Japan: Belastingverhoging vindt doorgang

door: Philip Bokeloh

140422-Japan.pdf (49 KB)
Download

Met de verhoging van het omzetbelastingtarief is een belangrijke stap gezet om de overheidsfinanciën op orde te brengen. In de aanloop naar de verhoging van het tarief is de binnenlandse vraag gestegen. Voor het tweede kwartaal moet rekening worden gehouden met een tijdelijke terugval. Daarna zal de vraag weer aantrekken. Bedrijven maken hoge winsten en kunnen makkelijker aan krediet komen. De aanhoudende investeringsactiviteit leidt tot een verdere verbetering van de arbeidsmarkt. Dat zorgt ervoor dat het besteedbaar inkomen op peil blijft, ondanks hogere prijzen. De Bank of Japan (BoJ) is goed op weg om de deflatoire tendens te keren en staat klaar om aanvullende maatregelen te treffen. Het vooruitzicht van verdere verruiming van het monetair beleid houdt de rente laag en zet de yen onder druk.

Mijlpaal

De regering heeft een belangrijke stap gezet om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Vanaf april bedraagt het tarief van de omzetbelasting 8% in plaats van 5%. De volgende aanpassing naar 10% staat voor oktober volgend jaar gepland. Berekeningen van de OESO wijzen uit dat een verhoging van het tarief met een procentpunt extra belastinginkomsten oplevert ter waarde van 0,5% van het BBP. Een bijstelling naar 10% zou het begrotingstekort dus met structureel 2,5% verkleinen.

De aanpassing van het omzetbelastingtarief is een mijlpaal. Het thema staat al sinds de jaren 70 op de agenda, maar werd telkens uitgesteld. Slechts eenmaal durfden de beleidsmakers het aan om het tarief te verhogen. De timing was echter ongelukkig. De lastenverhoging viel in 1997 samen met bezuinigingen, de Azië-crisis en een binnenlandse bancaire crisis. De economische dip die volgde, was zo diep dat het onderwerp lange tijd in de ijskast stond.

De geschiedenis zal zich niet herhalen. De internationale omgeving is gunstiger dan in 1997. Ook de binnenlandse economie staat er sterker voor. De BBP-groei kwam in het vierde kwartaal uit op 2,5% jaar-op-jaar. Dit kwam volledig op het conto van de binnenlandse economie. De belangrijkste bijdrage kwam van de consumptie en de bedrijfsinvesteringen, respectievelijk 1,3 en 1,2 procentpunt groot. Ook de overheid leverde met 0,4 procentpunt een positieve bijdrage. De externe sector en de voorraadopbouw drukten het groeipercentage echter met 0,2 en 0,1 procentpunt.

Consumptie stijgt in aanloop verhoging

De toename van de consumptie hangt grotendeels samen met de genoemde verhoging van het omzetbelastingtarief. In anticipatie hierop hebben gezinnen de aankoop van duurzame goederen naar voren gehaald. Zo steeg het aantal autoregistraties in het laatste kwartaal met 20% j-o-j en is ook de verkoop van flatscreen tv’s sterk gestegen. Daarnaast hebben gezinnen meer uitgegeven aan woningonderhoud. De verwachting is dat de consumptie in het tweede kwartaal tijdelijk zal krimpen als gevolg van de verhoging van het omzetbelastingtarief, temeer omdat gezinnen bestedingen naar voren hebben geschoven, maar dat de consumptie in het derde kwartaal mogelijk weer een klein plusje optekent.

 

Japan1

Een vooraankondiging van de tijdelijke bestedingsdip is te zien in de recente daling van het consumentenvertrouwen. Na een record in september is het sentiment in de maanden daarna aanhoudend gedaald. Een belangrijke oorzaak hiervan is de opgelopen inflatie. Consumenten zijn er in toenemende mate van overtuigd dat de inflatie zal stijgen. De stijging van de output gap, die het verschil tussen de feitelijke en de potentiële productie meet, geeft daar alle reden toe.

Op zichzelf is de hogere prijsdruk en de verwachting dat de inflatie verder zal oplopen een compliment waard. De BoJ heeft zich immers ten doel gesteld de deflatoire tendens te keren en slaagt daar wonderwel in. De inflatie bedraagt nu 1,5% j-o-j, een flinke verandering ten opzichte van begin 2013 toen er nog sprake was van deflatie. Kanttekening is wel dat de stijging grotendeels het gevolg is van de lagere koers van de yen en de hogere prijs van energie. Om deflatie definitief de kop in te drukken, zal de BoJ de agressieve koers voortzetten. Dit zal de kapitaalmarktrente in bedwang houden en de koers van de yen verder omlaag duwen.

Lonen blijven stijgen

Tegenover het koopkrachtverlies als gevolg van de inflatiestijging staat een verbetering van de arbeidsmarkt. De werkgelegenheid is vorig met 0,7% gestegen, terwijl de beroepsbevolking met slechts 0,3% toenam. Het resultaat is dat de werkloosheid is gedaald van 4,2% van de beroepsbevolking in januari 2013 tot 3,6% in februari 2014. De verhouding vacatures en werkzoekenden ligt nu weer op het niveau van 2007, toen de economie nog vol op stoom was. De lage werkloosheid geeft werknemers meer macht bij de loononderhandelingen. De lonen zijn vorig jaar met 0,2% gestegen, na een daling van 0,6% in 2012. Mede als gevolg daarvan steeg het besteedbaar inkomen vorig jaar met 0,3%.

Ook voor dit jaar zullen de lonen naar verwachting een stijging optekenen, al was het maar omdat diverse belangrijke werkgevers bij de laatste onderhandelingsronde gehoor hebben gegeven aan de oproep van de regering om werknemers te compenseren voor de lastenverzwaring als gevolg van het hogere tarief op de omzetbelasting. De werkgevers hebben hier ook ruimte voor. De winstgevendheid van bedrijven is sterk verbeterd. De bedrijfswinsten zijn in 2013 met 20% gestegen ten opzichte van 2012. Dat kwam vooral doordat de productiviteit vorig jaar met 1,9% toenam. Mede als gevolg daarvan daalden de kosten per eenheid product met 1,1%.

De verbeterde winstgevendheid verschaft bedrijven financiële ruimte om te investeren. Extra financiële ruimte is er ook omdat de banken scheutiger zijn met krediet en hun voorwaarden versoepelen. Bedrijven mogen meer krediet opnemen tegen geringere spreads en een lager onderpand. Het uitstaande krediet is vorig jaar met 1,8% toegenomen. De gunstigere kredietcondities hangen samen met het beleid van de BoJ, dat op grote schaal obligaties opkoopt. De liquide middelen die banken hiermee in handen krijgen, wenden zij in toenemende mate aan voor kredietverlening.

Ondernemers hebben vertrouwen

Het ondernemerssentiment is duidelijk verbeterd onder invloed van de betere winstcijfers en de soepelere financierings-condities. De PMI indices van zowel de dienstensector als de verwerkende industrie staan ruim boven de 50. De all industries index koerst richting het recordniveau van 2007 en de Tankan survey staat op het hoogste niveau sinds 1992. Deze toonaangevende conjunctuurmonitor wijst uit dat ondernemers optimistisch zijn over de toekomst, al houden zij een slag om de arm voor het tweede kwartaal.

De terughoudendheid bij ondernemers over de vooruitzichten voor het tweede kwartaal is ook terug te zien in de Economy Watchers Survey, waarvan de index de afgelopen maanden scherp daalde. Een eerste signaal dat de productie tijdelijk zal terugvallen, komt van de industriële productiecijfers over februari. De productie steeg in die maand met 7% jaar op jaar, een verdienstelijk cijfer, maar lager dan dat over januari. Toen bereikte de productie met 10,4% j-o-j een piek, vooral als gevolg van de extra productie van auto’s en bouw-benodigdheden. In afwachting van de vraagterugval in het tweede kwartaal teren bedrijven tijdelijk op hun voorraden in.

 

Japan2

Het bedrijfsleven zal meer moeten doen om het concurrentievermogen te verbeteren. Hoewel de negende positie op de Global Competitiveness Index van het World Economic Forum anders doet vermoeden, leggen veel bedrijven het af tegen concurrenten in het buitenland. De verslechtering van de ruilvoet wijst uit dat Japanse bedrijven op concurrerende markten actief zijn en mogelijk te weinig vernieuwend zijn. Ook de depreciatie van de yen heeft het tij niet kunnen keren. Gevolg is dat de groei van de uitvoer achterblijft bij die van de invoer en het handelstekort oploopt. Ook de lopende rekening staat de laatste maanden in de min.

 

Japan3