Macro Visie – 2e kwartaal 2014 – Investeringen in de lift

door: Nick Kounis , Aline Schuiling , Peter de Bruin , Philip Bokeloh , Maritza Cabezas

Macro Visie - 2e kwartaal 2014 - Investeringen in de lift (344 KB)
Download
  • Economie fleurt op door investeringen: Het herstel van de wereldeconomie is recent wat afgezwakt door slecht weer en een voorraadcorrectie in de VS, en de hobbelige transitie naar een nieuw groeimodel in China. Wij verwachten dat de wereldeconomie versnelt als deze factoren wegebben. Bedrijven in de welvarende economieën lijken klaar voor expansie. Zowel in de VS als Europa is de solvabiliteit van bedrijven sterk verbeterd en ligt de waarde van het nettovermogen boven het historische gemiddelde. In de VS en Japan zijn de winsten sterk gestegen. De winstontwikkeling in de eurozone is achtergebleven, maar laat wel een omslag zien en zal in de komende kwartalen waarschijnlijk verder verbeteren. De risico’s van een escalatie van de Europese staatsschuldencrisis en een budgettaire patstelling in de VS zijn afgenomen, waardoor de vooruitzichten minder onzeker zijn geworden. Gegeven deze combinatie van positieve factoren gaan bedrijven waarschijnlijk meer investeren en meer personeel aannemen. De opkomende markten zullen profiteren van een forse export naar de welvarende landen. Na enige tijd leidt dit ook daar tot hogere investeringen. Verder worden in een aantal landen – met name China – de investeringen in infrastructuur opgevoerd. 
  • Einde disinflatie later dit jaar: Wij verwachten dat de mondiale disinflatie op korte termijn aanhoudt maar later dit jaar komt er een kentering. De belangrijkste reden hiervoor is het wereldwijde economische herstel onder aanvoering van de VS. In de VS is de werkloosheid zo ver gedaald dat de loongroei geleidelijk weer toeneemt. Op dit moment ligt de loongroei nog niet veel hoger dan de productiviteitsgroei, waardoor de arbeidskosten per eenheid product nog ongeveer gelijk blijven. Maar dit gaat veranderen als de arbeidsmarkt in de loop van dit jaar aan kracht wint. Ook een omslag van de wereldwijde industriële en handelscyclus zal naar verwachting zorgen voor een vermindering van de disinflatoire druk. Bovendien gaat de VS waarschijnlijk inflatie exporteren naar andere landen als de dollar over een breed front in waarde stijgt. Ten derde zal het effect van de grondstoffenprijzen op de inflatie neutraler worden. 
  • Zorgen over lage inflatie in de eurozone en Japan: Wereldwijd gezien is een lage inflatie niet per definitie verkeerd: het biedt centrale banken de mogelijkheid om een monetair beleid te voeren dat steun biedt aan de economische groei. In de eurozone en Japan is de situatie zorgwekkender door de zeer lage kerninflatie en gematigder economische groei. Zolang het economische herstel in beide landen aanhoudt en de valuta’s dalen ten opzichte van de dollar, kan deflatie waarschijnlijk vermeden worden. Bij een negatieve economische schok is het risico van deflatie in de eurozone en een terugkeer naar deflatie in Japan echter aanzienlijk. Een proactieve benadering door de centrale banken van deze landen kan deze risico’s beteugelen. De BoJ is al bezig met een agressieve balansverlenging en staat klaar om in te grijpen als de verhoging van de omzetbelasting begin april het herstel ondermijnt. Ook de ECB heeft aangegeven klaar te staan om op te treden en lijkt meer open te staan voor kwantitatieve verruiming dan voorheen. Een relatief beperkt programma – gericht op effecten met bankleningen als onderpand – is de meest waarschijnlijke stap, mogelijk in combinatie met een bescheiden verlaging van de beleidsrente. De Federal Reserve verlaagt momenteel het tempo van de obligatieaankopen, maar heeft door de lage inflatie nog voldoende ruimte voordat de beleidsrente verhoogd moet worden. Wij denken dat de Fed de rente ergens halverwege volgend jaar zal verhogen.