Groei industriële productie houdt aan in 2014

door: Casper Burgering

Industrie Sector prognose Mei 2014.pdf (355 KB)
Download

De industrie is dit jaar goed uit de startblokken gekomen, na het voorzichtige herstel in het vierde kwartaal van 2013. Met een gemiddelde groei van de productie in het eerste kwartaal van 3,3% op jaarbasis wordt in ieder geval al een goede basis gelegd voor de rest van het jaar. Ook andere  economisch indicatoren voor de industrie staan op groen voor dit en komend jaar: positieve economische groeiverwachtingen, verdere expansie van de uitvoer en aantrekkende bedrijfsinvesteringen. Wat kan de groei van de industriële productie nu nog verstoren?

Goed eerste kwartaal

Veel economische indicatoren die van belang zijn voor de industrie stonden al enige tijd gunstig en dit heeft in het eerste kwartaal van dit jaar voor relatief goede groeicijfers gezorgd. De industriële productie nam in de eerste 3 maanden van dit jaar toe met gemiddeld 3,3% joj en dat is een goede prestatie als we dit vergeleken met de groei in de afgelopen 2 jaren. De marktomstandigheden zullen in de industrie ook de komende periode verder verbeteren. De vooruitzichten zijn immers gunstig: de economische groei verwachtingen zijn voor de komende 2 jaren positief, met een versteviging in de groei van zowel de bedrijfsinvesteringen als in de uitvoer. De verdere mondiale verbeteringen in de economie zal gepaard gaan met een sterkere groei van de wereldhandel. ABN AMRO verwacht dat de wereldhandel versnelt van 2,3% in 2013 naar 6% in 2014 en 2015. Dit vooruitzicht geeft een impuls aan het algemene ondernemersvertrouwen.

Ook staat de inkoopmanagersindex (PMI) voor de output ruim boven de neutrale grens van 50 index- punten en zijn nog steeds meer ondernemers positief over de toekomstige bedrijvigheid. In april waren meer ondernemers positief gestemd dan negatief en staat de indicator alweer 7 maanden in de plus. Bij het sentiment over de orderpositie is nog niet elke ondernemer even optimistisch. Veel ondernemers hebben nog te kampen met tegenvallende vraag. Vooral in branches die met hun activiteiten nadrukkelijk op de binnenlandse markt zijn gefocust, hebben een meer negatieve houding over de orderpositie. Niettemin blijft de opwaartse trend in de reeks duidelijk zichtbaar.

FIG 1

De vraag naar investeringsgoederen deint keurig mee met de golven van de conjunctuur. Dit heeft de sector de afgelopen jaren parten gespeeld. Sinds 2012 hebben veel bedrijven hun investeringen grotendeels op de lange baan geschoven, gezien de zwakke economische situatie van dat moment. De productie in de industrie daalde en door de vraaguitval nam de bezettingsgraad verder af. In de eerste helft van2013 bleven de problemen nog aanhouden. De productie en productiviteit kromp maandelijks, de bezettingsgraad hield de dalende trend vast en de investeringen gingen door een diep dal. Pas sinds het laatste kwartaal van 2013 en de start van dit jaar nemen de investeringen weer toe. Uit verschillende conjunctuurenquêtes (CBS) blijkt dat een meerderheid van de ondernemers van plan is om komend jaar weer meer te gaan investeringen. Ook blijkt uit deze enquêtes dat veel ondernemers optimistisch zijn wat betreft de orderontwikkeling voor komend jaar. En met het toenemen van de vraag naar industriële producten en investeringsgoederen, zal de bezettingsgraad van machines worden opgevoerd.

Al met al gunstige verwachtingen…

De macro-economische vooruitzichten bieden een solide fundament voor positieve productieverwachtingen voor de industrie tot en met 2015. De economische groeiverwachting voor Duitsland, onze belangrijkste handelspartner, is gunstig. In 2014 zal de Duitse economie groeien met 2,0% joj, terwijl in 2015 een groei wordt verwacht van 2,3%1 . Branches waarin de exportquote op een hoog niveau ligt (zoals de machine-industrie, transportmiddelen-industrie en basismetaalindustrie) profiteren hier het meeste van. De chemische industrie heeft ook een hoge exportquote, maar in deze branche blijft de mondiale concurrentie parten spelen en zet daarmee druk op de resultaten. Ondanks dat de bedrijfsinvesteringen weer zullen aantrekken, drukt een aantal factoren de groei van de binnenlandse vraag. Dit heeft onder meer te maken met de nog tegenvallende vraag vanuit de bouwsector en de achterblijvende bestedingen van gezinnen. Ondanks dat de bouwsector in het eerste kwartaal goede productiecijfers noteerde (mede dankzij het milde winterweer), verwachten wij dat het herstel in de bouwsector nog een lange weg te gaan heeft. De consumptie zal waarschijnlijk nog geen groei laten zien dit jaar. Weliswaar neemt de koopkracht toe, maar veel gezinnen (vooral die waarvan het huis ‘onder water’ staat) zullen eerst hun financiën verder op orde willen brengen. Al met al verwachten wij dat voor industriële branches met een nadrukkelijke focus op de binnenlandse markt de groeiverwachting lager zal liggen, aangezien de binnenlandse vraag zich wat moeizamer zal herstellen. 

… maar wat kan de groei nog verstoren?

Sommige factoren met een economisch karakter, maar ook van andere aard kunnen deze verwachtingen nog sterk beïnvloeden. Denk hierbij aan een mogelijk moeizamere totstandkoming van herstel in eindmarkten komend jaar, beperkte beschikbaarheid van vakkundig personeel en andere verstoringen in het productieproces (zoals verminderen van de aanvoer van grondstoffen, regelgeving vanuit de overheid en financiële beperkingen). Ook betreft het veelal factoren waarvan de uitkomst moeilijk in te schatten is, maar die op termijn wel een aanzienlijk effect kunnen hebben op de productiegroei in de sector. Waarschijnlijk de meest relevante daarvan is de handel met en vraag vanuit het buitenland. Dit blijft namelijk de belangrijkste groeicomponent voor de industrie voor de komende jaren. Deze nadrukkelijke afhankelijkheid van het buitenland brengt echter wel risico’s met zich mee en de afbreukrisico’s zijn de laatste tijd toegenomen. Momenteel spelen er allerlei issues waarvan de afloop nog erg onzeker is, zoals de situatie rondom Oekraïne, de gezondheid van de economie van China, de komende Europese verkiezingen en ook de deflatoire tendens in Zuid-Europa. De uitkomst van dergelijke grote ongrijpbare en niet-beïnvloedbare ontwikkelingen hebben op termijn hun uitwerking op de industrie.