzen op toegenomen risico’s voor de langere termijn. Deze risico’s zijn tweeledig. Het eerste punt heeft betrekking op de reservecapaciteit aan olie. Als Saudi-Arabië moet bijspringen om de olie-export van de OPEC op peil te houden doordat de productie in Irak wordt gehinderd, zal dat een effect hebben op de reservecapaciteit. De markt wordt over het algemeen niet heel nerveus van tijdelijke productiestoornissen, maar wel als dit een groot en blijvend effect kan hebben op de reservecapaciteit. Dit zou betekenen dat de buffer om nieuwe calamiteiten op te vangen kleiner wordt. Dit zou kunnen leiden tot verhoogde volatiliteit (hoewel deze nu op bijna een record dieptepunt zit) en daarmee het inprijzen van een risicopremie bewerkstelligen. Zo’n hogere risicopremie zou kunnen leiden tot hogere olieprijzen.

Het tweede risico is de stijgende mondiale vraag naar olie. In principe zou deze stijging in de vraag naar olie relatief gemakkelijk opgevangen moeten kunnen worden. Hogere productie in de VS/Canada, Iran en het terugkeren van productie in landen zoals Nigeria, Libië en Syrië zouden daaraan bij moeten, en kunnen, dragen. Een onderdeel van het opvangen van hogere vraag naar olie zou echter ook opgevangen moeten worden door hogere productie in Irak. Eerder gaf Irak aan de ambitie te hebben om haar olieproductie bijna te verdrievoudigen. De huidige crisis kan van invloed zijn op de benodigde investeringen om de productie te verhogen of zelfs op peil te houden en kunnen daardoor een bedreiging vormen voor deze toekomstig benodigde olieproductie. Dit kan ook prijsverhogend werken.