Het gelijk van Plato

door: Han Mesters

Steeds meer bedrijven komen er achter dat hun businessmodel niet meer past bij de huidige realiteit:
1.      Bedrijven hebben last van ‘disruptieve’ technologieen
2.      Toegevoegde waarde verschuift steeds meer van productie naar design
3.      De mogelijkheden om nieuwe producten te verzinnen en produceren zijn haast onbeperkt, vooral nu innovaties als 3D printing het mogelijk maken complexe producten in kleine oplages te maken tegen acceptabele prijzen

plato

De filosofie komt te hulp

De praktijk leert dat het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen verre van eenvoudig is. De meeste bedrijven kiezen daarom voor (ver)nieuw(d)e producten en diensten bij bestaande klanten en blijven daardoor dus redelijk ‘dicht bij huis’.
Wat kan de filosofie toevoegen aan de discussie over innovatie? Voor de beantwoording van die vraag moeten we terug naar het verre verleden. In de klassieke (Griekse) filosofie bestond er een verschil van inzicht over de oorsprong van begrippen (zowel met betrekking tot tastbare begrippen als een boom als ook abstracte begrippen zoals ‘schoonheid’). Zo was de filosoof Plato van mening dat er een andere wereld ten grondslag lag aan onze concrete materiële wereld: de wereld van de Ideeën. In feite kwam het er op neer dat de niet stoffelijk ‘Idee’-boom vooraf ging aan de boom zoals wij die kennen. Zijn leerling Aristoteles draaide het om: hij was van mening dat we ons pas een beeld van een boom vormen (Idee) als we de fysieke (echte) boom gezien hebben. De visie van Aristoteles is toonaangevend geworden en heeft in de ogen van velen de basis gelegd voor onze op experimenten gebaseerde wetenschappelijke revolutie in de 18e eeuw.

Het probleem is dat innovatie bij bedrijven, veelal gebaseerd op basis van de regels die we tijdens de wetenschappelijke revolutie hebben ontworpen, vast begint te lopen. Hetzelfde geldt voor de theoretische natuurkunde. In een interview met het NRC zei ons grootste natuurkundige, Nobelprijs winnaar Gerard ’t Hooft, dat zijn vakgebied behoefte heeft aan een nieuwe theorie. ’t Hooft is van mening dat het nu eerst wachten is op doorbraken in andere vakgebieden voordat de natuurkunde verder stappen kan maken
Zowel in de wetenschap als in het bedrijfsleven is er dus behoefte aan creativiteit. Wat kan Plato en zijn Ideeënleer hier toevoegen?

Kurt Gödel en Nicola Tesla

Gödel en Tesla hebben veel gemeen. Gödel was een van de meest vooraanstaande wiskundigen in de 20e eeuw en Tesla was een van de grootste uitvinders allertijden. Zowel Gödel als Tesla hebben iets met Plato. Tesla’s belangrijkste uitvinding, de wisselstroomdynamo, kwam tot hem als ‘beeld’: hij kon tot in detail zien hoe deze belangrijke uitvinding er uit zag en hoe die gemaakt moest worden. Het lijkt er op dat Tesla toegang had tot ‘de Idee wisselstroomdynamo’. Voor meer detail over Tesla zie dit artikel.
De wiskundige Gödel zei in een interview dat hij in een staat van meditatie de ‘perfecte driehoek’ kon zien (Plato’s ‘Idee driehoek’). Gödel was dan ook van mening dat ‘we de objecten om ons heen waarover we praten, niet creëren. In tegenstelling, we vinden die objecten in een andere werkelijkheid die toegankelijk is voor onze geest’.
Gödel wordt dan ook beschouwd als een Platonist, een aanhanger van de leer van Plato.

Wat nu?

Als we de Ideeënwereld van Plato kunnen gebruiken in ons innovatieve proces, komen we misschien sneller uit de patstelling waarin we ons nu bevinden. In een volgende blog zal ik hier dieper op ingaan met een bezoek aan het Amerikaanse leger. Onder leiding van Majoor Ed Dames is daar onderzoek gedaan naar gebeurtenissen in de toekomst. Dit proces heet Remote Viewing. Het heeft een belangrijke overeenkomst met Plato’s Ideeënleer: je moet bereid zijn buiten je comfort zone te treden….